Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 30.04.2005 Auteur Lisette Douma

Onzichtbare ouders en bemoeizuchtige leraren

Ouders besteden te weinig tijd aan de opvoeding. Die taak komt vaak op het bord van leerkrachten terecht. Dat beweren scholen. ouders zeggen op hun beurt dat scholen zich helemaal niet met de opvoeding moeten bemoeien. Een tegenstrijdig conflict. "Een school moet voor de opvoeding aansluiting zoeken bij de ouders."

Als het aan ouders ligt, bemoeit de school zich zo weinig mogelijk met de opvoeding van hun kind. In een studie van het Sociaal en cultureel planbureau (SCP) zeggen ouders dat het hun taak is om kinderen goede manieren aan te leren en een levensbeschouwing bij te brengen. Opvoeden doen ze zelf. En voor het aanleren van normen en waarden hebben ze de school niet nodig. Leerkrachten denken daar anders over. Het is slecht gesteld met de manieren van hun leerlingen, vinden ze. Dus moeten zij wel met normen en waarden aan de slag.
ouders claimen de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kind, maar daarmee is volgens de SCP-onderzoekers nog niet gezegd dat ze het ook echt doen.
"Vroeger maakte een gezin deel uit van een sociale gemeenschap. Je had de familie, de kerk en de buurt die meehielpen met de opvoeding. Nu is dat niet meer. In die zin is het voor ouders lastiger geworden, ze moeten alles zelf maar uitzoeken." Aan het woord is Irene van Kesteren, directeur van de Nederlandse Katholieke vereniging van ouders (NKO). "Maar dat wil niet zeggen dat ouders lakser zijn geworden. De wereld is gewoon ingewikkelder."
En in die complexe wereld groeit het aantal ouders die te weinig tijd aan de opvoeding besteden, vindt Ad Graumans, directeur van Saltobasisschool Reigerlaan in Eindhoven. "ouders maken zich er soms makkelijk vanaf. Ze trekken minder grenzen bij kinderen. Voor leerkrachten is het lastig om dan wel die grenzen te trekken."
Kinderen zijn mondiger geworden, vindt Van Kesteren. "Maar wij hebben ze zelf - als maatschappij - zo gemaakt." De school is onderdeel van die maatschappij en kan volgens de NKO-directeur niet om haar opvoedkundige taak heen. "Stel je voor: ik sta bij de bushalte en bij die halte staat een groepje kinderen dat zich misdraagt. Ik erger mij aan hun gedrag, maar spreek ze er niet op aan. Door niets te zeggen, voed ik ze al op. Ik geef daarmee een signaal." Volgens Van Kesteren is het onmogelijk met kinderen om te gaan, zonder ze op te voeden. Leerkrachten doen dit dus ook, of ze nu willen of niet.
Micha de Winter, hoogleraar pedagogiek aan de Universiteit van Utrecht, ziet het als volgt. "Ook al zou je willen dat alleen ouders de verantwoordelijkheid voor de opvoeding dragen, dan kan dat niet. Opvoeding gebeurt op veel verschillende plekken. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid."

