Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 19.11.2005 Auteur Arno Kersten
Terwijl de meeste werknemers nog van niets weten, bonkt de nieuwe levensloopregeling al op de deur. Banken, verzekeraars en pensioenfondsen verdringen elkaar om uw gunst. Maar wat houdt dat verlofsparen nu precies in? In zestien vragen en antwoorden: alles wat u altijd al wilde weten over de levensloopregeling.
Google, de populairste zoekmachine voor internet, heeft gesponsorde treffers. Tik ‘levensloopregeling' in en daar verschijnen de betaalde verwijzingen naar een stoet banken en verzekeraars. Bedrijven die graag vooraan in de rij staan wanneer u op uw vrije avond achter de computer probeert uit te zoeken wat het eigenlijk inhoudt, dat sparen voor verlof. Was de overheid aanvankelijk niet bijzonder uitbundig met informatieverschaffing, de markt laat er geen gras over groeien. Commerciële dienstverleners doen er alles aan om de levensloopregeling aan de man te brengen. Op hun websites, maar ook via kranten, radio, televisie en uw brievenbus, dingen ze naar uw gunst.
Maar de levensloopregeling is voor veel werknemers nog een ver-van-mijn-bed-show. Uit een peiling in augustus van TNS Nipo onder dik duizend Nederlanders bleek dat 27 procent nog nooit had gehoord van de levensloopregeling en dat 45 procent niet wist wat de regeling inhoudt. Tweederde van de werkende bevolking gaf aan te weinig erover te weten om te kunnen beslissen of ze wil meedoen. Terwijl de levensloopregeling al ingaat op 1 januari 2006. Over anderhalve maand dus. Vóór elk kalenderjaar moet u bij uw werkgever melden of u wilt sparen. En of u dan kiest voor de levensloopregeling of de al bestaande spaarloonregeling. Tenzij de Consumentenbond en eerder al de FNV op de valreep nog gehoor krijgen voor hun oproep: stel die keuze nog even uit, want veel werknemers hebben nog geen idee wat er gaat gebeuren. Ze zijn met hun hoofd bij de nieuwe zorgverzekering, luidt de gedachte. Begin volgend jaar zullen de bankafschriften de inkomenseffecten van het nieuwe stelsel duidelijk maken. En pas dan kunnen werknemers beslissen over een spaarregeling voor de langere termijn.
Eerste stap
De levensloopregeling heeft alles te maken met de nieuwe Wet vut, prepensioen en levensloop (vpl). Het idee is dat werknemers van hun brutosalaris een bedrag sparen om later onbetaald verlof te kunnen opnemen. Of dat nu een sabbatical is tussendoor, of voorafgaand aan het pensioen. De fiscus draagt een steentje bij en u bepaalt zelf met welke bank, verzekeraar of pensioenfondsdochter u zaken doet. De werkgever kan u de regeling niet ontzeggen, want het is uw wettelijk recht.
Tegelijkertijd vallen er enkele kanttekeningen te maken. De verwachting is dat de levensloopregeling niet bepaald een vliegende start zal hebben. Niet alleen vanwege de onbekendheid, maar ook omdat lang niet iedereen zijn geld voor een flink aantal jaren - vijf, tien of nog langer - zal willen vastzetten. Bovendien geldt voor alle spaarplannen dat ze interessant zijn voor werknemers die het geld kunnen missen. Als iemand maar net de eindjes aan elkaar kan knopen, heeft weinig aan zo'n regeling. En niet onbelangrijk: de werkgever is alleen verplicht mee te werken aan ouderschapsverlof en zorgverlof, een sabbatical kan hij in principe weigeren.
Voor wie is de regeling nu het gunstigst? Dat hangt ervan af. Voor werknemers met een lager inkomen is de fiscale korting relatief gezien groter. Aan de andere kant: werknemers met een hoger inkomen kunnen dankzij de levensloopregeling de afdracht in een hogere tariefgroep drukken, waardoor ze minder aan de fiscus kwijt zijn.
Kortom: zoek uw zaken goed uit en weeg uw persoonlijke plussen en minnen af. De vragen en antwoorden hieronder zijn een eerste stap.
1. Wat stelt de levensloopregeling voor?
Met de levensloopregeling kunt u jaarlijks een percentage van uw inkomen opzijzetten. Met het vermogen dat u opbouwt, kunt u later een periode onbetaald verlof opnemen en uw inkomen tot maximaal honderd procent aanvullen. Het is ook mogelijk om met dat vermogen eerder te stoppen met werken.
2. Hoeveel mag ik sparen per jaar?
Per jaar maximaal twaalf procent van uw brutojaarsalaris. Minder mag natuurlijk ook. In totaal kunt u 210 procent van uw laatstverdiende jaarsalaris sparen. Een simpele rekensom leert dat het dan minimaal 17,5 jaar duurt voordat u dat spaarplafond heeft bereikt.
3. Geldt dat voor iedereen?
Niet helemaal. Bent u op 31 december 2005 51 jaar of ouder en jonger dan 56, dan valt u in een overgangsregeling. Dat betekent dat u meer mag sparen dan twaalf procent per jaar. Zo kunt u de maximale 210 procent van uw jaarinkomen sneller bij elkaar sparen. Bij 56 jaar of ouder valt u binnen het fpu-overgangsrecht en blijven de huidige fiscale regelingen gelden bij het sparen voor prepensioen.
4. Wat kan ik met mijn vermogen doen?
Opnemen voor onbetaald verlof. U kunt er maximaal drie jaar verlof mee financieren, waarbij u op zeventig procent van uw inkomen blijft. Of 2,1 jaar bij honderd procent van uw inkomen. U kunt dat verlof ook gebruiken om eerder te stoppen met werken. Of sparen om een half jaar te nemen voor die reis naar Afrika. Hoeveel en hoelang u moet sparen voor een bepaalde verlofperiode, kunt u laten becijferen door een rekenmodule. De meeste aanbieders hebben op hun website zo'n module staan. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft er ook eentje: www.levensloopwijzer.szw.nl
5. Moet mijn werkgever me ook vrijroosteren?
Ja en nee. Er zijn wettelijk geregelde verlofvormen waaraan de werkgever moet meewerken: ouderschapsverlof en (langdurig) zorgverlof. Maar als u drie maanden vrij wilt om uw huis te verbouwen of een cruise te maken, kan de werkgever dat weigeren. De werkgever zal wel goede redenen moeten aanvoeren waarom uw verlofverzoek niet wordt gehonoreerd, maar dwingen kunt u hem dan niet.
6. Ik wil deeltijdverlof: twee dagen in de week. Kan dat?
Ook dat is mogelijk met de levensloopregeling, maar opnieuw: mits uw werkgever het toestaat.
7. En als ik op reis wil tussen twee banen in?
Lastig. De levensloopregeling, en dus het verlof, geldt alleen als u in dienst bent bij een werkgever. Wat wel kan: uw vermogen eerder opnemen, zeg drie maanden voordat u uw werkgever verlaat. Zo knipt u dus eigenlijk het laatste stukje van uw werkbetrekking af, voordat u met de volgende begint. U betaalt in dat geval één keer loonbelasting over het totale bedrag. De fiscale levensloopverlofkorting (zie verderop) geldt dan niet.
8. Betaalt de overheid mee?
De fiscus doet een duit in het zakje. Per jaar dat u heeft gespaard, krijgt u een levensloopverlofkorting van 188 euro op de loonbelasting. Die korting krijgt u als u uw gespaarde vermogen opneemt voor onbetaald verlof. De korting kan overigens niet meer zijn dan u aan belasting verschuldigd bent.
Daarnaast is er een fiscaal voordeel voor ouders die het levensloopvermogen gebruiken om ouderschapsverlof op te nemen. Het gaat om een heffingskorting, het bedrag wordt door de belastingdienst afgetrokken van de te betalen inkomstenbelasting. Het maximale bedrag komt neer op 632 euro per maand.
9. Hoe zit het met loonbelasting en premies?
Loonbelasting wordt niet bij het inleggen geheven, maar bij het uitkeren. Premies voor werknemersverzekeringen worden wel over de inleg geheven. Het vermogen dat u heeft gespaard, wordt fiscaal niet belast (geen ‘box 3 vermogen').
10. Betaalt mijn werkgever mee?
Dat hangt af van wat er is afgesproken. Vastgelegd in het pensioenakkoord is dat er 0,8 procent van het brutojaarsalaris beschikbaar komt voor de levensloopregeling. Afgesproken is nu dat de werkgever die 0,8 procent van het salaris bijdraagt aan de levensloopregeling van de werknemer. Heeft die werknemer geen boodschap aan de regeling, dan komt dat percentage boven op het brutosalaris. Even snel gerekend: bij een brutomaandsalaris van drieduizend euro komt er dan 24 euro bruto bij. Die collectief geregelde werkgeversbijdrage geldt niet voor degenen die onder het fpu-overgangsrecht vallen. En voor de goede orde: het reguliere spaarplafond blijft twaalf procent.
11. Kan ik tegelijkertijd meedoen aan de levensloopregeling en de spaarloonregeling?
Nee, allebei tegelijk is niet toegestaan. U moet voor het begin van het kalenderjaar kiezen.
12. Ook niet als ik twee banen en verschillende werkgevers heb?
Nee, ook dan niet.
13. Wat zijn de verschillen met de bestaande spaarloonregeling?
Bij de spaarloonregeling bedraagt de inleg per jaar maximaal 613 euro, bij de levensloopregeling ligt het plafond hoger: twaalf procent van het brutojaarsalaris. Pas bij het opnemen van uw levensloopvermogen rekent de belastingdienst de loonbelasting af, inclusief een fiscale korting. Bij spaarloon geldt de regel: na vier jaar (bij speciale doelen kan dat eerder) wordt het brutospaarbedrag omgezet in netto. Dat bedrag kunt u naar eigen inzicht besteden, dus ook aan die nieuwe inbouwkeuken of stacaravan.
14. Kan ik zelf bepalen met welke aanbieder ik in zee ga?
Ja, er geldt voor alle werknemers in Nederland de vrijheid om zelf een aanbieder te kiezen. Voor een levensloopregeling kunnen werknemers terecht bij banken, verzekeraars en pensioenfondsen. Zo biedt onderwijspensioenverzekeraar ABP via Loyalis een levensloopregeling aan. De keuze is aan u.
15. Valt er echt wat te kiezen dan?
Aan aanbieders geen gebrek. Aan rekenmodules op internet trouwens ook niet, maar die geven slechts een indicatie. Bovendien is vergelijken soms lastig, omdat de rekenprogramma's niet allemaal dezelfde gegevens vragen. Bovendien kunt u vaak ook nog kiezen tussen sparen, beleggen en een combinatie. Er wordt met spaarrendementen geschermd van vier procent, maar bij veel banken is een half procent daarvan bijvoorbeeld een actiepercentage voor één jaar. Sterretjes en kleine lettertjes niet overslaan dus.
16. En wat als ik mijn verlofvermogen helemaal heb opgenomen?
Dan kunt u opnieuw beginnen met sparen.
Artikelen