Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 18.03.2006 Auteur Hanne Obbink

Idealisten zijn het, maar kan het iets zakelijker?

Voor mensen die er al jaren werken, is de gang van zaken in het onderwijs vaak volkomen vanzelfsprekend. Voor nieuwkomers ligt dat anders. Zeker nieuwkomers die al een loopbaan achter de rug hebben in een ander vak - zoals de zij-instromers die hier aan het woord komen - verbazen zich regelmatig over de cultuur in het onderwijs.

Idealisten zijn het, al die mensen die zich dag in dag uit inzetten om het beste uit ‘hun' kinderen te halen. Dat is het eerste dat opvalt uit de verhalen van de vier zij-instromers. Het onderwijs wordt volgens hen bevolkt door gedreven mensen die zich voor tweehonderd procent inzetten voor hun kinderen en altijd klaarstaan voor hun collega's. Ellebogenwerk, onderlinge concurrentie - het is niet eigen aan het onderwijs. Wie het te doen is om een snelle carrière en een dik salaris, past niet in de onderwijscultuur.
Maar kan het in het onderwijs misschien iets zakelijker? Dat is de onuitgesproken vraag achter een aantal andere opmerkingen die deze nieuwkomers maken. Wie er op school de baas is, is niet altijd duidelijk. Het duurt soms ook nogal lang voor er knopen worden doorgehakt. Veel mensen die in het onderwijs werken, lijken zich nauwelijks te interesseren voor hun rechtspositie. En dat het verschijnsel functioneringsgesprek nog niet is ingeburgerd, zegt ook veel over de onderwijscultuur. Er zijn - om met een van de vier te spreken - nog ‘kansen voor professionalisering'.

Mantelpakjes
Désirée Kootstra heeft heel wat mantelpakjes in haar kast hangen. Dat moest wel, want ze werkte bij een vermogensbeheerder, waar ze bedrijven analyseerde op het gebied van duurzaamheid. Nuttig werk, vindt ze, maar de sfeer was er nogal formeel. "Je moest altijd op je woorden letten. En je netjes kleden, ja", zegt ze. Tegenwoordig werkt ze op basisschool Weremere in Wormer, in een heel andere sfeer. "Ik kan vrijuit grapjes maken, ik kan mezelf zijn. En die mantelpakjes heb ik nooit meer aan."
Inderdaad, vermogensbeheer en onderwijs zijn heel verschillende werelden, zegt Kootstra. "Op kantoor zit je aan de computer, je belt, je schuift wat met papier. Het is theoretisch en abstract werk. Werken in het onderwijs is juist heel concreet en persoonlijk. Je hebt direct te maken met kinderen en dat raakt je. Aan het eind van een werkdag is het niet: de deur achter je dicht en klaar, en 's avonds lekker tennissen met een leeg hoofd. Dat trekt een ander soort mensen. In het onderwijs werken heel gedreven mensen, die zich voor tweehonderd procent inzetten voor hun kinderen. In de bankwereld zijn mensen veel meer carrièregericht. Hun ambitie - ik chargeer een beetje, hoor - is vooral gericht op snel naar de top zien te komen en een dik salaris verdienen.
Het brengt ook andere omgangsvormen met zich mee. In het onderwijs zijn mensen sociaal, houden rekening met elkaar. In het bedrijfsleven is meer sprake van concurrentie, van ellebogenwerk. In een vergadering moet altijd iedereen aan het woord komen om zich te profileren, even aan de directeur te laten zien waar-ie mee bezig is. Op mijn school zijn de vergaderingen veel concreter en zakelijker. Wat me wel opvalt, is dat mensen in het onderwijs niet zo bezig zijn met hun rechtspositie. Nou ja, daarom is het goed dat er een vakbond is. Ik ben nu ook vakbondsconsulent van de AOb. Heb ik dus toch niet voor niets rechten gestudeerd."