Druk, druk, druk
De verdeling van de opvoeding levert nogal eens problemen op. De Winter: "Mijn ervaring is dat ouders en school in de praktijk vaak de verantwoordelijkheid op elkaar afschuiven. Het onderwijs verwacht dat ouders betrokken zijn. Als zij een ouderavond organiseren, verwachten zij dat ouders komen opdraven. Maar dat gaat voor veel ouders niet op." Vooral allochtone ouders en tweeverdieners verzuimen volgens de hoogleraar. "Allochtonen denken dat er op school geleerden rondlopen die wel weten hoe het moet. Zij hebben niet de notie dat ze zelf ook wat moeten bijdragen. Ook yuppen - de geslaagde tweeverdieners - tonen die betrokkenheid niet. Zij zijn druk, druk, druk. Ze hebben al een goede school voor hun kind gekozen en vinden dat de kous daarmee af is."
En dat is jammer. Want een kind krijgt de beste opvoeding als alle opvoeders de koppen bij elkaar steken. "Als ouders de school niet kennen, komt het niet goed met hun kind. Andersom gaat dat ook op. ouders en school moeten samenwerken ten behoeve van het kind", stelt De Winter. In die samenwerking moet de school voor de opvoeding aansluiting zoeken bij de ouders, meentt Graumans van de Saltobasisschool. "Dat moet de school doen door middel van goed contact met de ouders. Dat kan totstandkomen door ouderavonden, maar ook door individueel contact." Maar een school kan niet al haar pedagogie afstemmen op de wensen van ouders. "Wij zoeken aansluiting bij de ideeën van de meerderheid van de ouders. Maar er kan discrepantie zijn." ouders en school kunnen het bijvoorbeeld oneens zijn over de domeinen van de opvoeding waarmee school zich bemoeit.
"Bepaalde aspecten van de opvoeding zijn heel privé", zegt Kitty van Voorst van Beest, coördinator onderzoek en ontwikkeling op het pedologisch instituut van het Rotterdamse Centrum voor educatieve dienstverlening. "Als jij als ouder wilt dat je kind je bij je voornaam noemt en je met ‘je' aanspreekt, is dat jouw zaak. Maar een school mag van jouw kind dan wel vragen om de leraar met ‘u' aan te spreken. Daar ligt een taak voor de ouders. Zij moeten hun kinderen het verschil in omgang laten zien in verschillende sociale situaties."
De Winter vindt dat ook leerkrachten hierover met leerlingen kunnen praten. Eigenlijk kunnen ze het overal over hebben. "Religie is bijvoorbeeld meer een taak van ouders. Maar dat wil niet zeggen dat je daar op school niet over mag praten. ouders kunnen kinderen leren over de islam, maar de school kan die kinderen dan vervolgens leren hoe je als islamiet omgaat met katholieken of joden."

Voeding en hygiëne
Andersom kunnen scholen ook veel bespreken met ouders, volgens Van Kesteren van de NKO. "Scholen kunnen best ver gaan. Als een kind 's ochtends op school slaapt, kunnen leerkrachten in een gesprek zeggen dat ze de indruk hebben dat een kind te laat naar bed gaat. Ook op ouderavonden kunnen onderwerpen als voeding, kleding en hygiëne best aan bod komen. Maar scholen moeten ouders dan wel met respect benaderen."
En dat doen ze vaak niet, vertelt Van Kesteren. "Ik ken verhalen van ouders die ‘terechtgewezen' werden door een leraar terwijl er een andere ouder bijstond. Dat soort dingen kunnen echt niet."
ouders moeten leerkrachten ook in hun waarde laten, benadrukt Van Voorst van Beest. "In Rotterdam zijn voorbeelden bekend van boze ouders die in het bijzijn van de leerlingen met de leerkracht op de vuist gaan. Niet direct een goed voorbeeld. Er moet een respectvolle relatie zijn tussen ouders en leerkracht."
Omdat sommige ouders een blinde vlek hebben als het om hun kinderen gaat, is dat lastig. Wanneer een leraar een mening over hun kind uit, kan hij daarmee de woede van ouders op de hals halen. De Winter: "Sommige ouders worden kwaad als blijkt dat hun zoon geen advocaat kan worden. ouders vinden het ook niet leuk als zij worden gebeld door een rector die hun vertelt dat hun dochter brutaal is."
Dat bemoeilijkt samenwerking. "Op de een of andere manier is het proces van samenwerken geblokkeerd", stelt De Winter vast. Dat komt doordat een aantal ouders niets van school wil aannemen, maar ook doordat sommige scholen te laat ouders bij problemen betrekken. "Scholen moeten ook de hand in eigen boezem steken. Ze zijn tegenwoordig dusdanig geprofessionaliseerd dat zij ouders snel bemoeizuchtig en lastig vinden."

