Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 04.03.2006 Auteur Yvonne van de Meent
Universitaire masteropleidingen zijn populair bij afgestudeerden van de lerarenopleidingen. Niet alle wetenschappelijke instellingen staan te springen. De hbo'ers zouden onvoldoende academische kwaliteiten bezitten. Daarom ontwikkelen de universiteiten steeds vaker schakelprogramma's voor hbo'ers. "Het is keihard bikkelen, veel pittiger dan de pabo."
"Ik vind lesgeven best leuk, maar ik wil niet mijn hele leven voor de klas staan", stelt Teun van de Kandelaar. Daarom stroomde hij na de lerarenopleiding aardrijkskunde in Nijmegen meteen door naar de masteropleiding sociale geografie aan de Radboud Universiteit. Eigenlijk wilde hij in het derde studiejaar al overstappen naar de universiteit. "Ik merkte dat ik de aardrijkskundevakken leuk vond, maar minder zin had in de schoolstages." Zijn studiebegeleider raadde hem aan om toch de lerarenopleiding af te maken. "Als ik in mijn derde jaar was overgestapt, had ik eerst mijn bachelor aan de universiteit moeten halen. Ik zou dan hoogstens wat vrijstellingen krijgen. Nu heb ik een schakelprogramma voor hbo'ers gevolgd dat een jaar duurde. In september ben ik aan mijn master society and space begonnen."
De universitaire masteropleidingen oefenen op veel hbo'ers aantrekkingskracht uit. Van de hbo'ers wil 30 procent doorstromen naar een master, blijkt uit de Nationale studentenenquête die vorig jaar werd afgenomen in opdracht van de Keuzegids hoger onderwijs. Dat betekent dat jaarlijks 20 duizend hbo'ers willen doorstromen naar een master, tegenover 18 duizend wo-bachelors. Vooral bij studenten van de tweedegraads opleidingen is de masterstudie populair: 45 procent is van plan na het behalen van het bachelordiploma verder te studeren. Bij pabo'ers is de animo wat minder groot: 15 procent wil master worden.
De universiteiten staan ambivalent tegenover de hbo-doorstromers. Ze zijn natuurlijk belangrijk om de instroom in de masterfase op peil te houden, maar aan de andere kant vinden de universiteiten dat hbo-bachelors over onvoldoende academische kwaliteiten beschikken om in een jaar master te worden. Hbo'ers worden daarom zelden rechtstreeks toegelaten tot een universitaire masteropleiding; ze moeten eerst hun wo-bachelor halen. Doorstromers die een universitaire opleiding kiezen die inhoudelijk verwant is aan hun hbo-opleiding, kunnen meestal op individuele basis vrijstellingen krijgen. Soms bieden universiteiten een verkort bachelorprogramma aan. Maar steeds vaker ontwikkelen ze schakelprogramma's - de zogenoemde pre-masters genoemd - voor hbo'ers. Die duren meestal een jaar en leveren geen wo-bachelordiploma op, maar alleen een toegangsbewijs voor de aansluitende masterstudie. Hbo'ers worden overigens niet altijd automatisch toegelaten tot zo'n schakelklas. Bij sommige universiteiten moeten ze een toelatingstoets doen of een assessment, andere stellen eisen aan de beheersing van het Engels of het wiskundeniveau van doorstromers.
Bijspijkeren
Marieke van Keulen studeerde vorig jaar af aan de pabo van de Hogeschool Windesheim maar vond zichzelf nog te jong om voor de klas te gaan staan. Ze bezocht een open dag bij de Vrije Universiteit (VU) en ontdekte dat ze zich wil verdiepen in de orthopedagogie. Ze wilde verder studeren in Amsterdam, "maar het nadeel van de VU is dat je daar een assessment moet doen", ontdekte ze. Daarom koos Van Keulen voor de Universiteit Utrecht (UU). "In Utrecht hebben ze geen toelatingsexamen, daar word je met een pabo-diploma gewoon toegelaten tot de pre-masterklas." Ze heeft er inmiddels een half schakeljaar op zitten en twee blokken orthopedagogie gevolgd. Het eerste ging over gedragsstoornissen bij kinderen en het tweede over taalontwikkeling en motorische stoornissen.
