Bron Straksvoordeklas Publicatiedatum 05.2005 Auteur Rineke Wisman
Wekelijks trekken ze met hun optreden in Kopspijkers twee miljoen kijkers. Sinds 1987 maken ze elk jaar een nieuwe voorstelling met hun cabaretgroep NUHR (Niet Uit Het Raam). Maar voor ze op het podium terecht kwamen waren Peter Heerschop en Viggo Waas jaren gymleraar op een middelbare school in Almere. "De eerste twee jaar waren de zondagavonden rampzalig. Dan lag je wakker van alles wat je die week moest doen."
Op de voordeur van een nieuwbouwhuis in Amsterdam prijkt de naam van Peter Heerschop gewoon op het naambordje. Aan pottenkijkers stoort de bekende cabaretier zich niet. "Vaak komen kinderen even voor het raam staan kijken. Dan zwaai ik naar ze", zegt hij.
Toen Peter Heerschop een jaar of zeven was, wist hij al dat hij later gymleraar wilde worden. "Ik was goed in sport en mijn gymleraar straalde uit dat het een heel leuk vak was. Bezig zijn met kinderen, bewegen, lesgeven. Het leek mij prachtig." De toelatingseisen voor de academie voor lichamelijke opvoeding (alo) waren streng, herinnert hij zich. "Naast een testdag met lichamelijke oefeningen moesten we een opstel schrijven en in een gesprek onze motivatie toelichten. Eén op de acht werd aangenomen. Ik was trots dat ik daar bij hoorde."
Viggo Waas begon twee jaar later aan de alo. Hij had de jeugdopleiding bij Ajax achter de rug, maar zijn voetbalcarrière hield op bij het tweede elftal. "Ik kon leuk voetballen, maar was niet goed genoeg voor het eerste." Daarna twijfelde hij tussen een studie medicijnen en de alo. "De testdag van de alo gaf de doorslag. Dat was zó leuk", zegt hij. "Bewegen en denken: daar horen mensen mee bezig te zijn." De alo bood een mooie mix. "Het was half om half. Veel sport, maar ook vakken als psychologie, filosofie en sociologie. De helft van de klas viel uit door de theoretische vakken."
Heerschop en Waas hielden vol en gingen na hun studie het onderwijs in. Peter werkte kort op een lagere en een middelbare school. Daarna bleef hij dertien jaar bij scholengemeenschap Echnaton in Almere. Viggo werkte kort in het mbo en daarna tien jaar bij Echnaton. "In die tijd lagen de banen niet voor het oprapen. Peter wees me twee keer op een vacature. Ik solliciteerde en de tweede vacature was voor mij."
. Viggo: "Met NUHR hebben we sinds 1987 elk jaar een nieuwe cabaretshow gedraaid. We hebben nu voor het eerst een paar maanden vrij tot september."
Hoe kijken jullie terug op het leraarschap?
"Ik vond het leuk om met een klas iets te bereiken", vertelt Peter. Hoe? "Ik ging er vol in. Wierp mezelf in de meute. Lim noemden we dat: leraar in meute. Ik had negen klassen van 25 man, maar probeerde in één of twee lessen alle namen te kennen." De lessen die hij goed voorbereidde, waren het leukst. "Gewoon de oefenstof afdraaien kon ook, maar dan had ik minder lol. Het is een vak waar je volledig in moet gaan. Iedere les die ik met weinig zin instapte, werd niks."
Viggo vult aan: "Een goede voorbereiding is essentieel. Kinderen hebben recht op honderd procent van je aandacht." Het echte lesgeven leer je door elke dag voor zo'n groep te staan, vindt hij. "Elk kind en elke klas is anders. Daarop pas je je benadering aan." Een goede leraar heeft oog voor de zwakke en de sterkere persoonlijkheden in een klas. "Met een vak als gymnastiek is het belangrijk een veilig klimaat te creëren waarin kinderen durven te falen. Kinderen die klasgenoten uitlachen, moet je aanpakken. Door ze aan te spreken, ze aan de kant te zetten of een lager cijfer te geven. Daar moet je gevoel voor hebben. Dat heb je of dat heb je niet."
