Voor kinderen met gedragsproblemen, of met lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke handicaps, is er het speciaal onderwijs. Leerlingen kunnen ook met het zogenoemde rugzakje, een leerlinggebonden financiering, deelnemen aan het reguliere onderwijs.
Er zijn drie soorten speciaal onderwijs: speciaal basisonderwijs (sbo), speciaal onderwijs (so) en het speciaal voortgezet onderwijs (svo). De procedure die wordt gevolgd is: ouders melden een kind aan bij een Regionaal Expertise Centrum (REC) voor een zogenoemde indactie. Daarbij bepaalt de Commissie voor de Indicatiestelling (CvI) op basis van landelijk vastgestelde criteria of het kind in aanmerking komt voor het speciaal onderwijs.
Clusters
Het speciaal onderwijs is verdeeld over vier clusters:
1. leerlingen met een visuele handicap
2. leerlingen met gehoor, taal- en/of spraakproblemen
3. leerlingen met een lichamelijke en/of verstandelijke handicap
4. leerlingen met een gedragsstoornis
Onder cluster 4 vallen ook de scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen (zmok), voornamelijk jongens.
Met een indicatie hebben ouders de vrijheid om naar een speciale school te gaan, of bij het reguliere onderwijs aan te kloppen. Er bestaat soms een spanningsveld tussen wat ouders van het reguliere onderwijs verwachten en wat de desbetreffende school kan bieden. Het komt voor dat ouders eisen dat een kind met zware verstandelijke beperkingen toch een plaatsje in een reguliere klas krijgt. In sommige gevallen heeft de school dat geweigerd.
Artikelen
Links