Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 24.03.2007 Auteur Gaby van der Mee

Koninginnen en krengen

Het kan heel subtiel zijn. Eén blik is voldoende. meidenvenijn wordt vaak afgedaan als iets wat nu eenmaal bij het leven hoort. Toch kan het ontaarden in grove pesterijen waar leerlingen nog in hun volwassen leven last van hebben. "Het populairste meisje oogt voor volwassenen vaak heel charmant, terwijl het soms krengen zijn." Alles over meidenintimidatie, plus tips wat er tegen te doen is.  

Meidenvenijn, het is geen nieuw verschijnsel. Iedereen kan zich de kliekjes wel herinneren. Het populaire meisje, de bijenkoningin, die een ware hofhouding om zich heen heeft. Meestal bestaat die uit kinderen die er graag bij horen en daar alles voor over hebben. De queenbee is heel charmant, weet Anke Visser. "Dat zet volwassenen vaak op het verkeerde been. Toch moet je er als school heel erg voor oppassen dat je de queenbee niet tot norm verheft. Dat maakt de schoolomgeving onveilig."
Visser is werkzaam bij pedagogisch centrum APS en leidt het project PPSI (Project Preventie Seksuele Intimidatie) alweer 12,5 jaar. Vorig jaar pakte ze het onderwerp ‘meidenvenijn' op en belegde een conferentie voor vertrouwenspersonen in het voortgezet onderwijs. De toeloop was zo groot dat er een tweede georganiseerd moest worden. In april is het basisonderwijs aan de beurt, ook die conferentie is al volgeboekt.
De belangstelling is groot, maar waarom opeens dit onderwerp?
"Ik ontdekte zelf twee jaar geleden hoe mijn dochter van 11 zich staande moest houden in een groepje van vijf meisjes. In de herfstvakantie huurden we de dvd ‘Mean Girls'. Daarin is het boek van de Amerikaanse Rosalind Wiseman ‘Queen Bees and Wannabes' op een Hollywoodachtige manier verfilmd, over het wel en vooral het wee van de meidenvriendschappen. Ik ben toen onmiddellijk dat boek gaan kopen." Wiseman sprak met duizenden meisjes over het gekonkel, wat het is om eruit te liggen, wat het voor invloed op hun leven had. Hoe ze erdoor gevormd werden, hoe het hun gedrag tegenover jongens bepaalde, dat ze altijd de kleding droegen die bij de groep hoorde. In haar boek ontrafelt Wiseman de hiërarchie in de groepjes. Het populairste meisje bepaalt wat er gebeurt. Zij heeft volgelingen, boodschappers en spionnen. De groep kiest altijd een slachtoffer en er zijn altijd leerlingen die toekijken en niets doen. Alles wordt in het boek besproken, van de uitnodigingen voor verjaardagspartijtjes (wie wel, wie niet?) tot de rangorde in de cafetaria's (wie zit waar naast wie?). Wiseman analyseert de pesterijen, het geroddel en de gevolgen ervan voor de reputatie van meiden.

Vechten
Anke Visser heeft veel van het onderzoek geleerd. Als lerares Nederlands gaf ze zelf op verscheidene scholen les. "Dat pesten bestreden moet worden is langzamerhand wel doorgedrongen. Maar ook daarbij heerst het principe van a man's world, want dan gaat het toch vooral om zichtbaar en agressief gedrag. Jongens vragen aandacht op een directe manier, ze gaan bijna voor je voeten liggen vechten. Meiden doen dat anders, alles gebeurt achter de rug van volwassenen om. Ze kunnen met één blik een ander vermorzelen. Wat zij doen, wordt vaak afgedaan als iets wat nu eenmaal bij meiden hoort. Toen meiden onlangs in het nieuws kwamen omdat ze aan happy slapping deden, werd er niet bij verteld dat er op MSN al heel veel venijn aan vooraf was gegaan. Volwassenen hebben meestal geen idee wat er zich in alle subtiliteit afspeelt. Het populairste meisje oogt vaak heel charmant, terwijl het een kreng kan zijn."
Op de basisschool doet het verschijnsel zich al vanaf groep 5 voor, in het voortgezet onderwijs speelt het vooral in de onderbouw. Volgens Visser zijn de meeste basisscholen er niet bang voor er onmiddellijk in te duiken als het meidenvenijn wordt ontdekt. "Daar wordt het heel serieus genomen. Het hoort ook een beetje bij de leeftijd van groep 5 en 6: hoe ver kun je gaan met het uitoefenen van je macht? Want dat is waar het om gaat, macht hebben."
In het voortgezet onderwijs wordt doorgaans veel minder aandacht besteed aan het groepsgebeuren in een klas. "Zelfs als een mentor weet dat het niet goed gaat, durft hij er niet altijd wat aan te doen." Visser weet uit ervaring dat het ook niet makkelijk is om tegenover negen boze pubermeiden te zitten om hun gedrag te bespreken. "Laatst werd mijn hulp ingeroepen bij een school waar het in de onderbouw in twee klassen mis was (zie kader ‘Slettebak'). Ik was de ‘mevrouw van buiten' die kwam praten. Dat werkt dan toch als een soort katalysator, ze kunnen hun emoties eindelijk kwijt. Hardop zeggen dat je verdrietig bent omdat een ander je via MSN kwetste, dat helpt. Vervolgens hebben ze zelf regels opgesteld, bijvoorbeeld dat ruzies face to face worden uitgesproken, niet meer op MSN. Omdat ze die regels zelf bedacht hebben, zullen ze elkaar er ook steeds aan herinneren mocht het weer misgaan."
Meiden zijn sociaal veel vaardiger dan jongens, is dat geen voordeel?
"Dat is inderdaad hun kracht, maar ook hun zwakte. Ze gebruiken die vaardigheden heel goed in de vorm van relationele agressie. Van meisjes wordt verwacht dat ze sociaal sterk zijn, dus als je geen vriendinnen hebt en je bent niet populair, dan ben je dubbel mislukt. Scholen zouden meer gebruik moeten maken van de sociale talenten van meisjes, door ze bijvoorbeeld aan te stellen als brugklasmentor of als leerlingbemiddelaar."