Hoe gingen jullie om met ordeproblemen?
Peter: "Het lesgeven moet je ervaren als een spel. In de klas is het spel: strijden tegen de leraar. De taak van de leraar is om daarin mee te spelen. Zodra je denkt dat het persoonlijk is, zit je in de problemen." Om het spel goed te kunnen spelen, moet je eerst een band opbouwen met de klas. Door veel te praten. Aan te voelen wat er speelt. "Als je die band eenmaal hebt, kan je veel doen", aldus Peter. "Ook zeggen: Ik ben in een slechte bui en kan vandaag weinig hebben. De eerste die iets raars doet, is vandaag ongelooflijk de lul. Alvast excuses voor mijn onredelijke gedrag, maar we beginnen en ik wens jullie veel sterkte. Iedereen heeft wel eens een slechte dag. Dat snappen ze best."
Viggo: "De eerste weken leg je de basis van orde in je eigen klas. Wees consequent. Stel regels op en houd jezelf er ten minste vijf weken aan. Orde houden heeft te maken met respect. Dat zit 'm niet in het meneer zeggen, maar in de manier waarop ze je benaderen."
Peter: "Kinderen hebben door hoe je in je vel zit. Ze weten precies wat de rol van de ander in de klas is. We speelden ooit eens een rapportvergadering na. Daarin wisten ze niet alleen de leraar haarfijn neer te zetten. Ook zichzelf schatten ze prima in."
Waarin verschillen jullie van elkaar als leraar?
Viggo: "Ik geef iets strakker les. Peter gaat meer op zijn gevoel af. Heeft meer vertrouwen dat het goed komt." Peter: "Ik denk dat dat wel klopt."
Wordt het makkelijker met de jaren?
Peter: "Je krijgt routine. Leuk, maar daar kan je niet blind op varen. Het ene jaar heb je drie heel leuke klassen, het jaar daarop kan je zomaar een mindere klas hebben." Het lesgeven is de eerste jaren heel eng, vindt hij. "Net als op een podium staan. Je doet het vanuit een ‘iets heel graag willen' gekoppeld aan pure doodsangst: dat geeft het lekkerste gevoel. Het is geweldig als het dan goed gaat."
Viggo denkt dat het leraarsberoep nu zwaarder is dan tien jaar geleden. "De maatschappij is ingewikkelder. Sommige mensen weigeren hun kinderen op te voeden." Als mentor kwam hij soms bij ouders thuis. "Met moeder voerde ik het gesprek, vader zat televisie te kijken. Mijn vrouw doet de opvoeding, zei die man dan, ik werk."
Peter en Viggo vinden het lerarenberoep nog steeds geweldig. Viggo: "Het is dynamisch. Geen dag is hetzelfde. Het klinkt misschien duf, maar kinderen iets aanleren is het mooiste dat er is." Minpunten zijn er ook. Een afknapper vond Peter het hangerige en ongeïnteresseerde gedrag dat pubers vaak eigen is. "Zaten we bijvoorbeeld bij elkaar voor een sinterklaas- of kerstviering en het enige dat ze dan riepen was: dit duurt toch niet heel lang hè?" Viggo benadrukt dat het een ongelooflijk zwaar beroep is: "Ik was altijd aardig gesloopt na een dag lesgeven."
Peter heeft een dochter, Viggo een zoon. Raden zij hun kinderen een onderwijscarrière aan?
Viggo: "Het is een prachtig beroep. Als hij het wil, komt 'ie er vanzelf achter of iets voor hem is." Peters vrouw werkt ook in het onderwijs. Volgens hem is het onafwendbaar dat zijn dochter het onderwijs ingaat. "Ik hoor haar al vaak zeggen dat ze juf wordt en dan houd ik keurig mijn mond. Ze lijkt me een hartstikke leuke juf."
Artikelen