Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 25.06.2005 Auteur Gaby van der Mee
Ze komen hun buurt niet uit, leven in een volstrekt isolement. De ouders van klas 2K. Journalist Margalith Kleijwegt zocht ze op en sprak met ze - soms met handen en voeten. Vaak was ze de eerste autochtoon die er over de vloer kwam. "Ik snap niet dat niemand de moeite neemt om eens op huisbezoek te gaan."
De huizen in het Amsterdamse Slotervaart en Geuzenveld zijn er in de jaren vijftig, zestig met veel vlijt en goede bedoelingen neergezet. Sociale woningbouw, klein, maar goedkoop. Sinds de moord op Theo van Gogh, wordt het ‘de buurt van Mohammed B.' genoemd. Dat is ook de ondertitel van het boek Onzichtbare ouders van Margalith Kleijwegt. Zij trok op haar fiets de buurt in en zocht de ouders van klas 2K van de vmbo-school Calvijn met Juniorcollege thuis op. Vaak bleek ze de eerste Nederlander die er over de vloer kwam. Zelfs de leerplichtambtenaar komt er niet, die mag niet achter zijn bureau vandaan komen om spijbelaars van hun bed te lichten.
Margalith Kleijwegt, redacteur bij Vrij Nederland, bracht vele uren door in klas 2K, ze beschrijft tot in detail wat ze hoort en ziet. ‘Aziza kijkt bijna de hele les naar buiten. Weggedoken in haar jas lijkt ze de leraar nauwelijks te horen. Ze is vijftien en ze draagt geen hoofddoekje. Nóg niet. De meisjes bespreken het onderwerp bijna iedere dag. Dan beloven ze elkaar: morgen doen we het. Maar na een nacht slapen stellen ze het grote moment toch weer uit.'
Het zijn 23 rumoerige pubers, de helft heeft Marokkaanse ouders, de rest van de ouders komt uit Turkije of Suriname, er is een Nederlandse leerling.
De behoefte om eens met de ouders van deze leerlingen te praten kreeg Kleijwegt toen ze in 2003 voor Vrij Nederland de geschiedenislessen volgde over de jodenvervolging - een gevoelig onderwerp op deze school. ‘Hij wil stoer doen en zingt steeds harder ‘Jo-den, do-den'. Tot hij wordt gesnapt. Verbaasd kijkt Van Aken hem aan. ‘Ik zeg toch ook niet alle moslims aan de heroïne!' Ze zet haar handen in haar zij. ‘Hoe kom je erbij om zoiets te zeggen?'' De meeste leerlingen bleken geen idee te hebben wat de Tweede Wereldoorlog was, ze wisten sowieso heel weinig over het land waarin ze wonen. Kleijwegt wilde daarom weten wie hun ouders zijn, wat opvoeden voor hen betekent.
Openstaande hersens
Een jaar lang ging ze meermalen op bezoek. Maar een afspraak plus een brief van de school betekent nog niet altijd succes. ‘‘Zijn ze vergeten dat ik zou komen?', vraag ik. ‘Nee' zegt hij. ‘Toen u belde deed ik net of ik tegen mijn moeder sprak. Maar dat was niet zo. Er was niemand. Nu is ze er ook niet. Ik ben helemaal alleen.'' Bij een ander bezoek komt ze niet verder dan de straat. ‘Mijn aanwezigheid, al is het op straat, wordt duidelijk niet op prijs gesteld. Ik roep naar boven: ‘Ik wil zo graag contact met u.' Moeder Yilmaz knikt en sluit dan snel het raam.' De meeste moeders spreken geen woord Nederlands, ook al wonen ze hier vaak al jaren. Een enkele taalles in het buurthuis volgden ze, sommigen doen dat nog steeds, maar vaak blijkt het gewoon te moeilijk voor ze om het onder de knie te krijgen.
Uit de gesprekken blijkt dat de ouders niet weten wat er zich op school of buiten op straat afspeelt. 'Mehmet vertelt thuis nooit iets over school, over wat er gebeurt, over wie zijn vrienden zijn. Hij zegt dat hij zijn huiswerk doet, maar of dat ook zo is? Mevrouw Demircan kan dat niet controleren. School is een abstract begrip voor haar. Ze heeft geen idee waar het gebouw staat of wat haar oudste zoon daar doet.' ouders willen graag dat hun kind het goed doet op school, maar ze voelen zich onmachtig. Meneer Essalhi denkt ook dat opvoeden voor Marokkanen moeilijker is dan voor Nederlanders. ‘Zij begrijpen beter hoe het hier werkt en wat er speelt. Als je, zoals de meeste Nederlanders, lang naar school bent geweest, staan je hersens meer open. Als het van boven dicht zit, maakt dat het opvoeden zwaarder.'
Toch verschillen de ouders van elkaar, sommigen zijn ambitieus en sturen hun zoon naar het Turkse jongensinternaat Ekmel. Gelovige moslims hebben er de leiding, ze maken onder begeleiding hun huiswerk, maar van de Nederlandse samenleving steken ze niet veel op, want ook dit is een islamitisch bastion. Eén echtpaar wil persé de buurt uit en belandt tenslotte in Badhoevedorp. Zoonlief vindt het niks, hij mist zijn vrienden, maar het dochtertje vindt het leuk op de katholieke basisschool waar ze de enige Turkse leerling is. ‘‘We blijven altijd anders', zegt de moeder opeens, als we de trap oplopen naar Hatice's kamer. ‘Altijd. We zullen er nooit echt bijhoren.''