Seksuele roddels
Van pesten word je groot, je moet tegen een stootje kunnen. Toch blijkt uit onderzoek dat vrouwen die vroeger gepest zijn, daar in hun volwassen bestaan nog veel hinder van hebben. Ze zijn onzeker en hebben weinig vertrouwen in anderen. Vaak accepteren ze teveel van hun omgeving, omdat ze niet voor zichzelf op durven komen of omdat ze bang zijn om alleen te staan.
Op Nederlandse scholen zou meer oog moeten zijn voor meidenintimidatie, vindt Anke Visser. Ze wil vooral dat het mechanisme wordt herkend. "Wat ik wil is dat docenten het zien. Momenteel liggen de prioriteiten daar helemaal niet, maar wij willen dat er over gesproken wordt en dat het aangepakt wordt."
Ze geeft praktische tips die veel leed kunnen voorkomen. "Bij brugklassers die elkaar nog niet kennen, moet je voorkomen dat zich onmiddellijk groepjes vormen. Daarom kan de school het beste al in de introductieperiode activiteiten organiseren waarin ze van alles met elkaar moeten doen in steeds verschillende groepen. Elke mentorklas zou omgangsregels moeten opstellen, ook voor ongewenst meidengedrag als roddelen. Zet de leerlingen regelmatig in een andere opstelling."
In het voortgezet onderwijs heeft meidenintimidatie ook een seksuele component. De regels over seksualiteit luisteren heel nauw: vriendjes, kleding, gedrag. Voor ze het weet krijgt een meisje het etiket ‘slet' opgeplakt van de andere meisjes. Jongens reageren daar weer op en gaan haar uitproberen.
Op de basisschool zijn ouders een factor om rekening mee te houden. Sommige ouders werken het gedrag van hun kind in de hand. Vandaar dat het tweede boek van Rosalind Wiseman over de ouders gaat (‘Queen Bee Moms & Kingpin Dads'). Volgens Visser krijgen sommige ouders er last van als meidenvenijn met hen wordt besproken. "Een moeder die vroeger zelf de queenbee was, zal het gedrag van haar dochter niet als een probleem zien. De gueen mum is ook niet gewend om door de leerkracht tegengesproken te worden."

Tips
  • Neem meidenruzies serieus, voor je het weet worden er slachtoffers gemaakt voor het leven.
  • Eén sportdag voor de brugklassers is niet genoeg. Ze hebben activiteiten nodig waarbij ze in verschillende groepjes met elkaar moeten werken.
  • Zet leerlingen regelmatig in een andere opstelling.
  • Elke mentorklas moet eigen regels opstellen, waarbij ook ongewenst meidengedrag zoals roddelen aan de orde komt.
  • Als leerlingen hun eigen gedragsregels opstellen, zullen ze zich daar meer van aantrekken.
  • Het sociale talent van meiden kan beter gebruikt worden, bijvoorbeeld door ze als leerlingbemiddelaar of als brugklasmentor aan te stellen.

