Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 27.01.2007 Auteur Rob Voorwinden
Jonge academici hebben geen zin om voor een hongerloontje een klas met pubers in toom te houden. Dat beeld ontstond vorig najaar toen het Sociaal en Cultureel Planbureau de alarmklok luidde over het dalende opleidingsniveau van leraren in het voortgezet onderwijs. Die daling valt bij nader inzien reuze mee, de onderzoekers hebben zich verrekend. Jaarlijks beginnen duizend tot vijftienhonderd kersverse masters aan een lerarenopleiding. Het Onderwijsblad vroeg drie Neerlandici wat zij in het onderwijs te zoeken hebben.
Waarom willen jullie het onderwijs in?
Iris Paape: "Ik heb een aangeboren passie voor het onderwijs. Als kind was ik al kleuters aan het voorlezen. Maar ik wilde na de middelbare school niet meteen naar een tweedegraads opleiding. Ik voelde me te jong om voor een klas met pubers te staan. Dus ben ik eerst naar de pabo gegaan. Daar hadden ze een plus variant, waarbij je tijdens je studie ook een tweedegraads diploma kon halen. Maar tijdens mijn eerste jaar bleek dat die variant was afgeschaft, terwijl de wervingsposters nog in de gang hingen. Ik zakte door de grond van verbazing. Toen ben ik overgestapt naar Nederlands aan de universiteit, om daarna ook een eerstegraads bevoegdheid te halen."
Femke van Hemert: "Ik ben na mijn studie gaan werken als ontwikkelaar van lesmaterialen, maar moest door een reorganisatie een andere baan zoeken. Ik ben in het wilde weg gaan solliciteren, ook op scholen, en werd aangenomen. Maar ik had nog geen bevoegdheid, dus die haal ik nu."
Liza Voll: "Als je Nederlands studeert denkt iedereen dat je later dus het onderwijs in gaat. Tegen dat idee heb ik me altijd heel fel verzet, want onderwijs was niet mijn roeping. Maar aan het einde van mijn studie heb ik mijn mogelijkheden nog eens op een rijtje gezet, en toch maar bij een school gesolliciteerd. Die eerste brief was meteen raak."
Jullie staan nu als lio-stagiair voor de klas. Bevalt het?
Iris Paape: "Ik werk nu al op mijn tweede school. Het bevalt me heel goed, want we zijn erg bezig met onderwijsvernieuwing. We proberen de beste elementen van het oude en het nieuwe leren te combineren. Vernieuwing moet bij je passen, maar als dat het geval is heb je op deze school als docent veel mogelijkheden."
Femke van Hemert: "Het pedagogische aspect vind ik het leukste. Leerlingen een basis meegeven, echt bijdragen aan de vorming van mensen. Verder werk ik op een redelijk vernieuwende school en dat past wel bij me. Toen ik in mijn vorige baan lesmateriaal ontwikkelde, was ik ook al bezig met de vraag hoe je opdrachten leuk kunt maken, zodat leerlingen leren zonder dat ze het in de gaten hebben."
Liza Voll: "Voor de klas staan is het leukste dat ik ooit gedaan heb. Je bent met je vak bezig en leerlingen dwingen je om na te denken over jezelf, over wat je doet en waarom je dat doet. Ook mijn school is redelijk vernieuwend. We hebben bijvoorbeeld laptopklassen waar veel lesmateriaal gedigitaliseerd wordt aangeboden. En ik heb als docent heel veel vrijheid, daar verbaasde ik me in het begin wel over. Gelukkig zijn er binnen de sectie afspraken gemaakt, en dat geeft me als beginner structuur. Daardoor zie ik bijvoorbeeld of ik te snel of te langzaam door de stof ga."
En het salaris, is dat ook leuk?
Iris Paape: "Het startsalaris valt mee. Maar als je het cao-boekje openslaat en ziet hoe je salaris zich later ontwikkelt, valt het tegen."
