Internet

Van de Nederlandse kinderen is 98 procent actief op internet, en als leerkracht weet je nooit precies wat je leerlingen digitaal uitspoken. Worden er vreemde sites bekeken? Wordt er digitaal gepest? Hoe hou je een vinger aan de pols?

Bouw een vertrouwensband op

Praat met collega’s en vooral ook met leerlingen over internet. Benadruk de leuke kanten en toon interesse. Zo bouw je een vertrouwensband op. Als een leerling dan iets naars meemaakt op internet, is de kans groter dat hij dat aan jou meldt. Voert jouw school geen internetbeleid? Vind niet in je eentje het wiel uit, maar neem het voortouw om het schoolbreed op de agenda te krijgen.

Ga zelf msn-en, hyven en surfen
Lesgeven over iets wat je zelf amper kent, is moeilijk. Weet waar je leerlingen mee bezig zijn en word zelf actiever op internet. En blijf dan niet bij je vertrouwde sites hangen. Surf, speel een spelletje of bezoek een chatroom. Ga hyven en installeer msn op je computer, maar msn niet met je leerlingen. Jij bent de leerkracht. In die rol houd je afstand tot de klas.

Stel samen de regels op
Van de Nederlandse kinderen en tieners is 98 procent on line. Veel leerkrachten hebben geen idee wat hun leerlingen op school doen met internet. Voer daarom niet zomaar topdown een internetprotocolletje in, maar stel samen met de klas regels op. Laat alle leerlingen hun handtekening zetten onder de regels. Hang de regels ook op in computerruimtes.

Niet googelen op ‘poes’
Jonge kinderen schrijven graag werkstukken over huisdieren. Als ze googelen op ‘poes’ verschijnt een hoop ranzigheid op hun scherm. Meisjesnamen willen ook nog wel eens ongewenste sites opleveren. Leg uit dat ze niet op elke ‘hit’ door te hoeven klikken. Wijs kinderen op kennisnet, dit is een site met informatie speciaal voor het onderwijs: www.kennisnet.nl.

Controleer internetgedrag
Zorg dat je altijd kunt zien wat leerlingen op de computer aan het doen zijn. Draai de monitoren jouw kant op. Loop regelmatig rond en vraag leerlingen waar ze mee bezig zijn. En stimuleer kinderen om rare sites aan te melden. Bespreek het en laat je leerlingen weten dat je hun internetgedrag kunt controleren via de geschiedenis van Explorer. Sommige kinderen weten hoe ze dat moeten wissen, maar dat valt op. Dat is dan juist een aanleiding om het internetgedrag te bespreken. Het is ook mogelijk om een filter te installeren die ongewenste sites tegenhoudt.

Maak leerlingen weerbaar
Vertel kinderen dat ze voorzichtig moeten omspringen met hun privégegevens, zoals 06-nummer en e-mailadres. Op internet kunnen mensen zich gemakkelijk voordoen als een bekende. Leer leerlingen hoe ze bedriegers kunnen ontmaskeren, bijvoorbeeld door ze een vraag te laten stellen waarop alleen de bekende het antwoord kan weten.

Benadruk dat internet echt is
Veel kinderen en tieners denken dat internet ‘niet echt’ is. Als ze internet gebruiken om ruzie te maken of te pesten, denken ze dat ze maar wat plagen. En vanwege de anonimiteit van internet zijn de uitspraken vaak grover. Bespreek het in de klas als er via msn of hyves harde woorden zijn gevallen. Zo wordt ervaren dat het toch echt werkelijkheid is.

Maak pestgedrag zichtbaar
Digitaal pesten of cyberpesten gebeurt meestal vanuit thuis. Toch is het geen thuisprobleem, want op school komen de slachtoffers de pesters weer tegen. Zeventig procent van de slachtoffers weet wie de digitale pester is. Zoek daarom contact met een kind dat vaak ‘ziek’ is, of regelmatig alleen staat op het schoolplein. Vraag: `Kan ik iets voor je doen?’ Meestal willen ze niet dat je iets voor ze doet, maar je laat zo wel merken dat je het weet. Je maakt het zichtbaar. Omdat digitaal pesten meestal onzichtbaar is, komen veel pestkoppen ermee weg. Praat met de pester, zodat deze beseft dat zijn gedrag wel zichtbaar is. Neem de pester altijd apart. Zet iemand dus niet te kakken in de klas, want dan ben jij ook aan het pesten.

Grijp altijd in bij incidenten
Kinderen verwachten dat de docent ingrijpt als een kind wordt gepest. Zeg dat de school pestgedrag niet pikt, en dat elke leerling verantwoordelijk is voor het welbevinden van de ander. Je moet de klas duidelijk maken dat iedereen het volgende slachtoffer kan zijn als die mentaliteit niet verandert.

Categorie

Sleutelwoorden

Deel dit artikel:

Gerelateerde artikelen