Bron Straksvoordeklas Publicatiedatum 05.2006 Auteur Martine Zuidweg

Competentieleren, zegen of dwaalspoor?

Competenties, assessments en portfolio's; de lerarenopleidingen vernieuwen hun onderwijs. Dat komt ze op stevige kritiek te staan van politici die vrezen dat aankomende leraren niet genoeg vakkennis meer opdoen. Maar wat vinden studenten van competentiegericht leren? De ervaringsdeskundigen zijn verdeeld. "Van het maken van een portfolio leer je meer dan van het uit je hoofd stampen van een boek", vindt een enthousiaste pabo-student. "We beheersen de grammatica en spelling onvoldoende", constateert een kritische student Nederlands.

De pabo's en de tweedegraads lerarenopleidingen zijn druk bezig met de invoering van competentiegericht leren. Het onderwijs gaat daarbij flink op de schop. Oude, vertrouwde vakken verdwijnen, kennistoetsen worden vervangen door assessments en in (elektronische) portfolio's houden studenten hun eigen competentieontwikkeling bij.
Van waar die rigoureuze omslag? Zijn de leraren die de opleidingen tot nog toe afleverden dan niet competent of bekwaam? Ja en nee. Studenten doen wel veel kennis en vaardigheden op, maar dat wil nog niet zeggen dat ze die ook goed kunnen toepassen als ze voor de klas staan. Je kunt van alles weten over grammatica, maar als je moeilijk contact maakt met leerlingen kun je die kennis niet overdragen en ben je geen competente leraar. Bij competentiegericht leren werken studenten zo veel mogelijk met praktijkgerichte opdrachten waardoor ze kennis meteen leren toepassen.
Prima, zou je zeggen. Maar critici menen dat door deze vernieuwingen de vakkennis het onderspit delft. De Onderwijsraad, die de regering adviseert over het hele onderwijs, heeft onderzoek gedaan waaruit blijkt dat de lerarenopleidingen steeds minder aandacht besteden aan vakkennis. Staatssecretaris Mark Rutte vreest dat het competentieleren doorslaat. "Het is mooi dat aankomende leraren kunnen opzoeken wat er in 1600 is gebeurd, maar ik heb liever dat ze het zelf weten", zei hij vorig jaar in Elsevier. Minister Maria van der Hoeven sluit zich daarbij aan."Ik constateer dat de verhouding tussen kennis en vaardigheden op de lerarenopleidingen nu niet goed is. De vakkennis van afgestudeerden is onvoldoende, het onderwijs in taal en rekenen moet beter", stelde ze vorig jaar in NRC Handelsblad.

Onzeker
Maar wat is de ervaring van studenten? Merken zij iets van een tekort aan vakkennis? Staan ze tijdens stages met hun mond vol tanden als een leerling pittige vragen stelt? Sommige studenten zijn het helemaal eens met de kritiek op het competentieleren, blijkt uit een rondgang langs opleidingscommissies van lerarenopleidingen. Mariëtte van Wel, bestuurslid van de studentenorganisatie Iso (Interstedelijk studentenoverleg ) studeerde afgelopen juni af aan de pabo van Hogeschool Zuyd. "Mijn stagebegeleider was heel blij dat ik de rekenstof wél beheerste. Ik werd niet van mijn stuk gebracht als kinderen vragen stelden over ontleden. Dat was hij niet gewend. De meeste stagiairs konden niet alleen voor de klas staan. Niet omdat ze geen les konden geven, maar omdat ze de stof niet beheersten."
Ze merkte het ook aan de onzekere houding van haar studiegenoten. Een stageplaats in groep 8 is niet populair. "Want daar is de stof moeilijk en krijg je de moeilijkste vragen op je afgevuurd." Dat zijzelf wel zonder hulp voor de klas kon staan, heeft ze vooral te danken aan haar vooropleiding, vermoedt Van Wel. "Ik heb een vwo-achtergrond en misschien daarom wat extra bagage."

Fiat
Claudia Goumans, vierdejaars aan de lerarenopleiding economie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), praat heel anders over competentiegericht leren. Ze heeft als studentlid van de opleidingscommissie juist haar fiat gegeven aan het plan om de onderwijsvernieuwing in te voeren bij de lerarenopleidingen. "We hadden heel veel theoretische vakken en daarnaast een apart vak over lesgeven. De theorie en de praktijk van het lesgeven sloot niet goed aan op elkaar. Tijdens mijn eerste stage merkte ik meteen al het grote nadeel daarvan. Ik kende de theorie wel, maar ik wist niet goed hoe ik het moest overbrengen. Ik was erg afhankelijk van de leraar op de stageschool, die moest me veel vertellen over het lesgeven."
Volgens Goumans is de theorie nu meer geïntegreerd in de praktijk. Je leert bij een vak als bedrijfseconomie niet alleen de feiten, maar ook hoe je die kunt overbrengen op je leerlingen. "Het vak economie wordt nu beter gekoppeld aan het beroep van leraar", vindt Goumans.
Het competentiegericht leren is in september ingevoerd op de HAN. Daarom hebben alleen de eerstejaars er ervaring mee. De opleidingscommissie is onlangs gestart met een eerste evaluatie. Resultaten zijn er nog niet, maar Goumans heeft de indruk dat de eerstejaars wel te spreken zijn over de integratie van theorie en praktijk. Het zijn vooral de docenten die meer druk ervaren dan voorheen. Zij hebben meer nakijkwerk en moeten met alle studenten een eindgesprek voeren. Goumans is het niet eens met de Onderwijsraad: "Ik heb helemaal niet het gevoel dat er zo weinig aandacht is voor vakinhoud. De eerstejaars krijgen ook veel theorie, alleen is die theorie meer toegespitst op de praktijk van het lesgeven. Misschien krijgen ze iets minder kennis dan wij, maar dat vind ik alleen maar een pre. Ik krijg af en toe vakken waarvan ik het nut niet in zie. We hebben bijvoorbeeld een vak over het analyseren van jaarverslagen. Dat vind ik meer iets voor een accountant in spe."

