Bron Straksvoordeklas Publicatiedatum 12-2006 Auteur Rob Voorwinden

Petje af voor het pabo-niveau

"De pabo is te makkelijk", lezen we met enige regelmaat in de krant. Straks-medewerker Rob Voorwinden wilde weten hoe makkelijk. Hij legde bij de Marnix Academie de reken- en taaltoets af... en zakte als een baksteen. Met het schaamrood op de kaken bespreekt hij zijn resultaten met de reken- en taaldocenten van de Utrechtse pabo.

Dit kan niet waar zijn. Een journalist die al ruim twintig jaar elke dag artikelen schrijft, beantwoordt slechts vijfentachtig procent van de vragen goed, terwijl pabo-studenten een score van honderd procent moeten halen. De taaltoets nog maar eens doen. De opgaven schieten voorbij op het beeldscherm. Welk woord is goed? Chemicaliën, bureaus, babys, paardenbloem, industriëen, geskeelerd, gecoacht, oxyderen, Zuidoost-Groningen, steekeblind, dioxyde, electriciteit. En vergisten of vergistten de jongens zich in de route bij de avondvierdaagse? En bloed of bloedt de wond? Tien minuten later volgt de nieuwe score. Honderd procent? Welnee, achtentachtig.
Dan de rekentoets, die moet toch ook een makkie zijn voor een vwo'er met wiskunde in zijn eindexamenpakket. Goed, dat was vijfentwintig jaar geleden en ik haalde na kapitalen aan bijles een mager vijfje. Maar toch, we hebben het over vwo met wiskunde. Wat anno 2005 op de pabo goed blijkt te zijn voor dezelfde onvoldoende als weleer: wederom een vijf.
Caroliene van Waveren, docent rekenen en wiskunde op de Marnix Academie, verzacht het leed. Een gedeelte van de toets draait om schattend rekenen en dat heeft iemand die een kwart eeuw geleden van school kwam nooit gehad. De eerste methoden realistisch rekenen verschenen in de jaren tachtig. Maar ook jongeren die het wel hebben geleerd, hebben vaak moeite met deze aanpak. "Mensen rekenen dingen liever precies uit, ook al kost dat veel meer moeite dan schatten. Als je wilt weten hoeveel kaas je ongeveer per jaar eet, kun je het aantal dagen in het jaar best afronden naar 350, want 365 dagen rekent wat lastig. Maar dat durven mensen vaak niet omdat ze bang zijn er te veel naast te zitten."
Veertigers hebben op school ook niet geleerd om handig te rekenen, troost Van Waveren. Wie twee getallen met één cijfer achter de komma uit z'n hoofd van elkaar wil aftrekken, kan eerst één getal mooi rond maken. 35,1 min 24,6 levert immers hetzelfde antwoord op als 35 min 24,5. "Gewoon proberen", adviseert Van Waveren. "Durf maar eens wat." Al met al heb ik de rekentoets helemaal niet zo slecht gemaakt, vindt de pabo-docent. "Wat onderdelen bijspijkeren en je hebt een aardige basis om voor de klas te kunnen."

Kolendamp
Maar gezakt voor de taaltoets: dat doet pas echt pijn. Als verzachtende omstandigheid geldt misschien dat een journalist altijd het Groene Boekje binnen handbereik heeft. Met als achtervang de elektronische spellingscontroleur, die zelfs niet te beroerd is alternatieve schrijfwijzen aan te dragen. Al blijft waakzaamheid daarbij geboden. Zo veranderde de kop ‘Speciaal examen voor slachtoffers Volendam' door een verkeerde muisklik eens in de kop ‘Speciaal examen voor slachtoffers Kolendamp'. De eindredactie ontdekte het gelukkig net op tijd.
"Veel studenten halen de taaltoets niet in één keer", zegt docent Nederlands Martin Hunziker. Ze doen vaak meerdere pogingen, maar dat is ook weer niet de bedoeling. Hunziker: "Je moet na elke toets oefeningen doen. Als je net zo lang blijft gokken totdat je een keertje slaagt, loop je later tegen de lamp. Als je iets moet uitleggen in groep 8 bijvoorbeeld."
Ook met de rekentoets hebben veel studenten het moeilijk. Dat komt volgens Van Waveren doordat je op pabo's weinig echte bèta's tegenkomt. "Wij trekken juist veel studenten die op de middelbare school slechte ervaringen hebben opgedaan met rekenen en wiskunde. Scholieren die voor het bord moesten komen terwijl de meester wist dat ze een som niet zouden kunnen oplossen. En veel leerkrachten in het voortgezet onderwijs vinden dat er maar één manier is om een som op te lossen, terwijl er meestal verschillende manieren zijn."
Hoewel de meeste studenten de toetsen voor rekenen en taal vaak niet in één keer halen, krijgen weinig eerstejaars een negatief studieadvies. Want vaak lukt het in de herkansingen wel. Als het niet in het eerste jaar is, dan in het tweede of derde jaar.

Landelijke toetsen
Maar voor herkansers is er nu slecht nieuws, want de pabo wordt strenger. Tot nog toe nemen de opleidingen hun eigen reken- en taaltoetsen af en bepalen ze zelf hoe vaak een student een herkansing mag doen. Minister Van der Hoeven vindt dat er hogere eisen gesteld moeten worden en wil dat alle pabo-studenten dezelfde toetsen maken en dezelfde scores moeten behalen. Wie niet binnen het jaar een voldoende haalt, moet uitzien naar een andere beroepsopleiding.
Karel Aardse, directeur van de Marnix Academie zat niet echt te wachten op landelijke toetsen en richtlijnen. "Wij hebben de rekenen- en taaltoetsen zelf al goed geregeld." Maar wat moet, dat moet. De directeur verwacht dat de pabo er moeilijker door zal worden. "De studenten zullen er harder aan moeten trekken." Hij vraagt zich, net als zijn docenten, wel af hoeveel inspanning er van de pabo's verwacht wordt. Tot nu toe brengen studenten met diagnostische toetsen en veel zelfstudie hun taal- en rekenvaardigheden op peil. "Wij helpen daar nog niet al te veel bij", zegt taaldocent Hunziker. "Moeten wij straks les gaan geven in werkwoordspelling? Dat hadden ze in 2-havo al moeten hebben. Wij besteden onze tijd liever aan didactiek dan aan leerstof die op de middelbare school behandeld had moeten worden. Maar we zitten in een vicieuze cirkel: als onze afgestudeerden hun leerlingen niet goed leren rekenen en spellen, krijgen wij later weer zwakke studenten binnen."
Aardse vreest dat de pabo's door de strengere normen studenten moeten wegsturen die wel veel pedagogisch-didactische kwaliteit in huis hebben. Studenten die gewoon een jaartje langer nodig hebben om hun taal en rekenen op niveau te krijgen. Want wat is nu belangrijker, vindt Hunziker, dat je meteen weet of het paardebloem of paardenbloem is, of dat je mooie, verantwoorde lessen kunt geven aan dertig kinderen? Dat laatste natuurlijk. Anders zou je, na wat bijspijkeren in rekenen en taal, toch net zo goed een journalist voor de klas kunnen zetten?

Doormailen    Printversie








andere achtergrond