Femke van Hemert: "Het salaris is in het begin best schappelijk, en verderop in je carrière wordt het meer. Maar niet veel meer."
Liza Voll: "Het is prima, hoewel ik in het bedrijfsleven misschien meer zou kunnen verdienen."
Hebben jullie veel aan jullie academische kwaliteiten?
Iris Paape: "Ja, vooral op het gebied van de literatuur. Op de universiteit leer je goed om literatuur te plaatsen in de geschiedenis. Een boek als Beatrijs gaat bijvoorbeeld pas leven als je de leerlingen vertelt hoe er in die tijd tegen het geloof werd aangekeken. Aan de andere kant weten leraren die een hbo-opleiding volgen bijvoorbeeld veel meer over het onderwijs in spelling en grammatica. Daar heb ik tot nu toe nog niet één college over gehad."
Femke van Hemert: "Academische kwaliteiten heb je niet echt nodig bij het lesgeven. Maar een vaardigheid als analytisch denken is wel heel handig bij onderwijsvernieuwing."
Liza Voll: "Ik ben taalkundige en daardoor kan ik heel goed ontleden. Maar ik denk dat tweedegraads leraren veel beter les kunnen geven en orde kunnen houden. Het enige dat ik heb is theoretische kennis, de rest moet ik zelf uitzoeken."
Blijven jullie tot aan je pensioen in het onderwijs?
Iris Paape: "Dat kan ik me niet voorstellen. Als je veertig jaar voor de klas staat, wordt de verleiding op een gegeven moment wel erg groot om de aantekeningen van vorig jaar weer uit de kast te halen. Ik denk dat ik me verder wil ontwikkelen, bijvoorbeeld door een opleiding voor management of schoolbestuurder te volgen. En dan is het natuurlijk handig als je zelf ook al eens hebt lesgegeven."
Liza Voll: "Ik heb echt geen idee hoe lang ik in het onderwijs blijf. Dat kan tot mijn 65ste zijn, maar misschien doe ik over tien jaar iets heel anders."
Femke van Hemert: "Veertig jaar voor de klas staan lijkt me echt een schrikbeeld. Je kunt de lesstof linksom, rechtsom of door het midden vertellen, maar op een gegeven moment heb je het allemaal wel gehad. Misschien wil ik dan terug naar het ontwikkelen van lesmaterialen, of doorgroeien tot schoolleider. En dan heb ik weer veel baat bij mijn academische vorming. Want tweedegraads docenten worden echt alleen opgeleid om docent te worden. Wij hebben een brede basis. Daarmee kun je veel meer kanten op."
| Downgrading valt reuze mee "Als academicus ben je tegenwoordig een loser als je het onderwijs in gaat", constateerde de Vereniging Beter onderwijs Nederland een maand geleden in het Onderwijsblad. Aanleiding was een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), waarin geconstateerd werd dat er steeds minder academici in het onderwijs werken. Die downgrading zou worden veroorzaakt door de vergrijzing. Want van de oudere havo/vwo-docenten is 42 procent academisch geschoold. Maar ouderen gaan met pensioen en ze worden vervangen door jonge docenten van wie slechts 26 procent een universitaire studie achter de rug heeft. Het rapport veroorzaakte behoorlijk wat opschudding, maar nu blijkt dat de onderzoekers van het SCP zich verrekend hebben. Want in het rapport zijn ook oudere leraren met de vroegere mo-b-opleiding tot de academici gerekend. Terwijl die mo-b eigenlijk een hbo-opleiding was. Of liever, een voorloper van de huidige eerstegraads opleidingen in het hbo. Als alleen mensen met een universitaire opleiding tot de academici worden gerekend, wat logischer lijkt, ziet het plaatje er heel anders uit. Van de oudere docenten heeft 25 procent een academische opleiding gehad, van de jongste docenten 21 procent. |
Artikelen