Meer informatie over meidenintimidatie is te vinden op www.ppsi.nl
Moe van emotie
"Het is een soort zevenkoppig monster dat je steeds weer moet verslaan", zegt Inge Braam. Als Lachesis beschreef ze de meidenruzies vaak in haar columns voor het Onderwijsblad. "De enige zekerheid die je hebt is dat het weer stopt. Dan zitten ze elkaar ineens weer zoet te helpen, moe van alle emoties."
Ze is het met Anke Visser eens dat je het ‘meidengedoe' wel serieus moet nemen. "Ook al staat mijn hoofd er wel eens niet naar, want het kan soms wekenlang duren. Jongens hebben één keer een enorme heibel en dan is het over. Bij meiden is het vaak lastig om erachter te komen wat er aan de hand is. Maar ik vind wel dat het moet, ik doe het licht voor ze aan. Ze leven in de donkere middeleeuwen en ik benoem al die dingen die in de duisternis gebeuren. Ik heb het over democratie en over weerbaarheid. Het is een soort rite waar ze doorheen moeten." Ze vindt dat het bij de opvoeding van meiden hoort om het over dit soort gedrag te hebben. "Anders blijven ze hun hele leven zo. Volwassen vrouwen die nog steeds dat broeierige samenklitten hebben. Die op een vergadering niks zeggen, maar in de gang gaan staan konkelen. Vreselijk!" Voor mannen is het volgens haar moeilijk om dit aan te pakken. "Je moet het zelf hebben meegemaakt, als hofdame of als paria, om te begrijpen waar dit over gaat. De meeste mannen vinden dit gewoon gezeur."
Eén remedie voor de meidenkliekjes is er helaas niet. "Soms bindt het slachtoffer de strijd aan met de koningin door extra zielig te doen. Je moet dan oppassen dat je haar niet te veel aandacht geeft. Moeilijk wordt het als de moeder van het slachtoffer er helemaal in meegaat." Niets ligt vast. Het slachtoffer kan heel manipulatief zijn, de hofdames zijn wel eens gemener dan de koningin zelf en soms is de koningin ineens verslagen en heerst er een nieuwe. Afspraken maken klinkt geweldig, maar ook daar moet je niet teveel van verwachten, vindt Braam. "Het leidt vaak tot wenselijk gedrag in de klas, maar dan gebeurt het nog steeds op het plein of buiten school. Dan zeggen ze doodleuk: Maar we deden het na schooltijd!"
Slettebak
"Ze scholden elkaar uit voor van alles en nog wat, ‘slettebak' en ‘kankerhoer' was nog het minste. Ze hadden ruzies over jongens en dat ging op weg naar huis en thuis bij het MSN'en gewoon door. Op een gegeven moment gingen ze elkaar zelfs te lijf." Wilma Schellekens hoorde van een aantal meisjes, die er niet meer tegen konden, wat er gaande was. Ze is vertrouwenspersoon en afdelingsleider van de onderbouw op een categoriale mavo in Hilversum. "Het ging om een groep van negen meiden uit een tweede en een derde klas. Bij meisjes begint het altijd met kleine dingen. Vaak gaat het over het uiterlijk, kleren, soms over jongens. Ze doen aan groepsvorming en beginnen elkaar te bestoken. Het is een soort spiraal, het gaat maar door. In een brugklas waren er twee meiden zo bezig dat één meisje niet meer naar school durfde."
De school riep de hulp van Anke Visser in. "We hebben de meiden en hun ouders een brief gestuurd. Vanaf het begin is er gezegd dat we vooral wilden dat de sfeer op school weer prettig werd. Het ging er niet om schuldigen aan te wijzen." Volgens Schellekens is de scheiding tussen pesten en gepest worden vaak maar heel dun. "De pesters zijn op de basisschool vaak zelf gepest. Ik merk dat veel leerlingen die naar het voortgezet onderwijs gaan, bang zijn om daar gepest te worden."
Met de groep meiden is het goed afgelopen. Ze hebben zelf gedragsregels opgesteld waaraan ze zich willen houden. "Die zijn heel basaal", zegt Schellekens. "Zaken als elkaars mening respecteren, niemand buiten sluiten, face to face ruziemaken, dus niet op MSN. Alle docenten zijn op de hoogte gesteld van de afspraken. Zodra iemand er zich niet aan houdt, moet dat gemeld worden."
Schellekens vindt het belangrijk dat andere scholen voor voortgezet onderwijs zich de venijnige ruzies aantrekken. "Voor een veilige leeromgeving moet je taboes doorbreken. Bij de introductiedagen kun je dit soort gedrag bespreken en gedragsregels opstellen. Van de negen meiden willen er volgend jaar zeven mentor zijn in de brugklas. Het levert dus heel veel op als je op een goede manier ingrijpt."

Doormailen    Printversie








andere achtergrond