Stampen
Eerstejaars Caroline Alders en Floor Pullen van de Nijmeegse pabo van de HAN zijn ook te spreken over de onderwijsvernieuwingen. Alders: "Ik zou niet graag terug willen naar het uit je hoofd stampen van boeken en dan een tentamen maken. We krijgen nu ook theorie, maar die passen we gelijk toe in de stages. We hebben bijvoorbeeld bij pedagogie geleerd over de ontwikkeling van kinderen en op stage moest ik de ontwikkeling van één kind in kaart brengen en in m'n portfolio zetten. Daar leer je meer van dan van een tentamen waarin je de ontwikkelingskenmerken moet opsommen."
Alders en Pullen zijn de kritiek op het competentiegericht onderwijs beu. Pullen: "Competentiegericht onderwijs wordt in de media steeds tegenover kennis gezet, maar het is juist een combinatie van kennis en vaardigheden." Ze organiseerden onlangs een forum over competentiegericht leren in Nijmegen, met D66-Kamerlid Ursie Lambregts achter de forumtafel. De eerstejaars wilden laten zien dat competentiegericht onderwijs goed kan uitpakken. "We hebben twee studenten aan de hand van hun portfolio laten vertellen wat ze dit jaar hadden gedaan. Met het portfolio geprojecteerd op een groot scherm. We hadden het idee dat Lambregts wel onder de indruk was", zegt Pullen.

Reflecteren
In Amsterdam is het competentiegericht leren al langer gemeengoed. Remmert Daas, tweedejaars aan de lerarenopleiding Engels van de Educatieve Hogeschool van Amsterdam (EHvA), is er blij mee. Daas is lid van de opleidingscommissie van de lerarenopleiding en van de kwaliteitscommissie van Engels. Tijdens zijn stages op een vmbo-school merkt hij niets van een gebrek aan vakkennis. "Af en toe misschien een woordje dat je moet vertalen en waar je niet direct op komt, maar dat kun je leerlingen ook zelf laten opzoeken. Dat past tenslotte in het nieuwe leren."
Het enige dat hem stoort is al dat reflecteren in een portfolio. "Dat blijven uitdiepen van je eigen denkproces, daar zie ik het nut niet zo van in." Verder niets dan lof over de vakken die hij krijgt. "De theorie is heel toepasbaar. In het eerste semester kreeg ik bijvoorbeeld een theoretische methode over het aanleren van een taal. Ik heb vervolgens in mijn stage gekeken welke taalfouten een leerling maakte tijdens het voeren van een gesprek. Zo kon ik achterhalen in welk ontwikkelingsstadium die leerling zit."

Maar Saarein te Brake, derdejaars van de lerarenopleiding Nederlands van de EHvA, is wel kritisch over de vakinhoud. Of beter: het gebrek daaraan.
"Ik kan me wel vinden in de kritiek van de Onderwijsraad." Te Brake zit in de opleidingscommissie Nederlands en polste de mening van andere studenten door vragenlijsten op te sturen. Vooral derdejaars bleken niet tevreden, ze vinden dat de balans tussen vakkennis en didactiek zoek is. "In het eerste jaar krijg je veel kennisvakken, zoals taalwetenschap, inleiding in de taalkunde of inleiding in de literatuurgeschiedenis. In het tweede jaar ga je stage lopen en krijg je een overvloed aan didactische vakken. Je leert bijvoorbeeld hoe je grammatica uitlegt aan leerlingen of hoe je een leuke les verzint. En dat gaat het hele tweede jaar zo door. Een aantal studenten had na verloop van dat jaar het gevoel dat ze niets aan vakinhoud hadden gehad."

De Avonden
Te Brake stelde in de commissie voor om te inventariseren wat studenten missen aan basiskennis. De eerste ingevulde enquêtes heeft ze terug. "Een aantal studenten geeft aan de kennis over grammatica en spellen onvoldoende te beheersen. En ze vinden dat ze niet genoeg kennis hebben van de literatuurgeschiedenis. Je wilt toch in staat zijn om op te dreunen welke schrijvers je had in de jaren vijftig en welke boeken ze schreven. Maar dat kunnen we nu niet."
Tijdens haar stages op het vmbo heeft Te Brake weinig last van een gebrek aan een basiskennis, geeft ze toe. "Het niveau van het Nederlands op het vmbo is vrij basaal." Maar als ze straks voor havisten staat, verwacht ze wel problemen. "Als ik daar zou moeten uitleggen waarom een boek als De Avonden van Gerard Reve destijds zo'n indruk heeft gemaakt, sta ik met mijn mond vol tanden."
Jacqueline Kösters van de EHvA vindt die kritiek niet terecht. "Studenten aan tweedegraads lerarenopleidingen worden opgeleid voor het vmbo, mbo en de onderbouw havo/vwo. Literatuuronderwijs wordt daar helemaal niet gegeven, het hoort ook niet tot de kerndoelen. Uitleggen waarom De Avonden van Reve zo'n indruk heeft gemaakt, is meer iets voor de eerstegraads docent. Ook het opdreunen van schrijvers hoort uitdrukkelijk niet in ons curriculum."

Doormailen    Printversie








andere achtergrond