Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 07.10.2006 Auteur Rob Voorwinden

Te koop: eerstegraads bevoegdheid, wegens overcompleet

"Als academicus ben je tegenwoordig een loser als je het onderwijs ingaat", constateert de vereniging Beter Onderwijs Nederland. Het Sociaal en Cultureel Planbureau lijkt de BON gelijk te geven. Wil de laatste eerstegrader het licht uitdoen?

Te koop: eerstegraads lesbevoegdheid aardrijkskunde, op Marktplaats.nl. Want, zo meldt de aanbieder, voor het geven van onderwijs heb je tegenwoordig helemaal geen bevoegdheid meer nodig. ‘Iedereen die bekwaam is, mag voor de klas. Ook vakkennis doet er tegenwoordig niet zoveel meer toe: de leerlingen leren die wel zelfstandig.'
Achter de advertentie, geplaatst onder de schuilnaam Em70, zit een lid van de vereniging Beter Onderwijs Nederland. Woordvoerder Presley Bergen van deze vereniging kan zich helemaal in de actie vinden. "Scholen kunnen tegenwoordig zomaar iemand van de straat plukken om les te geven. Je hebt inderdaad geen bevoegdheid meer nodig."
Zelfs niet in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs, zo erkent de Onderwijsinspectie. ‘Want het is nog steeds de bedoeling dat docenten in het eerstegraadsgebied een academische opleiding hebben genoten, maar sinds de invoering van de Wet beroepen in het onderwijs is het niet meer verplicht.' Zolang er van elke leraar maar een ‘bekwaamheidsdossier' wordt bijgehouden, waaruit blijkt dat hij over voldoende vaardigheden beschikt om zijn lessen te kunnen geven.
Naast Beter Onderwijs Nederland maakt ook het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zich zorgen over de dreigende teloorgang van het onderwijs. Het rapport ‘Wie werken er in het onderwijs', dat vorige week verscheen, schetst een dramatisch beeld van lagere salarissen, meer onbevoegden voor de klas en minder academisch geschoolde docenten.

Uittocht
"Als academicus ben je tegenwoordig een loser als je het onderwijs ingaat", constateert Bergen van Beter Onderwijs Nederland. "De salarissen zijn laag en je kunt je vak niet in onafhankelijkheid uitoefenen. Want het management wil alleen volgzame mensen, die het nieuwe leren en het studiehuis omarmen. Onderwijsmanagers zitten niet te wachten op onafhankelijke academici met een brede kijk."
En dat gaat ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. Bergen: "Hoe kun je in het vwo nou lessen laten verzorgen door leraren die vroeger zelf niet goed genoeg waren voor deze onderwijssoort? Hoe kun je als leraar voorbereidend wetenschappelijk onderwijs geven als je zelf niet op de universiteit hebt gezeten?"
De uittocht van academici komt ook in het hbo op gang, zo waarschuwt het SCP. Daar is, net als in het voortgezet onderwijs, een nieuw systeem van functiewaardering ingevoerd waarbij veel functies lager zijn ingeschaald. En daardoor kunnen academici nu in het bedrijfsleven duidelijk meer verdienen dan in het hbo.
Ook in basisonderwijs daalt volgens het SCP het gemiddelde opleidingsniveau van de werknemers, onder andere door de inzet van onderwijsassistenten. Helaas worden die steeds vaker als leerkracht ingezet, constateert een docent op het internetforum van Beter Onderwijs Nederland. ‘Onze onderwijsassistente is zo'n fantastische, lieve juf. Kinderen en ouders zijn gek op haar. Jammer alleen dat ze niet merkt dat Mohammed een leesachterstand van weet ik hoeveel heeft. En als ze het al zou merken, heeft ze geen flauw idee wat ze er aan kan doen. Mohammed zelf merkt het ook niet, zijn moeder zeker niet en de directeur krijgt geen klachten. Die krijgt enkel dubbele inkomsten vanwege de allochtone achtergrond van de leerling, en beperkte kosten omdat hij een assistent inzet als leerkracht.'

Gedrocht
Ook AOb-voorzitter Walter Dresscher maakt zich ernstig zorgen over het niveau van docenten. "Bovenaan is een uittocht van eerstegraders bezig, onderaan komen klassenassistenten zonder begeleiding voor de groep te staan."
Dresscher signaleert, net als het SCP, dat de salarissen in het onderwijs te laag zijn en dat veel nieuwe docenten laag worden ingeschaald volgens de nieuwe functiewaardering in het voortgezet onderwijs. "Wij krijgen als bonden nu kritiek dat we met dat systeem hebben ingestemd, maar soms kan het niet anders. Wij hebben er van begin af aan tegen geageerd, maar de werkgevers vonden dit het grootste goed van de wereld. Zonder instemming op dit punt hadden we helemáál geen akkoord kunnen sluiten. Dan hadden we aan de zijlijn gestaan, en hadden de werkgevers nog veel slechtere zaken kunnen doorvoeren."
De AOb gaat zich, gesterkt door het SCP-rapport, wel sterk maken voor een nieuw systeem van functiewaardering. Dresscher: "De huidige functiewaardering is een ambtelijk gedrocht waarin de kennis van docenten nauwelijks wordt meegewogen. We willen een systeem dat recht doet aan de vakinhoudelijke of pedagogisch/didactische kennis van een docent. Leerkrachten moeten weer op hun professionaliteit worden beoordeeld."

Downgrading
In een ongekend kritisch rapport kraakte het Sociaal en Cultureel Planbureau eind vorige maand de - letterlijk citaat - ‘downgrading' van het onderwijs. De hoofdpunten op een rijtje.
- Het opleidingsniveau neemt af
In veel sectoren van de arbeidsmarkt neemt het totale opleidingsniveau van werknemers toe, maar bij het onderwijspersoneel doet zich juist een daling voor. Onder andere doordat er nieuwe ondersteunende functies zijn gecreëerd, die vaak door mbo'ers worden vervuld.
- Minder academici voor de klas
Steeds minder docenten hebben een academische of mo-b opleiding gevolgd. Die afname hangt in de eerste plaats samen met de vergrijzing. Van de oudere docenten in havo/vwo heeft 42 procent een mo-b of wo-opleiding. Maar ouderen gaan met pensioen en ze worden vervangen door jonge docenten van wie slechts 26 procent een studie op dat niveau heeft doorlopen. De dalende belangstelling van jonge academici wordt volgens het SCP veroorzaakt door de lagere salarissen. Want oudere academisch geschoolde docenten zitten in meerderheid in schaal 12, terwijl jongeren vaak terechtkomen in schaal 10 - tegenwoordig aangeduid als LB of 'lesboer', zo meldt het SCP. ‘En hoe ouder de academisch gevormde docenten worden, hoe groter hun salarisachterstand op het bedrijfsleven.'
- Geen carrièremogelijkheden
De carrièremogelijkheden van leraren zijn beperkt. ‘In feite kan een leraar alleen carrière maken door onderwijsgevende taken in te ruilen voor managementtaken. Dit gebrek aan carrièreperspectieven vergroot de aantrekkingskracht van het bedrijfsleven, en de lagere waardering van onderwijstaken zal de status van het beroep geen goed doen.'
- Meer onbevoegden voor de klas
Het percentage on- of onderbevoegde leraren nam de afgelopen jaren toe. In 2002 was 15 procent van de leraren in het voortgezet onderwijs niet volledig bevoegd, in 2005 was dat opgelopen tot 20 procent.

Doormailen    Printversie








andere achtergrond