Het middelbaar beroepsonderwijs is een belangrijke leverancier van pabostudenten. Een derde van de instroom op de pabo komt van een mbo-opleiding af. De meeste van die mbo-doorstromers hebben een diploma onderwijsassistent op zak. De overstap van mbo naar de pabo is op papier een logische overstap, maar in de praktijk niet altijd even vanzelfsprekend.
Pabo's moesten tot 2005 een verkort, driejarig traject aanbieden als je een diploma onderwijsassistent op zak had. De regeling die daarvoor zorgde, de Verwantschapsregeling, is afgeschaft. Pabo's zijn daar gelukkig mee, omdat de resultaten in de praktijk niet bemoedigend waren. Nu ga je met je mbo-diploma in eerste instantie mee met het reguliere, vierjarige pabo-programma. Eventuele vrijstellingen zijn meestal wel te bespreken.
De uitval onder mbo'ers (niet specifiek voor onderwijsassistenten) is hoger dan die onder havisten. Van de mbo'ers die in 2004 instroomden, viel na een jaar dertig procent uit, vier procent meer dan bij havisten. Overigens ligt de gezamenlijke uitval op de pabo's al jaren vier tot vijf procent onder het gemiddelde van het hele hbo.
Ervaring in de klas
Een voordeel voor doorstromende onderwijsassistenten is dat ze al ervaring hebben opgedaan in de klas. Ze zijn vaak praktischer ingesteld, waar havisten vaak vakinhoudelijk een voorsprong hebben en beter zijn in taal en rekenen.
Onderwijsassistenten die naar de pabo gaan, hebben daar verschillende redenen voor. Ze zien het niet zo zitten om als assistent aan de slag te gaan en willen liever als bevoegd docent voor de klas. Sommige studenten hadden altijd al voor ogen dat ze naar de pabo wilden, maar verkozen omdat via het mbo als tussenstap te doen. Daarnaast spelen ook de arbeidsmarktperspectieven mee. De groei in het aantal onderwijsassistentvacatures is afgeremd, terwijl het aantal mbo-leerlingen die de studie volgt wel toeneemt. Gebleken is dat in de praktijk maar weinig onderwijsassistenten direct als onderwijsassistent aan de slag gaan.
Artikelen
Downloads