Bron het onderwijsblad Publicatiedatum 19.03.2005 Auteur Lisette Douma
Het daltononderwijs groeit. Niet alleen ouders, maar ook studenten lopen er warm voor. En daar spelen de pabo's op in. Verschillende hogescholen bieden daltonprogramma's aan en de Saxion hogeschool in Deventer wil een lector daltononderwijs aanstellen.
"Het daltononderwijs is bijna een hype aan het worden - zo snel groeit het", zegt René Berends, docent Nederlands en opleider daltononderwijs aan de Saxion hogeschool in Deventer. Op dit moment telt Nederland 224 daltonbasisscholen en achttien daltonscholen voor voortgezet onderwijs. In de jaren zeventig waren er slechts tientallen. Jaarlijks komen er vijf à tien nieuwe dalton(basis)scholen bij.
De grote groei begon in de jaren tachtig, toen men op zoek ging naar een alternatief voor de reguliere basisschool. Dat alternatief wordt nog steeds gezocht. En dat is eigenlijk wel opmerkelijk, want de reguliere basisschool lijkt steeds meer op een daltonschool. Het daltononderwijs ontleent haar principes aan de mens- en maatschappijvisie van Helen Parkhurst. Die visie kenmerkt zich door de principes zelfstandigheid, vrijheid, verantwoordelijkheid en samenwerken.
In het reguliere onderwijs kom je deze principes nu voortdurend tegen. "Andere scholen voeren steeds meer daltonmaniertjes in - het nieuwe leren", zegt Dick de Haan, daltoncoördinator aan de Theo Thijssenacademie van de hogeschool van Utrecht. In het kader van ‘het nieuwe leren' zijn basisscholen driftig aan het vernieuwen. Geen klassikaal onderwijs meer, maar zelfstandig werkende leerlingen, vaak met hulp van computers, al dan niet in groepjes, onder begeleiding van een mentor. "Veel scholen richten zich op zelfstandigheid van de leerling", vertelt Berends van Saxion. "Organisatorisch is daltononderwijs ook gericht op zelfstandigheid. De advocaat van de duivel zou zeggen ‘zelfstandigheid is niet uniek'. Dat geldt ook voor samenwerken en het geven van vrijheid."
Meetbaar
Waarin onderscheidt het daltononderwijs zich tegenwoordig dan nog? "Dat is een lastige vraag. Eigenlijk bestaat er onvoldoende literatuur over het daltononderwijs. Zeker nu er ogenschijnlijk minder verschillen zijn tussen regulier- en daltononderwijs moeten de daltonscholen zich meer profileren", zegt Berends. Om dat te doen wil Saxion een lector daltononderwijs aanstellen, die een onderzoeksprogramma gaat opzetten. Het is de bedoeling dat de lector deels wordt betaald vanuit het landelijke fonds voor lectoraten en deels door de Nederlandse Daltonvereniging (NDV). Formeel staat de komst van het lectoraat nog niet vast. "Maar wij verwachten rond 1 januari 2006 de lector aan te kunnen stellen."
De lector krijgt het druk. "Het lectoraat moet een stevige wetenschappelijke onderbouwing creëren van wat daltononderwijs nou precies is", vindt Koen Groeneveld, ambtelijk secretaris van de NDV. "De lector zou de verschillende fasen op de ontwikkelingslijnen van daltononderwijs meetbaar kunnen maken, zodat je nog beter weet waar je als school aan moet werken om je daltononderwijs verder te ontwikkelen."
De knop om
Is daltononderwijs nu dan niet meetbaar? Groeneveld: "Als het goed is, kun je een daltonschool onderscheiden door bijvoorbeeld het gebouw. Er is veel ruimte voor het werken in groepjes. En men ziet de leerling in het daltononderwijs als volwaardig individu - dat is ook onderscheidend." Bovendien is het daltononderwijs meer dan een organisatorisch principe, benadrukt René Berends van Saxion. "Een daltonschool moet leerlingen opvoeden tot zelfbewuste, verantwoordelijke mensen." Hiervoor worden de daltonprincipes ingezet. Leraren spelen een belangrijke rol. "Leerkrachten moeten de knop omzetten. In het daltononderwijs zijn leerkrachten meer dan in het reguliere basisonderwijs bereid om de onafhankelijkheid van leerlingen te stimuleren", zegt De Haan van de Theo Thijssenacademie in Utrecht. Om dit te doen, moet de leraar wel een daltonmentaliteit hebben. "Als je leerlingen meer onafhankelijkheid geeft, neem je meer risico. Je moet er dan op vertrouwen dat leerlingen die onafhankelijkheid aankunnen. Je moet het aandurven." En dat kan lastig zijn. "De meeste leerkrachten op een traditionele basisschool zitten bovenop hun leerlingen. Een leerkracht op een daltonschool moet zijn leerlingen meer loslaten", vertelt Martin van Veelen, directeur van de pc daltonschool de Rietakker in De Bilt.
