Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 09.09.2006 Auteur Arno Kersten

Zomercursus voor eerstejaars pabo

Dit collegejaar krijgen eerstejaars aan de pabo voor het eerst de landelijke rekentoets van het Cito voor hun kiezen. Alle aandacht voor de rekenvaardigheden van aankomende juffen en meesters bracht de Saxion Hogeschool op een idee: bijspijkeren tijdens een zomercursus.

"Iedereen breuken?", vraagt rekendocent Mariët Lubbers.
De studenten knikken.
"Zijn er nog specifieke vragen?"
"Ja", reageert een studente bijdehand: "Hoe het moet."
Met zeven eerstejaars heeft Lubbers even een ander lokaal opgezocht. Deel drie van de vijfdaagse zomercursus voor beginnende pabo-studenten die zich willen bijspijkeren in rekenen, biedt een menu van breuken, kommagetallen en verhoudingen. De rest van de groep werkt verderop in groepjes aan sommen of is met de student-assistente apart gaan zitten. Ieder zijn niveau, luidt het devies.
De docent tekent op het wisbord een vierkantje met dakje. Erin schrijft ze de breuk drieachtste. "Oké, wie hoort er nog meer in dit huisje?"
De antwoorden komen schoorvoetend: zeszestiende, negenvierentwintigste. "Zie je hoe het werkt? Je vermenigvuldigt het ene getal met twee of drie en het andere ook."
Sommigen knikken.

Kritiek
Dat er twee weken voor aanvang van de colleges in een uitgestorven hogeschoolgebouw in Deventer een kleine zeventig studenten over breuken gebogen zitten, heeft alles te maken met de opwinding van het afgelopen jaar. Een publicitaire storm stak rond de jaarwisseling op na het bericht dat meer dan de helft van de eerstejaars slechter zou rekenen dan een goede groep leerling uit groep 8. Besloten was toen al, na aanhoudende kritiek en in overleg met minister Van der Hoeven, dat alle pabo's na de zomer een landelijke toets rekenvaardigheid zouden invoeren, ontwikkeld door het Cito.
Op de pabo in Deventer werd rond die tijd een idee geboren: een zomercursus. Niet alleen voor rekenen, ook voor spelling en grammatica. De rekenlessen omvatten een intensief programma van vijf dagdelen met drie contacturen elk, vergelijkbaar met een regulier curriculum van tien weken anderhalf uur les. Dat zou aan de hand van de methode Rekenwijzer naar niveau basisschool 8+ moeten leiden. Animo voor de cursus bleek er te over: een kleine zeventig studenten, op een aanwas van ruim tweehonderd eerstejaars.
"Het doel van de zomercursus is onder andere dat deze studenten kunnen zien wat er van ze verwacht wordt tijdens de opleiding", vertelt directeur Jan-Auwke Diepenhorst. Rekendocent Lubbers: "Tegelijkertijd willen we ook de angst voor rekenen proberen weg te nemen, want studenten zijn er in het begin best onzeker over."
Daarnaast is er ook "een stukje pr-marketingstrategie in meegenomen", zegt de directeur. Een manier om "naar buiten te laten zien dat we het als pabo serieus nemen, omdat studenten die hier afstuderen foutloos moeten kunnen rekenen en spellen".
Complicerend is dat de achtergrond en het niveau van de studenten enorm verschillen. Mbo-doorstromers, ex-werkenden, voltijd- en deeltijdstudenten. Rekendocent Lubbers: "Er zijn deeltijders bij die twintig jaar geen rekenen hebben gehad."
Diepenhorst: "Ook voor havisten is het lastig om te rekenen. Ik merk het aan mijn dochter. Afgelopen jaar zat ze in 3-havo. Ze kon uitstekend rekenen op de basisschool, maar dat heeft ze volstrekt afgeleerd."