Ook Marieke van Schelven kwam bij de UU terecht. Niet bij orthopedagogiek, maar bij onderwijskunde. Zij ontdekte tijdens haar pabo-studie aan de Hogeschool Inholland dat voor de klas staan ‘niet haar ding' is. "Ik ben liever met de achtergronden van het onderwijs bezig dan met de uitvoering." De Universiteit van Amsterdam (UvA) verzorgt een master onderwijskunde, "maar daar werd ik niet toegelaten tot de schakelklas omdat je wiskunde op vwo-niveau gedaan moet hebben." In Utrecht kon ze in een jaar haar bachelor onderwijskunde halen. Inmiddels is ze aan de master onderwijskundig ontwerp en advisering begonnen.
Tijdens een schakeljaar worden hbo-bachelors ‘met stoom en kokend water' op het niveau van de wo-bachelor gebracht. Het programma bestaat voornamelijk uit basisvakken als statistiek, academisch schrijven, data-analyse en methode en technieken van het wetenschappelijk onderzoek. "Het was een jaar keihard bikkelen, veel pittiger dan de pabo", zegt Van Schelven. "Je moet veel wetenschappelijke literatuur lezen en daar moest ik echt aan wennen. De boeken zijn bovendien meestal in het Engels en dat vond ik lastiger dan ik gedacht had. In het begin zocht ik eerst naar Nederlandse literatuur om te begrijpen waar het over ging en dan pas las ik de Engelse boeken."
"Het schakeljaar was misschien wel pittiger dan de master zelf", vertelt sociaal geograaf in spe Van de Kandelaar. "Ik heb in dat jaar meer gelezen dan in vier jaar lerarenopleiding bij elkaar." Hij moest bovendien wennen aan de universitaire mores. "In het hbo legt een docent altijd haarfijn uit wat je moet doen, aan de universiteit moet je alles zelf uitzoeken. De paper die we voor planologie moesten schrijven heb ik bijvoorbeeld vijf of zes keer moeten overdoen omdat de docent onze schrijfstijl niet van academisch niveau vond. Uiteindelijk heeft hij ons een eerstejaarsboek gegeven waarin wordt uitgelegd hoe je in wetenschappelijke teksten moet omgaan met literatuurverwijzingen en bronvermeldingen." Orthopedagogiek-student Van Keulen heeft dezelfde ervaring. "Werkstukken moeten heel goed onderbouwd worden met bronverwijzingen. Dat is echt wennen."
Uit boekjes leren
Marike ter Maat is in september begonnen aan de masteropleiding educational science and technology bij de Universiteit Twente (UT). Omdat ze altijd al juf wilde worden, ging ze na de havo naar pabo Edith Stein in Hengelo. Voor de klas staan vond ze leuk, maar al snel groeide het besef dat er in het onderwijs zoveel meer te doen is dan lesgeven. Leerstof ontwerpen bijvoorbeeld. Ze maakte serieus werk van het zoeken naar een geschikte vervolgopleiding en kwam bij de UT terecht. "Ik heb een tijdje gemaild met een jongen die onderwijskunde in Nijmegen deed, maar ik vond het daar nogal uit boekjes leren. En de studieprogramma's in Utrecht en Groningen zagen er hetzelfde uit. In Enschede moet je natuurlijk ook veel lezen, maar je past het geleerde meteen toe. Dat sluit veel beter aan bij de pabo en past ook beter bij mijn leerstijl. Ik wil nieuwe kennis altijd meteen in de praktijk brengen. Op de pabo doe je dat door les te geven, hier hebben we ‘ateliers' waarin je leerstof ontwerpt of methodes evalueert."
