Pesten

Een tas van een fiets af schoppen, schelden, spugen, anonieme mailtjes sturen en buitensluiten. Pesten kan altijd en overal gebeuren, ook op school. Slachtoffers gaan niet alleen elke dag met angst naar school, vaak houden zij hun leven lang last van de gevolgen. Als leraar kan - en moet - je optreden tegen pesten op school.

Neem pesten serieus

Pesten kan levenslang doorwerken in de vorm van een gebrek aan zelfvertrouwen, sociale en emotionele problemen en in het ergste geval depressies of zelfmoord. Het is dus heel wat ingrijpender dan een plagerijtje. Het grote verschil is dat er bij pesten sprake is van een machtsverschil; het slachtoffer is niet in staat zichzelf goed te verdedigen. En pesten houdt nooit vanzelf op. Het verdient dus een structurele aanpak.

Werk samen met je collega’s

Goed beleid kan het pesten met dertig procent verminderen. Daarom hoort iedere school een antipestbeleid te hebben. Zoek uit hoe jouw school omgaat met pesten en praat erover met collega’s en directie. Of neem eens een kijkje bij een andere school. Steeds meer scholen geven succesvol ‘kanjertraining’. Probeer vooral niet in je eentje het wiel uit te vinden.

Stel met de leerlingen omgangsregels op

Leg leerlingen uit dat ze medeverantwoordelijk zijn als ze hun mond houden. Het opstellen van omgangsregels helpt om deze zwijgers te mobiliseren. Geef de leerlingen twintig minuten om zelf regels op te stellen. Verzamel ze en schrijf ze op een groot vel papier. Zet de meest genoemde regels bovenaan en laat alle leerlingen er een handtekening op zetten. Geef het papier een prominente plek in de klas en geef kinderen ook een kopie mee voor thuis, zodat ouders ook op de hoogte zijn van de regels in de klas.

Weet wat er speelt-1

Als je weet dat er gepest wordt, vang je de signalen beter op. Maak ouders daarom duidelijk dat je het áltijd wilt weten als er gepest wordt. En vraag naar de feiten. Wie zijn de pesters; wat doen ze en waar. Deel deze kennis met je collega's, zodat zij ook alert kunnen zijn.

Weet wat er speelt-2

Pesten gebeurt altijd in het geniep. Om er toch achter te komen wat er speelt, kun je (anoniem) enquêtes afnemen naar het welbevinden van de leerlingen. Formuleer vragen als: ‘Hoe gaat het met je’, ‘Vind je het plezierig in deze klas’, Wie zorgt er voor een plezierig klimaat in de klas en wie niet’. De uitkomst van de enquête kan aanleiding zijn om erover te praten, met de leerlingen of met collega’s.

Wacht op een heterdaadje

Voorkom vage beschuldigingen. Wacht dus op een heterdaadje en grijp dan pas in. En benoem wat je ziet. De leerling moet zich verantwoorden, en de hele klas ziet: dit kan niet ongestraft.

Accepteer geen slappe excuses

Laat je niet meeslepen door de excuses van de pestkoppen, zoals: het was maar een geintje. Het slachtoffer durft dergelijke smoesjes waarschijnlijk niet tegen te spreken. Laat geen enkele overtreding van de omgangsregels zonder gevolgen. En accepteer nooit: ‘Het is zijn eigen schuld'. Dan laat je kinderen in de steek. Bovendien gaat het niet om de schuldvraag, maar om het oplossen van de situatie.

Stel je op als leider

Neem stelling, want als docent ben je de leider van de groep. Laat bij ongewenst gedrag aan alle leerlingen zien dat jij pesten niet normaal vindt. En neem het initiatief om een potje te voetballen met een kind dat vaak buitengesloten wordt. Nodig andere kinderen uit. Geef als leerkracht ook steeds het goede voorbeeld. Maak dus zelf geen grapjes die kwetsend kunnen zijn voor kinderen.

Let extra op buitenbeentjes

Pesten kan iedereen overkomen, maar kinderen die op de een of andere manier afwijken van de groepsnorm lopen wel een groter risico. Houd deze kinderen dus extra in de gaten, en zorg dat ze wat weerbaarder worden.

Wees ook buiten de klas aanwezig

Pesten gebeurt niet alleen onder jouw neus in de klas. Als leraar moet je daarom ook buiten de klas aanwezig zijn. Surveilleren zorgt al voor een veiliger klimaat, en je ziet meteen welke kinderen in hun eentje een boterham zitten te eten. En praat eens met de gymdocent. Die ziet kinderen in een andere situatie. De gymles van je klas (laten) observeren kan natuurlijk ook.

Categorie

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen

Cookie wetgeving

Online cookiepolicy
De Nederlandse Telecomwet schrijft sinds 5 juni 2012 voor dat de gebruiker van websites op de hoogte moet zijn van het plaatsen en uitlezen van cookies. Een cookie is een bestandje met een tekenreeks dat bij uw bezoek aan een website naar uw computer wordt gestuurd en waarmee uw computer bij een volgend bezoek wordt herkend.

Welke cookies gebruikt de AOb?
1. Google Analytics
De website www.aob.nl plaatst cookies die voortkomen uit het Google Analytics script dat op de website wordt ingeladen. Google Analytics is een hulpprogramma voor webstatistieken waarmee website-eigenaren inzicht kunnen krijgen in de manier waarop bezoekers omgaan met hun website. Door middel van Google Analytics proberen wij uw website bezoek zo gebruiksvriendelijk mogelijk te houden.

Meer informatie over cookies?
Op de volgende websites kunt u meer informatie over cookies vinden:
Consumentenbond: Wat zijn cookies?
Consumentenbond: Waarvoor dienen cookies?
Consumentenbond: Cookies verwijderen
Consumentenbond: Cookies uitschakelen
Deze site maakt gebruik van cookiesMeer informatieAccepteren