Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 25.08.2007 Auteur Arno Kersten
Het Dominicus College in Nijmegen haalde vier jaar geleden een elektronische leeromgeving in huis. Maar ja, wat moet je er dan mee? Over de invoering, het ploeteren en de voordelen hield de school voor de zomer een symposium.
Achteraf kun je ze precies aanwijzen: de hobbels en hindernissen die zich opwerpen bij ingrijpende onderwijsvernieuwingen, zoals de invoering van een elektronische leeromgeving (elo). Ze voorzien, dat is vaak een ander verhaal. Janus Kolen, ict-coördinator bij het Nijmeegse Dominicus College, weet er alles van. Sinds 2003 timmert zijn school aan de weg om een elo voorzichtig in te vlechten in de schoolpraktijk van alledag. Over die vaak moeizame weg - en de hobbels en hindernissen - verhaalden de betrokkenen vlak voor de zomervakantie tijdens een symposium, dat als motto ‘tussen ambitie en realiteit' meekreeg.
"We hebben veel bereikt", zegt Kolen, "en tegelijkertijd veel minder dan we in eerste instantie wilden."
‘Ik vind elo persoonlijk best handig, omdat alles vermeld wordt. Alleen vind ik dat de lesuitval voor die dag er ook op gezet moet worden.'
Leerling, 4 havo*
Moest het Dominicus College één les trekken uit vier jaar ervaringen, dan is het misschien wel deze: houd het haalbaar. Aan ambities is zelden een gebrek, maar tussen droom en daad staat van alles in de weg.
Terug naar het moment waarop het besluit viel om een elektronische leeromgeving in huis te halen. Kolen vertelt: "We wilden op het vmbo een huiswerkvrije school realiseren. We dachten: we zetten alle studiewijzers op de elo. Dan kunnen leerlingen tijdens studie-uren of bij lesuitval zien wat ze moeten doen en hebben ze altijd hun huiswerk bij de hand. Maar we wilden te kort door de bocht. We hadden meer tijd nodig om docenten en leerlingen voor te bereiden. We leerden dat we niet teveel hooi op onze vork moesten nemen. Als je het voor de hele school verplicht stelt, moet je heel veel docenten scholen, allemaal tegelijk. En je moet iedereen zien te motiveren, dat is ook geen sinecure."
En bovendien, zo bleek: wat is nou eigenlijk echt de toegevoegde waarde van een studiewijzer op intranet? Die kun je ook uitdelen op papier. Pas als je de elo vult met opdrachten en allerlei extra materiaal wordt het de moeite van alle inspanningen waard.
Kolen vertelt: "We besloten om een aantal mensen bij elkaar te brengen in een voorhoedegroep en die te scholen en te ondersteunen bij het gebruik van de elo. Bijna elk vak was erin vertegenwoordigd. Als je in alle secties iemand hebt die er ervaring mee opdoet, krijg je meer draagvlak binnen de school. Want het gaat niet vanzelf, dat is wel duidelijk geworden. Je moet mensen faciliteren en duidelijk maken wat de toegevoegde waarde is."
‘Als ik bijvoorbeeld vergeten ben wat de proefwerkstof is, kan ik deze even nakijken. Althans voor de vakken die bij de vaksites staan.'
Leerling, 4 vwo*
De Monnikskap is een van de vijf afdelingen van het Dominicus College. Het is een havo/vwo-school voor kinderen met een lichamelijke handicap of een chronische ziekte - cluster 3. "We wilden proberen om voor de Monnikskap het hele curriculum in de elo te zetten, van alle vakken alle leerstof", aldus de ict-coördinator. "Dat was een ambitie die ik nu zelf bijna niet meer durf uit te spreken."
Kolen vervolgt: "We hebben ervan geleerd dat je reële doelen moet stellen. Een reëel doel was: een docent gaat voor één vak, voor één afdeling en voor één jaar. Dus voor bijvoorbeeld aardrijkskunde voor havo 3 proberen het curriculum in de elo te zetten." Niet alles in een keer, maar stapsgewijs. Dus eerst tekst, dan na extra scholing filmpjes en andere audiovisuele middelen, en vervolgens leerlingen in groepen laten samenwerken binnen een werkplek in de leeromgeving. "Dat vraagt niet alleen technische vaardigheden, maar ook andere didactisch eisen van docenten. Als je ervan uitgaat dat een paar jaar geleden de helft van een docentenkorps digibeet was, is het echt nodig om ze stapsgewijs mee te nemen binnen de elektronische leeromgeving."
En hoe staat het er nu, na vier jaar, voor? "Alle leerlingen hebben een account en hebben minstens één vak waarbij de docent de elo inzet. Een kleine helft van de docenten zet de elo in, maar niet in alle klassen. Het varieert van een kale studiewijzer tot prachtige staaltjes van uitgebreide elektronische leeromgevingen. Docenten zijn eigenwijze types en kiezen hun eigen weg."
Op de Monnikskap is de elo gaandeweg het hart van het onderwijs geworden. Daar is het veel sneller gegaan omdat de behoefte eraan, en daarmee de motivatie, groter was. "Onderwijs is bij deze afdeling heel individueel. Leerlingen zijn soms maanden afwezig omdat ze moeten revalideren of een behandeling ondergaan. Het contact tussen leerling en school blijft dan bestaan dankzij het aanbod in de elo."
‘Wij werden er in de vierde ineens mee geconfronteerd, terwijl we er eerst nog nooit van gehoord hadden. Het was dus dat we ineens maar alles op elo moesten bekijken. Dat ging in het begin ook vaak fout. Maar nu we er een jaar mee hebben gewerkt, zijn we er wel aan gewend.'
Leerling, 5 vwo*
Verandert ook het onderwijs zelf onder invloed van een elektronische leeromgeving? "De basisprincipes van de didactiek blijven zo'n beetje in tact, alleen worden er andere middelen ingezet. De logistiek wordt wel anders. Je ziet steeds minder dat leerlingen van klas naar klas trekken en daar vijftig minuten blijven zitten. En je ziet vaker dat ze ergens instructies ophalen en dan aan de slag gaan."
En toch: het is haast niet voor te stellen dat de didactiek zo weinig verandert. Kolen reageert: "Onze school ziet er niet heel anders uit dan andere scholen. We hechten aan traditionele didactiek. Er zijn wel meer mogelijkheden om leerlingen individueel aan te sturen. Een leerling die visueel leert kun je een animatie aanbieden, maar hetzelfde is ook in een audiobestand en als gewone tekst te vinden. De docent is altijd in de buurt. Het is niet zo dat we een of andere webschool hebben waar leerling met de docent moeten chatten. We willen absoluut niet dat leerlingen de hele dag achter de computer zitten als een anonieme consument van lesstof."
Een rondleiding door de elektronische leeromgeving van het Dominicus College.
* De citaten van leerlingen komen uit het symposiumboekje Tussen ambitie en realiteit.
Artikelen