Ter Maat heeft niet de pre-master gevolgd, maar de verkorte bachelor die twee jaar duurt. "Eerst dacht ik: ik doe de pre-master dan kan ik sneller aan mijn master beginnen. Maar in dat schakeljaar ben je voornamelijk met basisvakken bezig en heb je maar één onderwijskundig vak. Je wordt dan echt alleen klaargestoomd voor de masterfase. Door die verkorte bachelor heb ik een veel bredere basis."
Dat de snelste route naar een mastertitel niet altijd de meest passende is, ondervond Frederike Veltien. Zij heeft de lerarenopleiding geschiedenis bij Windesheim gevolgd. Omdat Windesheim is gefuseerd met de VU zijn er speciale doorstroomtrajecten ontwikkeld. Studenten van de lerarenopleiding geschiedenis, Nederlands, Engels en wiskunde kunnen al tijdens hun bacheloropleiding (een deel van) de pre-master volgen. Bij de VU kunnen ze vervolgens in twee jaar een mastertitel halen in hun vakgebied en een eerstegraads bevoegdheid. "Het leek me leuk om in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs les te geven en ik wilde me verder verdiepen in het vak geschiedenis. Die route leek me dus heel aantrekkelijk", vertelt Veltien. "Maar het was een grote ver-van-mijn-bed-show. Na zes maanden ben ik ermee opgehouden. Ik vond de studie veel te theoretisch. Ik miste de praktijk. Aan de universiteit loop je pas aan het eind van je studie stage. Dat is hun idee van praktijkgerichtheid. Ik wilde meteen de praktijk in, voor de klas staan."
Beroepsgericht
Wat Veltien niet wist is dat je ook master kunt worden aan een hogeschool. De bestaande eerstegraads opleidingen en opleidingen voor speciaal onderwijs worden omgezet in masterstudies. De hbo-masters zijn bedoeld voor afgestudeerden die al voor de klas staan en zijn veel praktijkgerichter dan de wo-masters. Naast vakinhoudelijke verdieping verwerven studenten ook onderzoeksvaardigheden, want dat is een vereiste voor een masterstudie. Maar omdat een hbo-master beroepsgericht is, wordt er vooral toegepast onderzoek gedaan naar de onderwijspraktijk.
"Zo'n hbo-master sluit waarschijnlijk veel beter aan bij mijn wensen", denkt Veltien achteraf. Maar een eerstegraads bevoegdheid halen hoeft voor haar voorlopig niet meer. Ze geeft inmiddels geschiedenis op een school voor speciaal onderwijs en daar is ze helemaal op haar plaats. Verder studeren wil ze nog steeds. "Ik wil graag bijscholingscursussen volgen voor het speciaal onderwijs. Dat stimuleert mijn school." Spijt van haar kortstondige uitstapje naar de VU heeft ze niet. "Ik weet nu wel heel goed wat ik niet wil."
| Verder studeren aan een universiteit Universiteiten stoppen veel energie in het werven van masterstudenten. Ze hebben speciale websites opgezet, staan op beurzen en organiseren speciale voorlichtingsdagen. Maar ondanks die overvloed aan informatie is het niet eenvoudig om uit te vinden welke masteropleidingen toegankelijk zijn voor hbo-leraren. Alleen de website van de Vrije Universiteit (VU) toont na een druk op de knop welke masterstudies aansluiten bij de pabo of de lerarenopleidingen vo/bve. Op de sites van andere universiteiten begint de zoektocht bij het masterprogramma van interesse. Wie dat gevonden heeft, moet uitzoeken wat de toelatingsvoorwaarden zijn en of er een schakelprogramma is voor afgestudeerden van de lerarenopleidingen. Dat kan een tijdrovende bezigheid zijn, want grote universiteiten hebben ieder zo'n honderd masteropleidingen. Afgestudeerden van de lerarenopleiding voortgezet onderwijs hebben meer keus dan pabo-afgestudeerden. De laatsten zijn eigenlijk alleen welkom bij de masteropleidingen in de pedagogische wetenschappen. De Open Universiteit, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Twente, Radboud Universiteit, UU, Universiteit Leiden, VU en