Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 13.05.2006 Auteur Martine Zuidweg
Competentiegericht leren brengt studenten van de lerarenopleidingen te weinig vakkennis bij, zegt de Onderwijsraad. Klopt, vinden sommige van die studenten. Anderen zijn juist vol lof.
De pabo's en de tweedegraads lerarenopleidingen zijn druk met de invoering van competentiegericht onderwijs. Daarbij gaat het om het aanleren van de vaardigheden die je nodig hebt als leraar en om het verkrijgen van de juiste attitude. Bij de beoordeling of een student geschikt is voor het vak, kijken de docenten naar de ontwikkeling van de competenties.
Prima, zou je zeggen. Maar critici menen dat deze onderwijsvernieuwing de vakkennis slachtoffert. De Onderwijsraad, adviesorgaan van de regering, vindt dat bijvoorbeeld. Het gaat de opleidingen er niet meer om de studenten vakinhoudelijke kennis bij te brengen, de nadruk wordt gelegd op het leren lesgeven.
Maar wat denken studenten hiervan? Staan ze tijdens stages met hun mond vol tanden als een leerling pittige vragen stelt?
Sommige studenten zijn het helemaal eens met de Onderwijsraad, blijkt tijdens een rondgang langs opleidingscommissies van lerarenopleidingen. Zoals Mariëtte van Wel, bestuurslid van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO). Afgelopen juni studeerde ze af aan de pabo van Hogeschool Zuyd. "Mijn stagebegeleider was heel blij dat ik wèl de rekenstof beheerste. En ik werd niet van mijn stuk gebracht als kinderen vragen stelden over ontleden. Dat was hij niet gewend. De meeste stagiairs van de pabo konden niet alleen voor de klas staan. Niet omdat ze geen les konden geven, maar omdat ze de stof niet beheersten."
Ze merkte het ook aan de onzekere houding van haar studiegenoten. Een stageplaats in groep 8 is niet populair. "Want daar is de stof moeilijk en krijg je de moeilijkste vragen op je afgevuurd." Dat zij wel zonder hulp voor de klas kon staan, is vooral te danken aan haar vooropleiding, vermoedt Van Wel. "Ik heb een vwo-achtergrond en misschien daarom wat extra bagage."
Overbrengen
Claudia Goumans (21), vierdejaars aan de lerarenopleiding economie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN), praat heel anders over competentiegericht leren. Ze heeft als studentlid van de opleidingscommissie haar goedkeuring gegeven aan het plan om competentiegericht onderwijs in te voeren bij de lerarenopleidingen van de HAN. "We hadden heel veel theoretische vakken en daarnaast een apart vak over lesgeven. De theorie en de praktijk van het lesgeven sloten niet goed aan op elkaar. Tijdens mijn eerste stage merkte ik meteen al het grote nadeel daarvan. Ik kende de theorie wel, maar ik wist niet goed wat ik ermee moest. Ik was erg afhankelijk van de leraar op de stageschool, die moest me veel vertellen over het lesgeven."
Volgens Goumans is de theorie nu meer geïntegreerd in de praktijk. Je leert bij een vak als bedrijfseconomie niet alleen de feiten maar ook hoe je die kunt overbrengen op je leerlingen. "Het vak economie wordt nu beter gekoppeld aan het beroep van leraar", vindt Goumans.
Competentiegericht leren is in september ingevoerd op de HAN. Daarom hebben alleen de eerstejaars er ervaring mee. De opleidingscommissie is onlangs gestart met een eerste evaluatie. Resultaten zijn er nog niet, maar Goumans heeft de indruk dat de eerstejaars wel te spreken zijn over de integratie van theorie en praktijk. Het zijn vooral de docenten die meer druk ervaren dan voorheen. Zij hebben meer nakijkwerk en moeten met alle studenten een eindgesprek voeren. Goumans is het niet eens met de Onderwijsraad: "Ik heb helemaal niet het gevoel dat er zo weinig aandacht is voor vakinhoud. De eerstejaars krijgen ook veel theorie, alleen is die theorie meer toegespitst op de praktijk van het lesgeven. Misschien krijgen ze iets minder theorie dan wij, maar dat vind ik alleen maar een voordeel. Ik krijg af en toe vakken waarvan ik het nut niet inzie. We hebben bijvoorbeeld een vak over het analyseren van jaarverslagen. Dat vind ik meer iets voor een accountant in spe."
Het denkproces
Eerstejaars Caroline Alders en Floor Pullen van pabo Groenewoud in Nijmegen zijn ook te spreken over hun onderwijs. Alders: "Ik zou niet graag terug willen naar het in je hoofd stampen van boeken en meteen daarna een tentamen. We krijgen nu ook theorie, maar die passen we gelijk toe in de stages. We hebben bijvoorbeeld bij pedagogie geleerd over de ontwikkeling van kinderen. Op stage moest ik de ontwikkeling van een kind in kaart brengen en in mijn portfolio zetten. Daar leer je meer van dan van een tentamen waarin je de ontwikkelingskenmerken moet opsommen."
