Nederland kent vrijheid van onderwijs. Het is toegestaan om een school te stichten op bais van levensbeschouwing, religie of maatschappijvisie. In de grondwet is vastgelegd dat het openbaar en bijzonder onderwijs financieel zijn gelijkgesteld.
Het openbaar onderwijs is voor iedereen toegankelijk en wordt niet geleid door één bepaalde levensovertuiging of religie. Openbare scholen worden van oudsher door de gemeente bestuurd, maar de laatste jaren vindt er een verzelfstandiging van het openbaar onderwijs plaats. Daarbij wordt de leiding overgenomen door een stichtingsbestuur.
Bijzonder onderwijs
In het bijzonder onderwijs kunnen besturen wel eisen stellen voor de toelating van nieuwe leerlingen. Dat hangt samen met de filosofie, religie of levensbeschouwing waarop de school gefundeerd is. Dat levert soms ook discussie op, bijvoorbeeld over het toelatingsbeleid van bijzondere scholen in zwarte wijken in de Randstad.
Het bijzonder onderwijs valt uiteen in confessioneel bijzonder onderwijs, op basis van religie, en algemeen bijzonder onderwijs, op basis van onderwijskundige ideeën.
Publiek gefinancierde scholen moeten wel aan een aantal criteria voldoen. Er gelden stichtings- en opheffingsnormen met een minimum aantal leerlingen en de school moet voldoen aan de vastgelegde kerndoelen. In het onderwijsveld hoor je daarom soms de leuze: "De overheid bepaalt het wat, de scholen bepalen het hoe."
Artikelen
Links