Universiteit van Amsterdam (UvA) bieden verschillende masterstudies aan op dit gebied. Maar de inhoud en oriëntatie van de opleidingen die onder deze vlag worden verzorgd, verschillen aanzienlijk. Zo is de opleiding in Leiden sterk gericht op wetenschappelijk onderzoek, terwijl Utrecht een master onderwijskundig ontwerp en advisering heeft. De UvA heeft een master opvoedingsondersteuning, de Open Universiteit een master actief leren en de VU een master opvoeding en onderwijs. Afgestudeerden van de tweedegraads lerarenopleidingen zijn ook welkom bij pedagogiek en onderwijskunde en kunnen bovendien (na een schakeltraject) een master volgen in hun vakgebied. Meestal biedt een universiteit meerdere programma's per vakgebied, maar tweedegraders worden lang niet overal toegelaten. Ook hier loont het uitdiepen van het programma de moeite. Bij de master geschiedenis van de VU specialiseren studenten zich bijvoorbeeld in een historische periode, terwijl ze bij de Erasmus Universiteit maatschappijgeschiedenis studeren. Tweedegraads leraren kunnen naast hun vakinhoudelijke master een eerstegraads bevoegdheid halen, wat een tweede mastertitel oplevert. Maar die kunnen ze alleen halen als ze ook een vakinhoudelijke master doen. Bijna alle universiteiten verzorgen eerstegraads opleidingen. |
| Verder studeren aan een hogeschool Hogescholen verzorgen beroepsgerichte masters die bedoeld zijn voor mensen met beroepservaring. Hbo-masters worden daarom vaak in deeltijd aangeboden. Omdat de overheid hbo-masters niet financiert, kan het collegegeld oplopen tot 20 duizend euro per jaar. Maar leraren hebben mazzel: hbo-masters in de educatieve sector worden meestal wel door de overheid betaald. Het collegegeld van deze hbo-masters is niet hoger dan het collegegeld aan de universiteit. En het grote voordeel is dat hbo-afgestudeerden geen schakeljaar hoeven te volgen. De lerarenopleidingen in het hbo verzorgden al voor de invoering van de bachelor-masterstructuur vervolgopleidingen: eerstegraads lerarenopleidingen, opleidingen voor het speciaal onderwijs en de hogere kaderopleiding pedagogiek. Hogescholen zetten deze deeltijdopleidingen om in masterstudies. Op het ogenblik bieden de hogescholen gezamenlijk zeventien bekostigde educatieve masters aan, maar er komen er meer bij. De Hogeschool Utrecht (HU) heeft inmiddels negen eerstegraads opleidingen omgezet in masters. De Hogeschool Rotterdam, Fontys Hogescholen en de Hogeschool van Amsterdam zijn nog met die operatie bezig. De Utrechtse masteropleidingen zijn twee- of driejarige deeltijdopleidingen voor tweedegraders die al baan in het onderwijs hebben. De opleidingen zijn gericht op het leraarsberoep. Masterstudenten verdiepen zich verder in het vakgebied dat zij doceren en ontwikkelen onderzoeksvaardigheden die ze kunnen inzetten bij de onderwijsontwikkeling op hun school. Pabo-afgestudeerden met twee jaar onderwijservaring kunnen terecht bij de masteropleiding special educational needs van de HU. Masterstudenten speciaal onderwijs verdiepen hun expertise op het gebied van gedrags- en leerproblemen en doen praktijkgericht onderzoek. Deze tweejarige deeltijdopleiding wordt op elf verschillende locaties aangeboden en kent vijf specialisaties: gedragsproblemen, leerproblemen, handicaps, educatieve zorgsystemen en inclusief onderwijs. De Hogeschool Inholland, Fontys en de Hogeschool Rotterdam hebben hun hogere kaderopleiding pedagogiek omgezet in een master en de HU start binnenkort met deze master. Deze deeltijdopleidingen zijn bedoeld voor afgestudeerden van de (lerarenopleiding) pedagogiek die werkzaam zijn in de jeugdzorg of de onderwijsondersteuning. Andere leraren met relevante werkervaring kunnen ook toegelaten worden tot deze master. |
Artikelen