Medezeggenschap


Iedere school heeft in principe een medezeggenschapsraad, waarin personeel en ouders meepraten over de school en het onderwijs. De bevoegdheden van de mr zijn wettelijk geregeld. Sinds 1 januari 2007 is de nieuwe wet medezeggenschap op scholen (WMS) van kracht.  

In het voortgezet onderwijs bestaat de medezeggenschapsraad voor de helft uit personeel, en voor de andere helft uit ouders en leerlingen. Naast een controlerend orgaan op schoolniveau bestaat er ook een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, dat het overkoepelende bestuur kan controleren.
Met de WMS blijven bevoegdheden van de verschillende geledingen van de raad gescheiden: personeel heeft exclusief instemmingsrecht op zaken die het personeel aangaan, en voor de ouder/leerlinggeleding geldt hetzelfde. Het instemmingsrecht houdt in dat een directie of bestuur een goedkeuring van de raad nodig heeft om een besluit te door te voeren. Die bevoegdheid geldt voor een beperkt aantal onderwerpen, zoals bij aanpassing van het schoolreglement of het leerplan.
Daarnaast kan de medezeggenschapsraad advies geven over allerlei zaken. Gevraagd en ongevraagd, zoals dat heet. De directie kan zo'n advies uiteindelijk naast zich neerleggen, maar zal dat beargumenteerd moeten doen.
Zowel het schoolbestuur als de medezeggenschapsraad bij een conflict naar een onafhankelijke geschillencommissie stappen.







andere achtergrond