Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 24.02.2007 Auteur Lisette Douma
Veroordeeld, afgekraakt, afgebrand. Wanneer een school van de Onderwijsinspectie het stempel ‘zeer zwak' krijgt, lopen de emoties hoog op. Friese leerkrachten weten er alles van. "Vroeger kreeg een kind dat niet meekwam een bordje om de nek met daarop het woord ‘ezel'. Zo voelt het predicaat voor mij ook."
"Als je in de krant leest dat je school onder curatele wordt geplaatst, als je zo wordt afgekraakt, doet dat zeer. Toen wij voor de zomer van de Onderwijsinspectie het predicaat ‘zeer zwak' kregen, was de klap ontzettend zwaar. Hebben we zoveel verkeerd gedaan, vroegen we ons steeds af. Ik dacht terug aan al die leerlingen die hier op school hebben gezeten, die toch best goed terechtgekomen zijn. De hele heisa die het predicaat ‘zeer zwak' met zich meebrengt is vreselijk. Hoe de pers hiermee omgaat geeft een heel vervelend gevoel."
Aan het woord is leerkracht Jannie Bouma. Ze heeft een emotioneel schooljaar achter de rug. De school waarop Bouma werkt, basisschool de Twirre in Ureterp, is namelijk door de inspectie van het onderwijs op de lijst van zeer zwakke scholen geplaatst. Het is niet de enige Friese school die daar op prijkt. Alleen al de gemeente Opsterland, waarin Ureterp ligt, telt vier zeer zwakke scholen die onder verscherpt toezicht van de inspectie zijn geplaatst. Twee andere scholen dragen het stempel ‘zwak'. Op vrijwel alle Opsterlandse openbare basisscholen presteren de leerlingen volgens de Onderwijsinspectie beneden peil bij taal, rekenen en wiskunde. Ook de Cito-scores zijn te laag. In de rest van de provincie gaat het niet veel beter. Onder de 83 basisscholen die landelijk te boek staan als ‘zeer zwak', bevinden zich zeventien Friese scholen.
Dicht
"Langzaamaan vindt er een verschuiving plaats. Stonden de zeer zwakke scholen eerst voornamelijk in de Randstad, nu gaat het vooral om plattelandsgemeenten", vertelt Clementine van der Hoek, specialist zwakke scholen. Tijdens een door de AOb georganiseerde informatiebijeenkomst begin februari - bedoeld om docenten op zwakke scholen te ondersteunen - voert Van der Hoek namens de inspectie het woord. Aan haar de taak tientallen boze en verdrietige leerkrachten uit te leggen waarom de inspectie hun school heeft berispt.
Volgens Van der Hoek hebben zwakke scholen met elkaar gemeen dat er wat schort aan het onderwijsleerproces. Ook spelen ‘contextfactoren', zoals onenigheid in het team of wisselend management, vaak een rol. Dat laatste komt Jan Willem Veensma, AOb-sectorconsulent, bekend voor. Hij werkt op de Kampingerhof, een school voor speciaal basisonderwijs in Oosterwolde. "Mijn school heeft ook het predicaat ‘zeer zwak' gekregen. In vier jaar tijd hebben wij drie verschillende directieleden gehad. Daaraan wijten wij het negatieve oordeel van de inspectie", zegt Veensma. "Als een school het stempel ‘zeer zwak' krijgt, heeft dat voor een groot deel te maken met het bestuur, met de papierwinkel."
Van der Hoek benadrukt dat niet alleen bestuur en management verantwoordelijk zijn voor de achterlopende prestaties van leerlingen. "In Friesland is lange tijd gewerkt met verouderd materiaal. De meeste scholen hebben dat nu gemoderniseerd, maar een nieuwe methode moet gekoppeld worden aan nieuwe didactiek en dat gebeurt vaak niet."
"Wat is nou verouderd", vraagt Bouma van de Twirre zich af. "De meeste methoden die wij gebruikten, waren helemaal niet zo oud. Wel hebben wij zelf een aantal jaren aangegeven dat wij in de overgang groep 3/4 graag andere taal- en leesmethodes zouden gebruiken. Maar er was geen aansturing, we hadden geen directeur die zich daar hard voor kon maken, want er was geen directeur. We konden beter wachten op een nieuwe directie. Al met al kwam er niets van. Dus hebben we geroeid met de riemen die we hadden."