Dom
Zomercursist Vera Tuenter, verderop in het gebouw verdiept in oefenopdrachten, herkent dat. Ze heeft net haar havo-diploma op zak, met wiskunde-B1 als examenvak. "Ik ben gewend alles met een rekenmachine te doen. Maar dit is toch wel even wennen, hoor. Het is lang geleden dat ik zulke sommen heb gehad. Dom eigenlijk, dat ze er in het voortgezet onderwijs niks meer aan doen."
Ellen Tomberg volgt hbo-maatschappelijk werk en wil een minor doen aan de pabo. "Ik heb best een druk programma. Wat ik al gedaan kan hebben voor het begin van studiejaar, hoef ik straks niet meer. Een vorm van studieplanning, eigenlijk."
Annemarie Bouman deed sociaal-pedagogisch werk mbo-niveau 3 voordat ze drie jaar geleden ging werken op een kinderdagverblijf. Maar daar zag ze geen kans meer om door te groeien, behalve in het management. Dat sprak haar niet aan. Het werd de pabo. "De eerste rekenles hier viel bar tegen", lacht ze.
"Ik schrok me dood", zegt medecursist Jasmijn Strijdveen en oud mbo-student. Zij werkte de afgelopen vier jaar in de horeca en op een kinderdagverblijf. "Ik moet het wel weer even ophalen."
Lars van Raan is opgeleid tot commercieel juridisch medewerker mbo-niveau 4. Maar hij ontdekte dat zijn interesses op een ander vlak liggen en meldde zich aan voor een voltijdsopleiding bij de pabo. Op het mbo kreeg hij "een beetje" statistiek en bedrijfskunde. "Maar het komt wel weer terug, merk ik. Ik kom van een goede basisschool, in Twello. Dat waren leraren van de oude garde, die deden het grondig."
Dat andere studenten nu nog vrij zijn, laat de meesten koud. Bouman haalt er de schouders over op. "Het is toch rotweer."

Politiek gebaar
De zomerlessen kosten de studenten vrije tijd, geen geld. De extra inzet van leerkrachten en de voorbereidingen betaalt de pabo uit eigen zak (naar schatting vier- à vijfduizend euro), maar daar heeft directeur Diepenhorst niet zo'n moeite mee. Wel kan hij zich druk maken over de totale kosten van de extra, landelijke en door het Cito gemaakte rekentoets, die dit jaar voor het eerst wordt ingevoerd. "Een politiek gebaar", oordeelt Diepenhorst. "De toets heeft meer dan een miljoen euro gekost, als je alles meerekent. De minister betaalt het grootste deel, acht of negen ton, maar de individuele afname moet de pabo betalen. Stel je voor dat we zulke ontwikkelkosten voor alle toetsen hadden! Uiteindelijk is het gewoon een lullig rekentoetsje, als ik het een beetje alledaags zeg."
Zonde van het geld, vindt Diepenhorst. Bij de Saxion pabo, net als veel andere hbo-opleidingen, hadden ze al een selectiemiddel: het bindend studieadvies. Om de studie te mogen voortzetten, moest je in het propedeusejaar voldoende scoren op vijf onderdelen, waaronder taal en rekenen. Volgens Diepenhorst valt daardoor aan het eind van het jaar ongeveer 35 procent van de studenten af. Aan die rekentest hecht de directeur meer waarde. "Het gaat er daarin ook om dat je verschillende strategieën kunt hanteren bij het oplossen van een berekening. Dat gaat verder dan een juiste uitkomst alleen."
Gevolg is dat pabo-studenten in Deventer voortaan twee rekenproeven op hun bordje krijgen. Bang dat studenten in de toekomst liever een pabo uitzoeken die minder drempels opwerpt, is de directeur niet. "Ik weet dat een aantal andere pabo's voorlopig ook het bindend studieadvies voor rekenen vasthoudt. We zullen zien hoe het loopt, we houden het in de gaten."
Wat student Ellen Tomberg betreft mag er elk leerjaar getoetst worden: "Eigenlijk zouden ze het elk jaar moeten testen, niet alleen in het eerste. Ik vind dat je als basisschooldocent gewoon moet kunnen rekenen."

Doormailen    Printversie








andere achtergrond