Financiering


Sinds 1 augustus 2006 is ook in het basisonderwijs de lumpsum-financiering ingevoerd. Dat wil zeggen dat schoolbesturen een één zak met geld krijgen waarmee ze alle belangrijke kosten moeten financieren, zoals de personeels- en materiële kosten.

Voorheen viel de financiering uiteen in een heleboel kleinere zakjes met geld die aan specifieke bestemmingen moesten worden besteed. In het voortgezet onderwijs bestaat de lumpsum-financiering al sinds 1996.
De lumpsum vormt één budget waarin een aantal belangrijke geldstromen samenkomen: de geldstroom voor het personeel (het formatiebudget), de geldstroom voor personeels- en arbeidsmarktbeleid (het schoolbudget ) en de geldstroom voor de materiële kosten.
De vergoeding wordt berekend op basis van het aantal leerlingen op de teldatum 1 oktober, daarin is niet veranderd. De scheiding tussen personeel en materieel is met de lumpsum verdwenen. Dat wil zeggen dat een school zelf kan beslissen of het geld wordt besteed aan een nieuwe leerkracht of een nieuwe leesmethode. De vergoeding komt binnen bij het schoolbestuur, die het volgens de verdeling van het Cfi verdeelt over de scholen. Alle vergoedingen worden wel per school berekend.







andere achtergrond