Inmiddels zijn alle methodes op de Ureterpse basisschool vernieuwd, een belangrijk onderdeel van het verbeteringstraject waarin de Twirre net als andere zeer zwakke scholen zit. "Alles moest ineens anders", vertelt Bouma. "Vorig jaar is een complete methode Leeslijn aangeschaft. Die schijnt nu alweer niet goed bevonden te worden. Moeten we weer iets anders. Wij hebben tijd nodig, we moeten die methodes ons langzaam eigen maken."
Vandaar dat de inspectie de scholen twee jaar de tijd heeft gegeven orde op zaken te stellen. Presteren ze dan naar het oordeel van de inspectie nog steeds ondermaats, dan gaat de school dicht. "Een enorme druk", ervaart Bouma.
Fatsoen
Die twee jaar heeft de Twirre echt nodig, zegt directeur Marcel Kwint. "Het werkt drukverhogend om het sneller te willen. En ons team heeft al voldoende klappen moeten opvangen." Kwint was nog niet aan de Twirre verbonden toen de inspectie haar oordeel velde. Hij werkt er sinds september 2006. "Ik sta maar één middag voor de klas. Ik ben regisseur van het verbetertraject. Ook ontlast ik de mensen die voor de groepen staan en neem hen papierwerk uit handen. Ik moet vooral proberen de rust te bewaren."
Kwint begrijpt wel hoe de inspectie tot haar oordeel is gekomen. "De aspecten in het toezichtkader die de inspectie als onvoldoende heeft bestempeld zijn door een externe deskundige - Hans van Dael, oud-inspecteur - nogmaals getoetst. Hij kwam tot dezelfde bevindingen. Op basis daarvan zijn destijds verbeterplannen opgesteld. Collega's zijn er dus best van overtuigd dat dingen moeten veranderen."
Bouma: "Verbeteren kan natuurlijk altijd. Maar ik begrijp niet altijd hoe ze tot hun oordeel zijn gekomen. Tijdens het laatste inspectiebezoek kwam de inspectrice welgeteld dertien minuten bij mij in de klas, vragen werden niet gesteld. Dat ze dan wel zo'n stempel kunnen geven, is pijnlijk."
Tijdens de AOb-bijeenkomst begin februari toonden meer scholen zich ontevreden over het optreden van de inspectie. Volgens sommigen ontbreekt het de toezichthouders aan fatsoen. "Wat ik erg in het hele verhaal mis is de nazorg", zegt een leraar van de Prinses Margrietschool in het Drentse Smilde. "Kent u Leefstijl? Daarin komt naar voren dat hoe vaker wij ‘nee' roepen, hoe meer weerstand er komt. Zo is het ook met de inspectie. Ik zou liever zien dat de inspectie ons complimenteert als het goed gaat, in plaats van afstraft als het minder gaat."
"Waarom moet je scholen op zo'n manier aan de schandpaal nagelen", vraagt leerkracht Joop Zwart van de Tsjerne in Gorredijk zich af. "Bij de inspectie ontbreekt het aan een aantal competenties. Vroeger kreeg een kind dat niet mee kon komen een bordje om de nek met daarop het woord ‘ezel'. Zo voelt het predicaat voor mij ook. De inspectie heeft mij afgebrand, tot op de grond."
Papierwerk
Veel teams willen met de inspecteurs om de tafel. "Als ik naar het inspectierapport kijk - dat ook gewoon op internet staat - snap ik niet altijd hoe ze tot een dergelijk oordeel zijn gekomen. Ze zijn het ook nooit komen toelichten bij de betrokken leerkrachten", aldus Bouma van de Twirre.
"Misschien is daar een taak weggelegd voor de AOb. Dat er niet nabesproken wordt, kan ook anders", zegt AOb-rayonbestuurder Baps Snijdewind. "Ik heb weer contact gezocht met de inspectie. Scholen die verbeteringen aanbrengen, zouden bijvoorbeeld een pluim moeten krijgen van de inspectie. Nu staat een school minimaal twee jaar als ‘zeer zwak' op de site van de inspectie. Terwijl in de tussentijd vaak dingen verbeteren. Dat zou eerder op internet gezet kunnen worden."
Ook gaat de AOb een aantal punten die tijdens de bijeenkomst naar voren kwamen, landelijk aan de orde stellen. Zoals de administratieve lasten. "Scholen moeten zelf de vorderingen van leerlingen in de klas bijhouden, anders ziet de inspectie ze niet. Veel kleine plattelandsscholen deden dat niet, dat ze het nu wel doen is een lastenverzwaring."
Bouma van de Twirre: "Veel dingen deden we in de klas al. Ze zaten in ons hoofd. Nu moet alles op papier. Ik wil niet zeggen dat schriftelijke bevindingen overbodig zijn. Maar op een gegeven moment is de energie die je in administratie stopt overheersend."