Isolement
Het boek maakte veel los, iedereen nodigde Kleijwegt uit om over haar ervaringen te spreken. De PvdA vroeg haar om langs te komen, D66, de VVD. Er werden discussies georganiseerd met de Amsterdamse burgemeester Job Cohen en wethouder Ahmed Aboutaleb. Wat verbaasde haar het meest na al die bezoeken in Amsterdam-West?
Margalith Kleijwegt: "Het totale isolement waarin de meeste families leven. De moord op Theo van Gogh werd door sommigen niet eens opgemerkt, of ze haalden hun schouders op. Iedereen kijkt naar Arabische zenders via de satellietverbinding." Waar ze ook mismoedig van werd, was dat van alle instellingen die de buurt rijk is, niemand de moeite neemt om eens op huisbezoek te gaan. "Over Jason, de leerling uit klas 2K die maanden spijbelde en tenslotte weg moest, werd wel veel vergaderd, maar niemand ging thuis kijken", vertelt Kleijwegt. Zij deed dat wel en ze trof een moeder aan die overdag werkte, daarom had ze nooit gemerkt dat haar zoon niet naar school ging. De leerplichtambtenaar stuurde een verplichte brief. Jason raakte steeds verder in de nesten, dan kon hij weer bij een van de vele projecten terecht, maar dan ging het op het laatste moment niet door. Leve de bureaucratie. De leerplichtambtenaar zegt zelf liever spreekuur te houden op school, maar mag niet achter zijn bureau vandaan. Kleijwegt: "Er lopen natuurlijk wel meer Jasons rond in Amsterdam, leerplichtambtenaren vertelden mij dat dit overal voorkomt."
Sommige moeders waren niet blij met het boek, want, hoewel ze de ouders met mededogen beschrijft, is ze ook kritisch. "Alle ouders willen dat het goed gaat met hun kind, maar tegelijkertijd wijzen ze naar de school of de politie als hun kind problemen heeft. Er is een groot gebrek aan zelfkritiek. Dat zijn pijnlijke dingen die je toch onder ogen moet zien."
Hoe langer ze op de vmbo-school rondliep, des te kwader ze werd op bewindslieden als onderwijsminister Maria van der Hoeven of voormalig staatssecretaris Karin Adelmund die ooit emotioneel riep dat een zwarte school toch ook heel goed was. "Scholen krijgen wel alle verantwoordelijkheid op hun bord, maar waar is het Marshallplan om ze te helpen? De problemen gaan niet vanzelf over. Ik heb een enorm respect voor die leraren. De stemming in Nederland is nu behoorlijk anti-moslim vanwege het terrorisme, als reactie daarop worden veel leerlingen steeds religieuzer en ook heel erg anti-westers."
Mentor
Henk Jongkind was de mentor van 2K die wel wilde meewerken. Hij wordt in het boek beschreven als de docent Nederlands die erg betrokken is bij de leerlingen. Toch is hij laconieker dan Kleijwegt. "Je moet het wel in proportie zien, van de 125 leerlingen zijn er 25 met problemen. Dan hou je er dus 100 over met wie het redelijk goed gaat, die het vmbo afmaken en van wie de ouders geïntegreerd zijn. De probleemleerlingen hebben wel veel aandacht nodig." Jongkind gaf al Nederlands op deze school toen het nog de christelijke scholengemeenschap Pascal heette en alleen een havo/vwo afdeling had. Dat was dertig jaar geleden. Met Kleijwegt had hij vaak discussies over de rol van de school. "Mij gaat het primair om die leerlingen, daar heb ik wat mee te maken, zij moeten in vier jaar het vmbo doen. De ouders zijn voor mij een klankbord op de achtergrond. Kleijwegt wilde weten wat de opvattingen zijn van die ouders, zij wilde ze plaatsen. Dat is niet mijn prioriteit. Als er ouders zijn die zich in de schulden steken, dan ga ik daar niets aan doen."
Toch vindt hij dat het boek de werkelijkheid goed weergeeft. "Ik vind het heel knap beschreven, ook al kijk ik met andere ogen naar die ouders. Ze zijn geïsoleerd van de Nederlandse samenleving, maar zorgen wel voor elkaar. De impuls om iets te doen met de Nederlandse samenleving is er daarom gewoon niet."
Huisbezoeken zijn een steeds terugkerende discussie op school. Een jongere collega, Carolien van Aken, die ook in het boek figureert, heeft het wel gedaan. "Voor haar was dat een eye-opener, maar wat doe je daar vervolgens mee? Ik bereik ze ook door ze op te bellen, ik geef ze mijn mobiele nummer, ze kunnen mij altijd bereiken als dat nodig is, dat wordt ook gewaardeerd." Hij denkt dat veel van de frustraties bij moeilijk lerende kinderen weggenomen kunnen worden wanneer ze al vanaf klas 1 met praktijk bezig zijn. "We hebben plannen om, samen met het roc, de lessen voor deze leerlingen heel anders in te richten."
Jongkind is blij dat hij zijn medewerking verleend heeft aan het boek. "Het was nuttig, bij de EFA (opleiding voor leraren,red.) wordt het al gebruikt als lesmateriaal."
Kleijwegt gaat gewoon door. Ze is vast van plan een gesprek te arrangeren met de minister ("Ik ben tenslotte al jaren met dit onderwerp bezig, dus mag ik wel een keer brutaal zijn") en ze blijft in contact met de bewoners van Amsterdam-West.
Wim de Bie adviseerde op zijn website www.bieslog.vpro.nl dat alle opiniemakers die voorwenden ‘alles te weten over hoe het zit', eerst even dit boek moeten lezen. Dat advies zou ook moeten gelden voor beleidsmakers die zich bezig houden met zwarte scholen: ‘lees dit, er gaat een onbekende wereld voor u open.'
Artikelen
Links