Om les te kunnen geven in het basis- en voortgezet onderwijs, moet je bevoegd zijn. Die bevoegdheid krijg je met je diploma van de pabo of de andere lerarenopleidingen, maar het kan ook zonder.
Gemotiveerd en gedreven leerkrachten hoeven niet per se direct van de lerarenopleiding te komen. Het kan ook zijn dat je een andere opleiding hebt gevolgd en een aantal jaar hebt gewerkt. Als je de overstap maakt van een ander beroep naar het onderwijs, zijn er verschillende mogelijkheden om op een school aan de slag te gaan.
Voor een zij-instromer is het belangrijk dat je beschikt over vaardigheden en competenties die je nodig hebt voor het leraarsvak. Die kun je bijvoorbeeld in je vorige baan hebben opgedaan. Aan de hand van een zogenoemd geschiktheidsonderzoek kan dat worden vastgesteld. Als blijkt dat je voldoende ervaring en kennis hebt om voor de klas te staan, kun je twee jaar zonder officiële bevoegdheid aan de slag. Binnen die twee jaar moet je dan wel een bekwaamheidsonderzoek afleggen, waarmee je het benodigde getuigeschrift bemachtigt. Een afgeronde hbo- of universitaire opleiding heb je nodig als je voor de klas wilt in het primair of voortgezet onderwijs.
In het voortgezet onderwijs (en in het middelbaar beroepsonderwijs) kun je ook terecht als je geen leraarsbevoegdheid wilt halen. In dat geval kun je voor praktijkles proberen een tijdelijke ontheffing van de onderwijsbevoegdheid te krijgen. Je hoeft dan geen geschiktheidsonderzoek af te leggen. Daarvoor moet je bij de inspectie zijn.
Artikelen