Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 01.04.2006 Auteur Rob Voorwinden

Openbaar onderwijs moet zich beter profileren

De kranten staan bol met de problemen van het openbaar onderwijs. Waar moet het naar toe met deze scholen? Het Onderwijsblad peilde de meningen.

Philip Geelkerken, directeur van besturenorganisatie Vos/ABB:
"De negatieve berichtgeving van de laatste weken doet geen recht aan de werkelijkheid. De leerlingaantallen nemen bijvoorbeeld zeker niet dramatisch af in het openbaar onderwijs. Bij een aantal scholen gaan ze omlaag, maar bij andere scholen juist omhoog. Verder is de verzelfstandiging van het openbaar basisonderwijs een hele grote operatie, die maar in een paar gevallen niet goed verloopt.
We moeten dan ook echt oppassen voor het Calimero-effect. Want het openbaar onderwijs is geen restgroep, het zijn scholen met een mooie maatschappelijke opdracht: onderwijs voor alle kinderen. Dat zullen we echter wel, meer dan voorheen, duidelijk moeten maken aan de ouders. Hoe geeft een school inhoud aan het openbare karakter? Waar staat de school voor? Welke normen en waarden worden er overgedragen, en waar blijkt dat uit? Op die vragen moet elke school zelf antwoord geven."

Simone Walvisch, lid van het college van bestuur van het Openbaar Onderwijs Almere (51 basisscholen, 4 scholen voortgezet onderwijs):
"Wij kiezen als openbaar onderwijs voor maatschappelijke betrokkenheid. We nemen onze verantwoordelijkheid wat betreft het onderwijs, de zorg en de opvang voor alle kinderen van Almere, van drie tot twintig jaar, en we trekken ons niet terug achter de schooldeuren. Wat dat betreft is het jammer dat de overheid in sommige plaatsen lijdzaam tolereert dat confessionele schoolbesturen zich op een bepaalde groep leerlingen richten, doorgaans havo of vwo, waardoor het vmbo dreigt over te blijven voor het openbare onderwijs. Daardoor gaan mensen de openbare scholen soms als afvalbak zien.
We starten hier in Almere elk jaar een nieuwe openbare basisschool. De nieuwste school heeft de opdracht gekregen om het hele onderwijs te doordesemen met ‘actief burgerschap'. Daarbij leren kinderen om hun verantwoordelijkheden te nemen, er komt bijvoorbeeld een leerlingenraad die beslissingen neemt over de zaken die de leerlingen raken. Dan leer je om te argumenteren en om verantwoordelijkheid te dragen, om samen te werken met leerlingen van andere culturen en geloven. Dat is onze identiteit, dat is het wezen van openbaar onderwijs."

Jos Koene, bovenschools directeur van het openbaar basisonderwijs Nobego (12 scholen) in Zeeland:
"Onze leerlingaantallen zijn wat teruggelopen, en we zijn nu op zoek naar de oorzaak daarvan. Ik denk dat er wat mis zou kunnen zijn met het imago van het openbaar onderwijs, en dat gaan we nu proberen te veranderen. Bijvoorbeeld door onze gebouwen te verbeteren, en door aan de ouders duidelijker te maken hoe we hier met de leerlingen omgaan. Ook zijn we begonnen met open dagen, en de belangstelling daarvoor is best goed."

Adri Rooijakkers, directeur van de basisschool de Tovercirkel in Heerlen en secretaris van de Avmo, de afdeling voor openbaar onderwijs van de AOb:
"Als openbare basisschool heb je een ideëel doel: om kinderen in gezamenlijkheid toe te leiden naar de maatschappij, en ze dus al vroeg in contact te laten komen met mensen met andere overtuigingen en denkwijzes. Samen dus, en niet in aparte hokjes - zoals dat op confessionele scholen gebeurt. Wat dat betreft is het toch wonderlijk dat onze confessionele broeders in bepaalde regio's een groot marktaandeel hebben, op grond van iets waar eigenlijk weinig vraag meer naar is. Tenminste, gezien de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen zit Nederland niet te wachten op een bestuur van dominees en pastoors.
In het najaarscongres van de Avmo gaan we de identiteit en de pluriformiteit van het openbare onderwijs beter op de kaart zetten. We moeten in elk geval duidelijk maken dat het openbaar onderwijs middenin de maatschappij staat en open staat voor alle opvattingen en godsdiensten. Zelf heb ik op mijn school bijvoorbeeld kinderen van Jehova's getuigen, die grote moeite hebben met de sinterklaasviering. Met die ouders ga je dan als openbare school in gesprek, en eventueel bied je die kinderen een alternatief aan. Maar we zeggen niet: ‘Hier is de Sint - slikken of stikken.' Want in het openbaar onderwijs bespreek je waarom je medemensen soms anders zijn of anders denken en je komt er met elkaar uit. Dat hoort bij de pluriformiteit."

Henk Strietman, directeur van de Besturenraad - de organisatie van protestants-christelijke scholen:
"Openbare scholen moeten laten zien waar ze voor staan. Scheep mij nou niet af met de mededeling: ‘Wij zijn neutraal, wij zijn algemeen toegankelijk', want neutraal onderwijs is in deze tijd eigenlijk misdadig. De school speelt tegenwoordig immers een heel belangrijke rol in de opvoeding.
Openbare scholen moeten daarom laten zien welke waarden zij willen delen met de leerlingen, welke tradities zij een plekje willen geven, hoe zij aansluiten bij zaken die de leerlingen thuis meemaken - of ze nu christelijk, islamitisch of humanist zijn. Waar staan wij voor, en hoe merkt men dat? Die vraag moeten de scholen beantwoorden.
Als de openbare scholen zich meer profileren, gaan ze ook meer op het bijzonder onderwijs lijken. Want je gaat jezelf dan een identiteit aanmeten, alleen niet op het gebied van geloof en godsdienst. Volgens sommigen is zo'n identiteit de dood in de pot, omdat de scholen dan niet langer openbaar en neutraal zijn. Maar zonder identiteit ben je helemaal niets, en dat wens ik niemand toe."

Doormailen    Printversie








andere achtergrond