Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 10.03.2007 Auteur Rob Voorwinden
Een half jaar geleden zette William van Lith een brutale leerling even apart, ter afkoeling. Inmiddels ligt er een dossier van 155 pagina's over de zaak en heeft Van Lith maandenlang ziek thuis gezeten. En dit kan iedere docent overkomen.
"Mijn onbevangenheid, die ben ik echt helemaal kwijt. Dat is gewoon zo shit, hè?" William van Lith haalt zijn hand over zijn ogen en kijkt even naar de vloer van zijn huiskamer. "Die dag, 16 juni 2006, is echt een keerpunt in mijn leven als docent. Tenminste, als ik nog terugga naar het onderwijs. Want ik ben behoorlijk cynisch geworden."
Die zestiende juni was Van Lith op schoolkamp met groep 8 van zijn Brabantse basisschool. Onder de leerlingen bevond zich een meisje, Deborah (niet haar echte naam), dat zich niet zo thuis voelt in de groep en dat bovendien last heeft van boze buien. Er is al eerder met de ouders afgesproken dat Deborah in zo'n bui een time-out krijgt: ze wordt dan even apart gezet om af te koelen. Ze kan er ook zelf om vragen.
Op die laatste ochtend van het kamp ontstaat er onenigheid. Rond het kamp loopt een zwerfhond met een open wond aan zijn staart en Deborah wil het beest water geven. Dat mag niet. Van Lith en zijn collega's willen de hond uit de buurt van de kinderen houden. Deborah wordt kwaad. Ze roept ‘stelletje eikels', loopt het bos in en gaat onder een boom zitten.
Later die dag moeten de koffers in de auto worden geladen; Deborah weigert mee te helpen. Als Van Lith vraagt of zij misschien de handen uit de mouwen wil steken, krijgt hij als antwoord: ‘Alleen als we die hond water mogen geven'. Van Lith waarschuwt dat Deborah nu toch echt rap moet gaan meehelpen. Deborah wordt weer boos en roept: ‘Effe dimmen, William'. Waarop Van Lith het genoeg vindt en Deborah even apart zet in de lerarenslaapkamer.
Kop op
En dan begint de ellende. Want een klasgenootje vraagt, door het open raam, of Deborah haar ouders wil bellen. Van Deborah hoeft het niet, maar het klasgenootje maakt zelf de verbinding met zijn mobieltje - dat hij tegen de regels op kamp heeft meegenomen - en geeft de telefoon door aan Deborah. Die, nog steeds boos, tegen haar moeder zegt dat zij ‘opgesloten' zit.
Wat niet waar is. Want de deur zit niet op slot, het raam staat open en er is ook een schuifwand die niet eens goed sluit. Dat blijkt ook als er even later andere kinderen bij Deborah binnenkomen. Van Lith stuurt ze weg als hij het in de gaten krijgt. Het klasgenootje telefoneert echter weer naar de moeder, om te melden dat Deborah nog steeds zit ‘opgesloten'.
De moeder belt witheet naar het kamp. Van Lith hoort ervan en belt meteen terug. Hij krijgt een hele litanie over zich heen. "Die moeder was al een tijd erg ontevreden over de school, dit was blijkbaar de druppel. De school, ikzelf en mijn collega's werden stuk voor stuk onderuit geschopt. En dat kwam hard aan, want je lééft toch voor de school."
Van Lith probeert zijn kant van het verhaal te vertellen, maar de moeder wil het niet horen: het is over en uit, Deborah komt de laatste twee weken niet terug naar school. Dus eigenlijk nooit meer, want na de vakantie begint ze in het voortgezet onderwijs.
Ontdaan loopt Van Lith nu zelf het bos in om even tot zichzelf te komen. Na enige tijd wordt hij teruggehaald door een collega die zijdelings heeft begrepen wat er aan de hand is: ‘Kop op, jongen'. De terugreis verloopt zonder verdere incidenten.
Doodsbang
Maandagochtend is Deborah er inderdaad niet. De school wordt gebeld door de moeder. Ze zouden het hele weekeinde op een telefoontje van Van Lith hebben zitten wachten. Deborah zou bij thuiskomst erg overstuur en erg bang zijn geweest. ‘Wij hadden wel gedacht dat de school of Van Lith zou bellen om dit verschrikkelijke incident de wereld uit te helpen', zal de moeder enige dagen later mailen aan de algemeen directeur van de stichting waartoe de basisschool van Van Lith behoort. De moeder stelt een ultimatum: Van Lith moet vandaag langskomen om de zaak uit te praten, anders volgt er een officiële klacht bij de Onderwijsinspectie.
Die avond gaan Van Lith en de intern begeleider van de school samen op bezoek bij de familie. Er wordt uitgebreid gepraat, ook over de achtergronden van de zaak: Deborah voelde zich alleen in de groep en er waren eerder dat jaar vervelende dingen gebeurd met andere leerlingen.