Alders en Pullen zijn de kritiek op het onderwijs van de pabo beu. Pullen: "Competentiegericht leren wordt in de media steeds tegenover kennis gezet. Maar competentiegericht onderwijs is juist een combinatie van kennis en vaardigheden." Ze organiseerden onlangs een forum over competentiegericht leren in Nijmegen, met D66-Kamerlid Ursie Lambrechts achter de forumtafel. De eerstejaars wilden Lambrechts laten zien dat competentiegericht onderwijs goed kan uitpakken. "We hebben twee studenten aan de hand van hun portfolio laten vertellen wat ze dit jaar hadden gedaan. We hadden het idee dat Lambrechts wel onder de indruk was", zegt Pullen.
In Amsterdam is het competentiegericht leren al langer gemeengoed. Remmert Daas, tweedejaars aan de lerarenopleiding Engels van de Educatieve Hogeschool van Amsterdam (EHvA), is er blij mee. Daas is lid van de opleidingscommissie van de lerarenopleiding en van de kwaliteitscommissie Engels. Tijdens zijn stages op een vmbo merkt hij er niets van dat hij een gebrek aan vakkennis zou hebben. "Af en toe misschien een woordje dat je moet vertalen en waar je niet direct op komt. Maar dat kun je leerlingen ook zelf laten opzoeken. Dat past tenslotte in het nieuwe leren." Het enige dat hem stoort is al dat reflecteren in een portfolio. "Dat blijven uitdiepen van je eigen denkproces, daar zie ik het nut niet zo van in."
Niets dan lof over de vakken die hij krijgt. "De theorie is heel toepasbaar. In het eerste semester kreeg ik bijvoorbeeld een theoretische methode over het aanleren van een taal. Ik heb vervolgens tijdens mijn stage gekeken welke taalfouten een leerling maakte bij het voeren van een gesprek. Zo kon ik achterhalen in welk ontwikkelingsstadium die leerling zit."
Opdreunen
Maar Saarein te Brake, derdejaars van de lerarenopleiding Nederlands van de EHvA, is kritisch over de vakinhoud. "Ik kan me wel vinden in de kritiek van de Onderwijsraad." Te Brake zit in de opleidingscommissie van de lerarenopleidingen en in de kwaliteitscommissie van haar eigen opleiding. Ze polste de mening van andere studenten door vragenlijsten op te sturen naar studiegenoten. Vooral derdejaars bleken niet tevreden. De studenten vonden dat de aandacht voor theorie en didactiek uit balans was geraakt. "In het eerste jaar krijg je veel kennisvakken, zoals taalwetenschap, inleiding in de taalkunde of inleiding in de literatuurgeschiedenis. In het tweede jaar ga je stage lopen en krijg je een overvloed aan didactische vakken. Je leert bijvoorbeeld hoe je grammatica uitlegt aan leerlingen of hoe je een leuke les verzint. En dat gaat het hele tweede jaar zo door. Een aantal studenten had na verloop van dat jaar het gevoel dat ze niets aan vakinhoud hadden gehad."
Te Brake stelde in de kwaliteitscommissie voor om te inventariseren wat studenten missen aan basiskennis. De eerste enquêtes heeft ze terug. "Er is een duidelijk beeld van wat studenten missen. Een aantal studenten geeft aan de kennis over grammatica en spellen onvoldoende te beheersen. En ze vinden dat ze niet genoeg kennis hebben van de literatuurgeschiedenis. Je wilt toch in staat zijn om op te dreunen welke schrijvers er waren in de jaren vijftig en welke boeken ze schreven. Maar dat kunnen we nu niet."
Tijdens haar stages op het vmbo heeft Te Brake weinig last van een gebrek aan een basiskennis. "Het niveau van het Nederlands dat je geeft op een vmbo is dan ook vrij basaal." Maar als ze straks voor havisten staat, verwacht ze problemen. "Als ik voor een havo-klas zou moeten uitleggen waarom een boek als De Avonden van Gerard Reve destijds zo'n indruk heeft gemaakt, zou ik niet weten wat ik moest zeggen."
| Exploderend curriculum Dat zijn pabo te weinig vakkennis zou overbrengen, klopt voor een deel, reageert directeur Peter van Mulkom van de Hogeschool Zuyd in Maastricht en Heerlen. "Het mag ook wel wat zwaarder. Het probleem is alleen: we hebben veel meer vakken dan vroeger. Als je alle vakken gaat verdiepen dan explodeert je curriculum." De Hogeschool Zuyd wil studenten de gelegenheid geven zich meer te verdiepen. Vanaf volgend jaar kan de pabo-student kiezen uit een breed aanbod van minors, een samenhangend pakket van cursussen in een bepaald vakgebied. Jacqueline Kösters van de EHvA vindt de kritiek van de studenten over een gebrekkige vakkennis niet terecht. "Studenten aan tweedegraads lerarenopleidingen worden opgeleid voor het tweedegraads gebied: vmbo, mbo en onderbouw havo/vwo. Literatuuronderwijs wordt in het tweedegraads gebied helemaal niet gegeven en hoort dan ook niet bij de kerndoelen. Literatuuronderwijs over bijvoorbeeld De Avonden van Gerard Reve is iets voor de eerstegraads docent." Ze wijst verder op de kennisbank die landelijk wordt ontwikkeld voor de lerarenopleidingen. Daarin staat welke kennis een leraar minimaal moet beheersen. Met voortgangstoetsen kunnen opleidingen achterhalen of hun studenten die kennis ook in huis hebben. |
Artikelen