De knop moet dus om. Wie in het daltononderwijs gaat werken, moet weten of hij dat kan. Sinds een aantal jaren kan een toekomstige leraar op de pabo kennismaken met het daltononderwijs. Nederland telt vier pabo's waar studenten een door de NDV erkend daltonprogramma of een erkende daltonafstudeerrichting kunnen volgen.
In 1995 startte de Theo Thijssenacademie met een daltonprogramma. "Wij wilden in de opleiding meer aandacht voor vernieuwingsonderwijs, daarom hebben we samen met de NDV dit programma aangeboden", vertelt De Haan. De inhoud van het daltonprogramma verschilt per pabo. Van de vereniging moet een erkende daltonvariant minimaal vier studiepunten tellen - dat staat gelijk aan 160 studie-uren.
Dobbelstenen
Op de Theo Thijssenacademie kunnen studenten in het tweede jaar kiezen voor het daltonprogramma. "Wanneer ze die keuze maken, krijgen ze vrijstelling van een aantal keuzevakken en maken ze kennis met een achttal thema's over het daltononderwijs. Aan de hand van die thema's doen ze zelfstudie; geheel op de daltonmanier. Door middel van taken worden zij gestimuleerd om dingen uit te proberen in de praktijk. Door het programma krijgt het begrip ‘zelfstandig werken' vorm."
Het Utrechtse daltonprogramma duurt twee jaar. Wie het volgt, moet ook stage lopen op een daltonschool. "Van alle daltonscholen is geen enkele hetzelfde. Je kunt niet alles leren over daltononderwijs uit een boek, je moet het in de praktijk ondervinden", zegt De Haan. Ook Koen Groeneveld van de NDV onderstreept het belang van praktijkervaring. "Elke school uit de daltonprincipes anders. Zo is er bijvoorbeeld een school die met dobbelstenen werkt. Wanneer een leerling zijn dobbelsteen op een bepaald teken legt, weet de leraar dat de leerling een vraag heeft. Dat soort praktijkkennis leer je niet op school."
Toch is de stage op een daltonschool niet bij elke pabo een onderdeel van de daltonvariant. In Deventer bijvoorbeeld niet. "De school heeft die wens wel, maar het is organisatorisch erg lastig", vertelt Berends van de Saxion hogeschool. In Deventer kan de pabo-student namelijk pas in het vierde jaar voor de daltonvariant - in dit geval afstudeerrichting - kiezen. Tegen die tijd heeft de student al drie keer stage gelopen. "Studenten die de afstudeerrichting kiezen, moeten wel met gerichte vragen naar daltonscholen toe. Op die manier hebben ze in ieder geval eens zo'n school bezocht."
| Dalton is geen concept, maar een uitgangspunt' "Als daltondocent moet je de luis in de pels van je collega zijn." Aan het woord is Elo Andringa, freelance daltonconsulent. Tijdens het Daltoncongres dat 8 maart georganiseerd werd op de Theo Thijssenacademie in Utrecht leidde Andringa een stevige discussie met pabo-studenten. De meningen over het daltononderwijs verschillen. "Ik heb voor het daltonprogramma gekozen omdat ik op een reguliere basisschool de daltonprincipes in mijn eigen klas wil toepassen", vertelt een pabo-student. Daar hebben leerlingen niets aan, denkt een collega. "Wat doet de leraar na jou?" De daltonprincipes moeten een kind onafhankelijkheid leren. "En dat leer je niet in een jaar, daar moet je dus als school voor gaan." Maar dat is voor velen lastig. "Dalton is geen concept maar een uitgangspunt", zegt Andringa. Elke daltonschool zet dat uitgangpunt anders in. En niet elke school doet dat volgens hem even goed. "Op negen van de tien daltonscholen vind ik de daltonprincipes eigenlijk alleen terug in de organisatie. Er wordt gewerkt met taken, zelfstandig werken en samenwerken. Maar ben je daardoor meteen een daltonschool?" |
Artikelen
Links