Alles is bekend
"Laat ik het zo zeggen: ik zie kansen voor het onderwijs om verder te professionaliseren." Dat zegt Esther Zwaal, docent economie aan het Monseigneur Frenckencollege in Oosterhout. Zij heeft een loopbaan bij de overheid achter de rug als beleidsmedewerker en sectorhoofd welzijn bij drie gemeentes (waaronder Rotterdam) en als manager claim bij uitkeringsinstantie UWV. De agressie van de klanten daar was een belangrijke reden om haar heil elders te zoeken. Het werd het onderwijs, en dat lijkt in ten minste één opzicht op werken bij gemeentes of UWV. "Iedereen wil het beste voor zijn ‘klanten'", zegt Zwaal. "Docenten gáán echt voor hun leerlingen."
Toch was het wennen. "Ik was gewend dat je bij een nieuwe baan door je baas uitgelegd krijgt wat je plek is en wie de mensen zijn met je werkt. Hier is dat niet gebeurd. Mijn ervaring is dat er in het onderwijs veel gewerkt wordt vanuit de gedachte: alles is bekend. Als je twintig jaar in het onderwijs werkt, is het niet gek dat je erg veel vanzelfsprekend vindt. Maar voor mij als nieuweling is bijna niets vanzelfsprekend. Bij welke vergaderingen word je verwacht of waar vind ik de krijtjes? In mijn vorige banen kreeg ik zulke informatie als vanzelf aangereikt, hier kom ik er vaak ervaringsgewijs achter.
Iets anders wat me opvalt, is de onduidelijke hiërarchie in het onderwijs. Ik vind dat iedere medewerker recht heeft op een baas. Die heb ik ook altijd gehad. Maar nu ik in het onderwijs werk, heb ik een sectieleider, meerdere leerjaarcoördinatoren en conrectoren, een rector... Maar wie mijn baas is, is mij niet duidelijk."
Wat bij de overheid de gewoonste zaak van de wereld is, is dat in het onderwijs soms niet, merkt Zwaal op. "Laatst werd in de vragenrubriek achter in het Onderwijsblad de vraag behandeld wat precies een functioneringsgesprek is. Dat verbaast me. Ik kom uit een wereld waar het heel normaal is om elk jaar een functioneringsgesprek te hebben. In het onderwijs is dat nog steeds niet ingeburgerd. Terwijl zulke gesprekken een heel goede methode zijn om meer uit mensen te halen."

Rust, ritme en regelmaat
Twintig jaar werkte ze als verloskundige, en dat was genoeg. "Ik was er na al die jaren wel klaar mee", zegt Amaranta de Bie. Tegenwoordig werkt zij op basisschool Wittevrouwen in Utrecht. En dat bevalt goed. "Rust, ritme en regelmaat - dat is het grote verschil met de verloskunde. Werken als verloskundige is altijd hectisch. Soms heb je het een paar dagen rustig, dan werk je weer twintig uur achter elkaar.
Een ander groot verschil is dat ik nu in een groot team werk, op mijn locatie heb ik zo'n twintig collega's. Als verloskundige had ik een eigen praktijk met drie collega's. In die maatschap was iedereen gelijk, iedereen was de baas. Nu heb ik een bouwcoördinator en een directeur boven me. Wennen? Ik vind het heerlijk! Als ik op school kom, is de koffie al gezet. Als er een ruit wordt ingegooid, hoef ik niets te regelen. Als verloskundige was ik bezig met het wc-papier tot en met zaken van leven en dood. Nu kan ik al mijn energie steken in het vak zelf.
Of er een ander slag mensen werkt in het onderwijs? Nee. Net als in de verloskunde werken er veel mensen met hart voor de zaak. Het onderwijs vraagt veel van je, het is hard werken en je wordt slecht betaald. Net als in de verloskunde. Ik zie hier een soort idealisme dat ik in mijn vorige werk ook tegenkwam.
Wat me aangenaam verraste, is de ruimte die ik heb gekregen om te leren. Als beginner heb je steun nodig en de bereidwilligheid om die te geven, was groot. In de verloskunde was die ruimte er vaak niet. De hectiek is daar zo groot dat je zelden eens aan elkaar vroeg: ‘Hoe zit je er eigenlijk bij?' Hier op school gebeurt dat wel. Je hoeft niet alles alleen te doen."

Alles moest snel
"Een soort leegte, in maatschappelijk opzicht." Dat ervoer Petra Lohuis in de reclamewereld. Die wereld kent ze goed, want ze werkte een kleine tien jaar als illustrator en grafisch ontwerper op een klein reclamebureau. Toen dat bureau ophield te bestaan, koos ze voor het onderwijs. Nu werkt ze als docent tekenen en handvaardigheid op scholengemeenschap Twickel in Delden.
"Ik wil meer bijdragen aan de maatschappij dan ik in de reclame kon doen en daarom heb ik voor het onderwijs gekozen", zegt Lohuis. "Het klinkt wat idealistisch misschien, maar ik vind dat elk kind recht heeft op goed onderwijs. Misschien slijt dat idealisme wel als je lang in het onderwijs werkt. Toch zie ik dat idealisme bij het gros van de docenten. Ze willen het beste uit het kind halen, daar gaat het ze om. Dat vind ik geweldig.
In de reclame draait het om heel andere zaken. Ik vond de mensen met wie ik omging leuk. Maar een reclamemaker haalt zijn kick niet uit anderen, maar uit zichzelf. Hij wil iets moois maken en dan kunnen zeggen: Kijk eens hoe goed ik dit gedaan heb. En daar aan het eind van de maand een goed salaris voor krijgen. Want uiteindelijk draait veel in de reclame om geld.
Een verschil is ook de hiërarchie. Bij een reclamebureau is de grafisch ontwerper of de artdirector de baas. Je doet wat je gezegd wordt, daar word je voor betaald, klaar. In de reclame moet alles ook snel, het werk- en levenstempo liggen er heel hoog. In het onderwijs wordt juist ieders mening gevraagd, hiërarchie is er veel minder en concurrentie bijna niet. Maar allerlei processen duren hier soms wel erg lang. Al die vergaderingen waar iedereen

Doormailen    Printversie








andere achtergrond