Van Lith betreurt het dat Deborah zich gekwetst voelt, maar ziet geen reden om zijn excuses aan te bieden. ‘In vaktermen heet dit een time-out', zo zal hij later in een officiële verklaring vastleggen. ‘Ik heb gehandeld zoals ik dat morgen weer zou doen en ervaar daar geen enkele twijfel over'. Deborah wordt nu steeds bozer: Van Lith moet gewoon sorry zeggen. De partijen gaan onverrichter zake uit elkaar.
De volgende dag schrijven de ouders een brief aan alle ouders van de leerlingen in groep 8. ‘Er heeft zich een drama voltrokken tijdens het kamp. (..) Deborah heeft een grote mond gehad, iets wat natuurlijk niet mag, maar de straf die daarop volgde gaat veel te ver: William sloot haar op in de lerarenslaapkamer!' Ook zou hij Deborah daarbij ‘nogal hard' bij de arm hebben gegrepen. ‘We hebben het hier over een geval van mishandeling, onverdraagzaamheid en pesterij. Wij hebben besloten een klacht in te dienen bij de Onderwijsinspectie'.
De ouders sturen ook een uitgebreide e-mail aan de algemeen directeur van de scholenstichting: ‘William moet gewoon sorry zeggen. Hij heeft ons kind doodsbang gemaakt!'
Die algemeen directeur belt daarop zelf de ouders en maakt een afspraak: hij zal over een paar dagen in eigen persoon langskomen. ‘Het wordt allemaal wel moeilijker nu de ouders een brief hebben geschreven aan alle andere ouders', noteert hij in het logboek dat hij van de zaak bijhoudt. ‘De stemming lijkt nu naar de knoppen'.
Genoeg kansen
Ook de basisschool zelf stuurt brieven aan alle ouders van groep 8: volgens de op het kamp aanwezige leerkrachten en ouders hebben er geen verwijtbare handelingen plaatsgevonden.
De volgende maandag is er druk telefoonverkeer en lijkt een oplossing in zicht: Deborah zou bereid zijn om nogmaals met Van Lith te spreken, in het bijzijn van de directeur van de overkoepelende scholenstichting. Met de vader van Deborah lijkt de zaak rond. Maar de moeder belt terug: er komt geen gesprek, de school moet schriftelijk excuses aanbieden en dat aan alle ouders laten weten op de laatste dag van het schooljaar. Inmiddels heeft de Onderwijsinspectie de klacht ontvangen en de ouders doorverwezen naar de Landelijke Klachtencommissie.
De algemeen directeur gaat nog langs bij de familie, zoals eerder was afgesproken. Hij probeert Deborah te overreden om toch nog eens met Van Lith te gaan praten. Deborah stemt uiteindelijk toe, het gesprek zal overmorgen plaatsvinden. De volgende dag belt de vader de afspraak echter weer af: de school heeft ‘genoeg kansen gehad'.
‘Schooltijd eindigt in "hok" na grote mond', meldt de regionale krant later die week op de voorpagina. De vader vertelt aan de journalist dat zijn dochter in een hok werd gestopt. De krant pleegt keurig wederhoor bij de schooldirecteur en de algemeen directeur. Die steunen Van Lith: ‘Een kind heeft zich misdragen en is gecorrigeerd op een manier die te vergelijken is met iemand even op de gang zetten. De ruimte was ook niet afgesloten'.
Naar aanleiding van het artikel schrijft de school weer een brief aan alle ouders. ‘In de krant wordt een verkeerd beeld geschetst: het woord "hok" wordt gebruikt voor een slaapzaal zo groot als een klaslokaal'. En de voorzitter van de ouderraad doet een duit in het zakje met een ingezonden brief in de krant. ‘Kinderen die bij het voorval aanwezig waren, doen het schouderophalend af als een normaal optreden. Dat de ouders nu ook de krant als medium voor hun onvrede gebruiken dient niemands belang, zeker niet dat van hun dochter'. Waarop iedereen met zomervakantie gaat.
Over de toeren
In september begint het nieuwe schooljaar. Van Lith is er niet gerust op. Gaan de ouders hem wel of niet aanklagen bij de Landelijke Klachtencommissie? "Er zaten de hele dag spoken in mijn hoofd. Kon ik nog wel mijn stem verheffen tegen een leerling? Een heel paranoïde gevoel." In de tweede week ploft inderdaad de officiële aanklacht op de schoolmat. Van Lith raakt steeds verder over zijn toeren en blijft, na overleg met de directie, ziek thuis.
De aanklacht die de ouders bij de klachtencommissie indienen, bestaat uit een lange en emotionele brief. De klachtencommissie heeft de zaak als volgt samengevat. De ouders klagen dat de leerkracht hun dochter bij wijze van straf heeft opgesloten, dat de leerkracht niet zelf het initiatief heeft genomen om het incident met de ouders te bespreken, dat de leerkracht geen excuses wil aanbieden èn dat de school de leerkracht niet op zijn gedrag heeft aangesproken.
