De eerste maanden

Na jarenlang studeren komt het moment dat je echt aan het werk gaat. En dat valt niet altijd mee. Je maakt in korte tijd kennis met tientallen collega's, honderden leerlingen, de regels van de school en nog veel meer. Hoe kom je deze periode ongeschonden door?

Wees echt aanwezig

Kennisoverdracht begint met contact maken. Het eerste wat je in de klas moet doen is een band opbouwen met de leerlingen. Daarbij is de eerste klap een daalder waard. Wees écht aanwezig. Zorg dat je er helemaal bent in het lokaal. Ga dus niet achter je bureau zitten, maar ga staan, loop rond en maak oogcontact.

Neem de leiding

Ga voor aanvang van de eerste les bij de deur staan en wijs iedere leerling een plaats in de klas aan. Of maak er een werkvorm van: knip spelkaarten in vieren en laat de leerlingen de ontbrekende stukjes zoeken. Degenen met dezelfde spelkaart gaan bij elkaar zitten. Je kunt pech hebben als de raddraaiers toevallig bij elkaar komen te zitten, maar je hebt wél de leiding. Hoe meer jij de regie neemt, hoe beter.

Maak werk van de introductie

Doe iets leuks met je introductie. Dat betekent dus niet dat je een half uur de tijd neemt om over jezelf te vertellen. Vertel liever bijvoorbeeld drie dingen over jezelf (hobby, studie, woonplaats) en laat de klas raden welke daarvan niet waar is en waarom. Laat ze in tweetallen discussiëren. En vraag daarna een paar leerlingen in de klas uitleg te geven.

Regel een vast aanspreekpunt

Wie moet je aanspreken over de roosters? Hoe kom je erachter welke kinderen een ‘rugzakje' hebben? Veel scholen beschikken over een inwerkplan waarin de praktische zaken staan vermeld. Heeft jouw school zo'n plan niet? Probeer dan zo veel mogelijk vooraf in kaart te brengen. Of vraag om een vast aanspreekpunt of een coach die je met dit soort vragen helpt.

Stel samen klassenregels op

Zet jezelf ‘stevig' neer. Wat verwacht jij van de klas? Wat mogen ze van jou verwachten? Dat geldt zowel voor de lesinhoud als voor de omgang met elkaar. Stel verder samen met de klas vijf klassenregels op die sturend zijn, niet straffend. En houd iedereen daar consequent aan.

Check je innerlijke barometer

Houd je innerlijke barometer in de gaten. Hoe is je balans? Als jij thuis ruzie hebt, ben je sneller geďrriteerd. Je mag dat de leerlingen niet aanrekenen. En je kunt gerust om begrip vragen: ‘Ik heb vreselijke hoofdpijn. Als jullie daar rekening mee willen houden, komen we de dag wel door.'

Zoek een balans tussen streng en vriendelijk

Niet iedere leerling zal meteen reageren op een vraag als: ‘Willen jullie je boek pakken?'. Zaak is dan om te laten zien dat jij de leiding hebt, en dat ze toch echt hun boek moeten pakken. Vraag: ‘Zou je toch zo vriendelijk willen zijn om je boek te pakken?' De meesten doen het omdat ze zich correct voelen aangesproken. De weigeraars verdienen een duidelijker aanpak. ‘En nu pak jij je boek.' Waarom? ‘Omdat ik het zeg.' Ga niet in discussie door bijvoorbeeld te zeggen dat het goed is voor hun toekomst. Dat maakt het alleen maar erger. Zoek een balans tussen streng en vriendelijk.

Spreek ouders aan als ouders

Neem tegenover ouders een neutrale, respectvolle houding aan. Houd je verre van discussies over individuele normen en waarden, maar spreek ouders aan in hun rol van ouders. Een boze ouder is vaak een ouder die zich zorgen maakt over zijn kind. Jullie willen allebei hetzelfde: het beste voor de leerling.

Leer van de moeilijkste kinderen

Kijk eens met andere ogen naar die kinderen waar jij zoveel moeite mee hebt. Juist van deze kinderen leer jij het vak. Ze dwingen jou om een uitstekende leerkracht te worden. Leer ervan. Vind de sleutel die bij het kind past. Wees eerlijk naar de ouders als dat niet lukt. Dan ben je geen mislukkeling, maar een uitstekende leerkracht.

Weet dat het steeds makkelijker zal gaan

Je hebt het onderwijs nooit helemaal in de vingers. Het is immers altijd in beweging, alleen al omdat je met mensen werkt. En dat is nou juist ook het mooie van het onderwijs.

Categorie

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren