Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 28.05.2005 Auteur Rob Voorwinden
Een op de twaalf lessen in het voortgezet onderwijs valt uit en wordt niet ingehaald. De onderwijsinspectie spreekt er schande van, maar scholen hebben zelf vaak geen benul van hoeveel onderwijstijd er wordt vermorst. Gelukkig zijn er uitzonderingen.
Het Amstelveencollege, afdeling vmbo-t, schroefde twee jaar geleden het bord waarop de absenties werden genoteerd feestelijk van de muur. De leerlingen hoefden niet langer te weten of er lessen zouden uitvallen, want dat zou nooit meer gebeuren. Ook al waren de docent èn de vervanger tegelijk ziek, de les zou doorgaan, punt.
Het Amstelveencollege is daarmee een witte raaf in het land van het voortgezet onderwijs, waar lesuitval aan de orde van de dag is. De gemiddelde uitval is zo'n acht procent. Grofweg een op de twaalf lessen gaat dus niet door. Die lesuitval leidt vaak tot tussenuren waarin leerlingen door de school of door de buurt gaan zwerven. En uitgevallen lessen worden vrijwel nooit ingehaald, waardoor leerlingen een achterstand in het onderwijsprogramma kunnen oplopen.
De onderwijsinspectie klaagt al jaren over de te hoge lesuitval in het voortgezet onderwijs, onder andere omdat tussenuren nogal eens leiden tot spijbelen, en spijbelen kan weer uitmonden in voortijdig schoolverlaten. Scholen moeten dan ook absoluut ‘preventieve maatregelen nemen om het verlies van onderwijstijd zoveel mogelijk te voorkomen', schrijft de inspectie in het Onderwijsverslag 2004.
Maar scholen hebben zelf vaak geen enkel idee hoeveel lessen er eigenlijk uitvallen, zegt Jacob van der Wel, senior-onderzoeker van het bureau Regioplan. "Als scholen zien hoeveel lessen dat zijn, schrikken ze bijna altijd."
Uit onderzoek van Regioplan wordt duidelijk dat scholen, opvallend genoeg, de lesuitval vaak zelf veroorzaken. Veertig procent van de uitval komt doordat docenten elders nodig zijn: voor vergaderingen, het afnemen van examens of voor de begeleiding van schoolreisjes of werkweken. "Gaat de leraar Duits mee met een schoolreisje, dan valt Duits doorgaans uit voor de achterblijvende klassen", zegt Van der Wel. "De lesuitval gaat dan met sprongen omhoog."
Daarbij moet wel worden aangetekend dat het onderzoek van Regioplan werd gehouden in het voorjaar. Dat is nu eenmaal de tijd waarin veel schoolreisjes gepland worden. En natuurlijk vinden in die periode de examens plaats waar veel docenten moeten surveilleren. Maar ook in die drukke periode kan lesuitval met wat creatief roosteren voorkomen worden, zegt Van der Wel. "Bijvoorbeeld door alle schoolreisjes en buitenschoolse activiteiten van de hele school in één bepaalde periode te plannen, in plaats van hapsnap door het hele jaar. Daarmee kun je veel lesuren winnen."
Rust en regelmaat
Eenderde deel van de uitval van lessen wordt veroorzaakt door ziekte van de docent. Dat proberen scholen doorgaans op te vangen door ster- of stip-uren in te stellen: uren waarin andere docenten als achtervang fungeren. Vrijwel elke school heeft zo'n systeem, maar het is bijna nergens zo ver ontwikkeld als op het Amstelveencollege.
"In het kader van reinheid, rust en regelmaat wilden we dat er geen enkele les meer zou uitvallen in het vmbo-t", vertelt afdelingsmanager Mariëlle Zijl. "Want vmbo'ers hebben vaak last van ruis op de lijn, ze hebben behoefte aan structuur. Dus hebben we onze werkwijze daarop aangepast. Iedere dag begint om half negen, er zijn nooit tussenuren, er vallen nooit lessen uit en je bent rond twee uur 's middags klaar."
Als docenten van het Amstelveencollege ziek worden, bellen ze uiterlijk 's ochtends vroeg naar school. Er wordt dan meteen een vervanger ingeseind, die aan de hand van werkschema's kan zien hoe ver de klas is gevorderd met de lesstof en wat er die dag moet gebeuren. Dat gaat wel eens mis, geeft Zijl toe. "Die schema's zijn een weerbarstig fenomeen, als je iets achter- of voorloopt met je lesstof kloppen ze niet helemaal meer."
Maar met wat improvisatie lukt het de invaller altijd wel om de les over te nemen. Veel docenten hebben een dubbele bevoegdheid. En met aardrijkskunde of geschiedenis voor de derde klas vmbo-t kan eigenlijk iedereen wel uit de voeten. De invallers ontmoeten steeds minder weerstand, zegt Zijl. "Het eerste jaar was wezenloos moeilijk, omdat de kinderen gewend waren dat ze vrij hadden als de docent ziek was. Maar we doen dit nu drie jaar en de invallers hoeven niet meer te bevechten dat de les doorgaat. De leerlingen weten niet beter."
Om te garanderen dat alle lessen doorgaan, zijn er voor elke les altijd twee mogelijke invallers vrijgeroosterd. Die zijn speciaal geselecteerd. "Je hebt docenten nodig die het leuk vinden om eens een ander vak te geven, die niet gestresst raken en die een groep aan het werk kunnen zetten", somt Zijl op. "Echte lesboeren dus. Sommige docenten vinden dat erg leuk, maar er zijn ook docenten die er een ontzettende hekel aan hebben. Die erg gehecht zijn aan hun eigen vak en hun eigen structuur. Dat geeft niets, maar die moet je dan zo weinig mogelijk inzetten op de ster-uren."
Griepgolf
Als de ster-docenten niet hoeven in te vallen voor zieke collega's, gebruiken ze de uren voor andere taken. Zoals het nakijken van proefwerken, surveilleren of het overnemen van klassen van docenten die met coaching of intervisie bezig zijn. Maar het begin en eind van het liedje is toch dat er voor elk uur twee vervangers zijn vrijgeroosterd. Dat is niet goedkoop. "Als je 35 lessen per week geeft, heb je dus zeventig uur extra ingeroosterd staan", legt Zijl uit. De school betaalt dat door. Zijl: "Wij kiezen voor het bestrijden van lesuitval en dat gaat inderdaad ten koste van een aantal andere dingen, zoals verrijkingprojecten, reisjes en een toneelklas."
Aan de andere kant levert het systeem van ster-uren ook geld op. "Het betaalt zich terug in een lager ziekteverzuim. Want je blijft als docent niet te lang doorlopen met een kwaal, want je weet dat een collega je lessen makkelijk kan overnemen. En je weet dat je, als je terugkomt, geen failliete boedel op je bureau aantreft in de vorm van achterstand van je leerlingen. Je kunt rustig ziek worden en rustig terugkomen."
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er dit jaar wel een of twee lessen zijn uitgevallen op de afdeling van het Amstelveencollege, toen de griepgolf zes docenten tegelijk velde. Maar verder werkt het systeem heel aardig. Wel wordt overwogen om per volgend jaar gymlessen die aan het begin of einde van de dag uitvallen, niet meer te vervangen. Zijl: "Een vervanger kan sowieso geen gym geven omdat hij of zij daar niet bevoegd voor is. De vervangers zetten de leerlingen dan zelfstandig aan het werk. Moet je in dat geval, als je weet dat de volgende dag het eerste uur gym uitvalt, de leerlingen toch laten komen? Dat is eigenlijk kindje pesten en zonde van de energie en van de mensen, die heb je elders harder nodig."
Verlokkingen
Ook het Kennemercollege in Beverwijk steekt veel tijd en geld in het voorkomen van lesuitval met een systeem van stip-uren. Daardoor worden in de eerste klassen van het vmbo-t bijna alle lessen vervangen, vertelt adjunct-directeur Simon de Joode. "De leerlingen komen dan net de nieuwe wereld van het voortgezet onderwijs in, met alle verlokkingen en gevaren. We proberen ze daarom het grootste gedeelte van de dag op school te houden, net zoals ze in het basisonderwijs gewend waren."
De eerste en laatste uren van de dag worden op het Kennemercollege niet vervangen. Als een docent ziek is, belt hij 's ochtends twee leerlingen van de telefoonketen. leerlingen die het verste weg wonen, staan boven aan de lijst. Daarna bellen de leerlingen elkaar en zo verspreidt de - voor leerlingen - blijde boodschap zich. De Joode: "Als een docent om kwart over zeven de eerste twee leerlingen belt, lukt het wel om iedereen te bereiken. Belt hij om kwart voor acht, dan zijn sommigen al op weg naar school."
Als een uur midden op de dag uitvalt, neemt een vervanger de les over. Elke docent heeft een bepaald aantal stip-uren in zijn weektaak - maximaal twintig per jaar - waarop hij beschikbaar moet zijn om in te vallen. Dat geeft geen onoverkomelijke problemen in het rooster, zegt De Joode. "Maar wij hebben de mazzel dat we achthonderd leerlingen vmbo-t hebben. We hebben daarom veel dezelfde groepen: zeven eerste klassen, acht tweede klassen, enzovoort. Docenten kunnen die relatief makkelijk van elkaar overnemen."