In de procedure bij de klachtencommissie kunnen beide partijen getuigen aandragen. De ouders sturen een brief van een andere ouder mee, maar brief is absoluut niet belastend voor Van Lith. Het schrijven lijkt gewoon bedoeld te zijn om de ouders van Deborah een hart onder de riem te steken. Want de andere moeder uit wat algemene zorgen over de samenstelling van die groep 8 - ‘Het zijn ook niet de makkelijkste kids' - maar eindigt met een duidelijk: ‘We gaan niemand veroordelen of de schuld geven. Kop op, meid!'
De school, op haar beurt, draagt twee betere getuigen aan. Een ouder die mee was op kamp en die verklaart dat er naar zijn mening ‘absoluut geen sprake is geweest van opsluiting of mishandeling'. En een andere ouder verklaart dat zij op de terugweg achter Deborah en een vriendin had gefietst. ‘Ze hadden tijdens de fietstocht veel plezier en er werden over en weer grapjes gemaakt'. Dus hoezo was Deborah bij thuiskomst erg uit haar doen en bang?
De ouders mogen repliek geven. De moeder vindt het niet gek dat Deborah vrolijk was: ‘Nadat ik haar telefonisch een hart onder de riem had gestoken, kon ze het weer even aan'. Maar weet de klachtencommissie wel dat een van deze getuigen, tijdens het kamp, de ouders niet heeft ingelicht over de hoge koorts van hun kind? En dat er door meerdere kinderen geklaagd werd dat er te weinig te eten en drinken was, terwijl de leiding bier kocht van het geld van de kinderen?
Puinruimen
Op de dag van de zitting, half september, komt een gezelschap van indrukwekkende omvang bijeen bij de Landelijke Klachtencommissie in Woerden. Allereerst zijn er Van Lith met een vriendin en zijn raadsman van de AOb, de directeur van de school met zijn advocaat, de twee getuigen van de school, vier leden van de klachtencommissie en de twee ouders. Deborah zelf is er niet bij. De ouders hebben een foto van haar bij zich, zodat de klachtencommissie kan zien om wie het gaat.
De commissie hoort alle aanwezigen uitgebreid en laat daarna de hele herfst niets van zich horen. Met Van Lith, die nog steeds ziek thuis zit, gaat het niet zo goed. "Naast docent ben ik beeldhouwer, maar er kwam niets meer uit mijn handen. Concentratie naar de klote, zingeving naar de klote, kortaangebonden tegen mijn familie... Zo'n klacht vreet aan je, het gooit alles overhoop." En dat duurt maanden.
Begin december komt er eindelijk een uitspraak. De klachtencommissie veegt de klacht van tafel. Deborah zat niet opgesloten en alles wijst er op dat ‘de heer Van Lith niets anders heeft gedaan dan uitvoering geven aan de afspraak over de time-out'. Hij hoeft dus ook geen sorry te zeggen.
Dat Van Lith geen contact heeft opgenomen met de ouders is niet waar. Hij heeft immers direct teruggebeld vanaf het kamp. En dat de school hem niet heeft aangesproken op zijn gedrag is nogal wiedes: Van Lith valt niets te verwijten, dus hoeft hij nergens op te worden aangesproken. De regionale krant besteedt nog eenmaal aandacht aan de zaak: ‘Klacht opsluiting ongegrond'. En dat was dat. Eind goed, al goed.
Maar niet voor Van Lith. Want Deborah zit nu in het voorgezet onderwijs, de basisschool draait als vanouds, maar Van Lith zit nog steeds ziek thuis. De terugkeer wordt bemoeilijkt omdat er wrijvingen met de directie zijn ontstaan. "Ik had meer steun verwacht. Even een schouderklopje, een kaartje met ‘William, succes!'. Dat gebeurde allemaal niet, maar dat had ik wel verrekte hard nodig. Want zo'n klacht gaat diep. Je moet het eigenlijk zelf hebben meegemaakt om dat te begrijpen."
Buitenstaanders vinden soms dat Van Lith zich druk maakt om niets en zich gewoon wat harder moet opstellen. "Maar zo sta ik niet in mijn werk. Als je werkt met mensen, zoals een leraar doet, moet je het hebben van de interactie. Daarin laat ik veel van mezelf zien, maar dat maakt je kwetsbaar."
Intussen probeert Van Lith weer te reïntegreren. "Maar ik ben cynisch en argwanend geworden. En onzeker. Want er hoeft maar dàt te gebeuren of je hebt een boze moeder aan de lijn, en het hele gedoe begint opnieuw." Dat de Landelijke Klachtencommissie zaken vrij makkelijk in behandeling lijkt te nemen, helpt ook niet echt. "Op dit moment kan elke ouder in de kroeg, op een bierviltje, een klacht opstellen. Terwijl jij als docent nergens verhaal kunt halen en zelf mag puinruimen. Ik weet niet of ik dat risico nog eens wil lopen."
Schade voor de leraar is vaak enorm |
Artikelen
Links