Snijdewind van de AOb zou de Friese ‘zeer zwakke' scholen graag vaker bij elkaar brengen. Een netwerk opzetten van lotgenoten die gezamenlijk hun problemen te lijf gaan. Haar idee vindt geen weerklank. "Scholen ervaren zo'n netwerk als nog een klus erbij. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen."
Ambitie
Aan zelfreflectie ontbrak het de Friese scholen enigszins tijdens de informatiebijeenkomst. "We hebben het gehad over wat de inspectie verkeerd heeft gedaan, wat de AOb zou kunnen doen, maar wat mij betreft te weinig over wat de scholen zelf kunnen veranderen", zegt rayonbestuurder Snijdewind.
Plattelandsscholen opereren als eilandjes, is een van de kritiekpunten van de inspectie. "Vooral in het noorden werken veel scholen geïsoleerd. Ze krijgen weinig impulsen van buiten. Werken met een klein team waarin weinig verandert. Ook de verwachtingen van de ouders stijgen niet", reageert Van der Hoek. "Laten we alsjeblieft afstappen van het idee dat deze kinderen het niet kunnen."
Deze kritiek wordt gedeeld in het rapport Presteren naar vermogen. De Onderwijsraad spreekt van ‘onderbenutting'. ‘Bij autochtone kinderen van laagopgeleide ouders stapelt de onderbenutting zich langzaam op. Het begint met de lage verwachtingen van de leerkracht, vervolgens krijgen ze lagere adviezen dan andere kinderen met vergelijkbare prestaties en ten slotte kiezen ze (en hun ouders) zelf voor een lager schooltype dan ze gezien hun prestaties vermoedelijk aan zouden kunnen. In tegenstelling tot de allochtone leerlingen blijken ze in het voortgezet onderwijs niet in staat deze neerwaartse spiraal om te buigen. Ze eindigen in het vierde jaar van het voortgezet onderwijs dan ook lager dan de (toch al lage) verwachtingen die de leerkracht in groep 4 van hen had.' Volgens de Onderwijsraad komt onderbenutting vooral in Friesland veel voor. Het lage opleidings- en ambitieniveau van veel ouders zou mede de oorzaak zijn.
"Wij hebben te maken met taalzwakke kinderen", vertelt Bouma van de Twirre. "Bovendien heeft Opsterland altijd vooropgelopen als het er om gaat kinderen binnen de poort te houden. Ik heb het gevoel dat we daar nu voor afgestraft worden."
Van een dubbeltje maak je geen kwartje, vinden veel leerkrachten die aanwezig zijn bij de informatiebijeenkomst van de AOb. "Ik pleit voor een soort postcodesystematiek zoals verzekeraars die hanteren", zegt een leraar van de Prinses Margrietschool. Zijn school in Smilde staat niet op de zwarte lijst van de inspectie. "Nog niet", denkt hij zelf. Want Drenthe telde een paar maanden geleden slechts drie zeer zwakke scholen. Nu zijn dat er al veertien. Volgens de Drentse leraar geldt de provincie als risicogebied. En dus moeten er andere normen komen voor dat gebied. "Daar waar mensen meer kans op schade hebben, hanteren verzekeraars andere criteria. Zo zou de inspectie om moeten gaan met meer kans op leerachterstand."
Een slecht plan, meent Van der Hoek. "We moeten uitkijken om onszelf op een andere manier te bekijken. Scholen op de Waddeneilanden, vrije scholen, jenaplanscholen: allen zeggen dat ze anders onderwijs geven en dus een ander toetsingskader willen. Als u zegt dat er in Smilde een andere aanpak nodig is, zegt de inspectie ‘prima'. Zet andere middelen in om tot hetzelfde resultaat te komen."
"Met een postcodesystematiek bevestig je dat de maat hier anders zou zijn. Dat doet geen recht aan de vele scholen in het noorden die wel een positieve beoordeling krijgen. Het is een diskwalificatie van je mogelijkheden", vindt ook directeur Kwint van de Twirre. "Wij werken met een groep mensen die er met hart en ziel voor gaan. Zelfsturend zullen wij het onderwijs weer op een niveau brengen dat we nu misschien niet hebben." Bouma: "We hebben een vervelende tijd achter de rug. Maar we zijn als team zeker van plan er een positieve wending aan te geven. Aan gebrek aan inzet heeft het nooit gelegen. Op een gegeven moment moet je de schouders er weer onder zetten en relativeren wat er is gebeurd. We laten ze een poepje ruiken."
Artikelen