De invaller kijkt eerst in de studiewijzer waar zijn zieke collega is gebleven in de lesstof. Voor vakken die moeilijk zijn op te vangen, zoals beeldende vorming, liggen er noodlessen in taal- en rekenvaardigheid op de plank. De Joode: "Als je het helemaal niet meer weet, zijn er nog kisten met stripboeken. Dan voorkom je in ieder geval dat de leerlingen door de school gaan zwerven."
Uurtje hier, uurtje daar
Een ander systeem om lesuitval te voorkomen is het werken met kernteams. Lagere lesuitval is een bijproduct van die teams, waarbij het onderwijs wordt verzorgd door een klein aantal leraren die elk meerdere vakken geven. De leerkrachten zien daardoor de leerlingen vaker dan in een traditioneel opgezette basisvorming, met veertien docenten voor veertien vakken. De docenten bouwen zo een hechtere band op met de kinderen, wat zeker in het vmbo een voordeel betekent.
In kernteams vangen docenten makkelijker de taken van zieke collega's op, zo is de gedachte van onder andere de inspectie. "In een klein team laat je elkaar minder snel vallen", noemt Van der Wel van Regioplan als voordeel. "Je verantwoordelijkheidsgevoel is veel groter", erkent John van Kempen, teamleider op de Grundel in Hengelo waar de kernteams zijn ingevoerd in het leerwegondersteunend onderwijs en de basisberoepsgerichte leerweg. "Als iemand ziek wordt, worden de uren gewoon onderling verdeeld: jij een paar uur erbij, jij een paar uur, enzovoort."
Dat lijkt ideaal. "Maar als de docent die wiskunde en biologie en natuur- en scheikunde geeft ziek wordt, kun je je voorstellen wat er gebeurt", zegt Van Kempen. "Dan moet je niet een tussenuur opvangen, maar meteen een hele lesdag. En dat is toch moeilijk."
Of andere scholen nog meer manieren hebben gevonden om lesuitval tegen te gaan, zal blijken uit het tweede onderzoek naar dit onderwerp dat Regioplan op dit moment uitvoert. De resultaten worden dit najaar bekend en zullen voor veel scholen verrassend zijn, voorspelt Van der Wel. "Nogmaals, veel scholen hebben vaak geen notie van de omvang van hun lesuitval. En als je daar geen idee van hebt, heb je ook geen idee wat je eraan zou kunnen doen."
| Verplicht invallen? Petra Rombouts, AOb-lid en docent op het Piter Jelles Junior te Leeuwarden, is boos. "Sinds kort worden leerkrachten bij ons een of twee keer per week ingedeeld om de lessen van zieke collega's op te vangen. Maar daar krijg je dan niet extra voor betaald. Dat is toch niet in de haak?" "Dat hangt van een aantal zaken af", reageert Steven van Woerkens, juridisch medewerker van de AOb. Scholen die hun docenten laten invallen voor zieke collega's hebben, als het goed is, een percentage van de normjaartaak gereserveerd voor dat invalwerk. Maar dat is lang niet altijd het geval. "Want de jaartaak is nogal eens onoverzichtelijk. Welke elementen zitten erin? Het aantal uren dat een docent lesgeeft of invalt is prima uit te rekenen, maar zaken als deskundigheidsbevordering zijn niet altijd even grijpbaar in uren." Als het invallen niet expliciet in de jaartaak is opgenomen, adviseert Van Woerkens docenten om er compensatie voor te vragen in de vorm van bijvoorbeeld extra vrije tijd of uitbreiding van de aanstelling. "Weigert de werkgever dat, laat dan de redenen op schrift stellen en stap ermee naar de bond", is zijn advies. Het invallen was op Piter Jelles Junior ‘pure noodzaak', verklaart directeur Hawe van der Panne. "We hadden om diverse redenen opeens veel uitval van lessen en het personeel had diverse oplossingen aangedragen. Daar heb ik, na overleg met de docenten, een noodregeling van gemaakt. En voor het komend jaar wordt er een nieuw systeem opgezet." Volgens Van der Panne wordt het invallen op zijn school zeker niet dwingend opgelegd. Maar het invallen voor zieke collega's is ook niet opgenomen in de normjaartaak. Mocht het invallen ooit wel in die jaartaak worden opgenomen, dan wil Van der Panne ook dat lessen die een docent niet geeft, van de jaartaak worden afgetrokken. "Er vallen gedurende het jaar altijd lessen voor een docent uit omdat zijn klas op sportdag of studieweek is." En die uren krijgt de docent wel betaald, terwijl hij niet voor de klas hoeft te staan. "Als we het invallen in de normjaartaak opnemen, dan wil ik ook de uitval erin opnemen. Dan gaan we dat verrekenen." Van der Panne heeft sterke twijfels of die rekensom wel positief zal uitpakken voor de docenten. |
Artikelen