Oudercontract
Dan zijn er ook nog ouders die allesbehalve bemoeizuchtig zijn. Met deze groep hebben scholen het pas echt te stellen. Ogenschijnlijk interesseert het hun niet wat hun kind op school doet en wie hun kind opvoedt. "Veel kinderen zijn het kind van de rekening", vertelt de Rotterdamse onderwijswethouder Leonard Geluk. "Op schoolbezoeken hoor ik dat er kinderen zijn die zonder ontbijt naar school worden gestuurd. Of in te koude kleren. Of dat ouders nooit eens met hun kind naar de kinderboerderij gaan. Het is basaal dat dat gebeurt. Er is voor een kind zoveel te leren, er zijn zoveel kansen, maar die moeten ouders dan wel grijpen. En dat doen ze niet als ze de verantwoordelijkheid voor de opvoeding bij de samenleving leggen." Geluk wil ouders hierop aanspreken. Contracten tussen ouders en school moeten ervoor zorgen dat kinderen beter verzorgd naar school komen en thuis een betere opvoeding krijgen. Bovendien geeft een contract, zo denkt hij, de verantwoordelijkheid voor de opvoeding weer terug aan ouders. "Maar een contract is geen doel op zich. Het gaat om helderheid over de taak van de school en die van de ouders. Met een contract krijg je zwart op wit wat er van hen wordt verwacht." Als ouders zich niet aan het contract houden, moet de schoolmaatschappelijk werker met hen een gesprek aangaan.

Kinderbijslag
De plannen van de wethouder staan nog in de kinderschoenen. Hij verwacht dat ze in de loop van dit jaar meer vorm krijgen. Het idee is niet nieuw. Onderwijsminister Maria van der Hoeven is al jaren voorstander van oudercontracten. Volgens haar maken contracten de onderlinge verhoudingen tussen school en ouders duidelijker. Toch wil zij de contracten niet vanuit Den Haag verplicht opleggen. Dat past niet in haar beleidsfilosofie om het onderwijs meer eigen verantwoordelijkheid te geven, zegt ze.
Sommige scholen hebben al met contracten gewerkt. Het Zuiderparkcollege (vmbo) in Rotterdam bijvoorbeeld heeft dat gedurende twee jaar gedaan, maar is ermee opgehouden. ouders kwamen de afspraken niet na.
"Een contract heeft pas kracht als er sancties tegenover staan", constateert Geluk. Hoe die sancties er uit moeten zien, weet hij niet. Zijn Amsterdamse collega Ahmed Aboutaleb heeft hier wel ideeën over. Hij wil de kinderbijslag naar school laten gaan, in plaats van naar ouders die hun kind niet goed opvoeden. "Als de school toch al die taken overneemt, mag zij daar het geld ook wel voor ontvangen", reageert Geluk. "Maar ik heb administratieve bezwaren. Hoe wil je controleren of een ouder wel naar Sesamstraat kijkt met zijn kind?" Het lijkt Van Kesteren moeilijk om ouders te dwingen goed op te voeden. "We hebben in Nederland nu eenmaal geen huisgezinnenpolitie."
De Winter is fel tegen oudercontracten. "Het gaat om contact, niet om contract. Er zijn veel dingen die afgesproken moeten worden. Hoe je kinderen begeleidt, hoe de grondwet van de school er uitziet, zelfs wat kinderen eten. Maar dat moet op basis van vertrouwen worden afgesproken, niet met een contract. Er zijn ouders die niet eens kunnen lezen. Wat moeten die met een contract?"

Sociaal gedrag
Scholen schenken steeds meer aandacht aan de sociale vaardigheden van leerlingen. Ze maken daarbij gebruik van lesmethodes die zijn gericht op het sociale gedrag van kinderen en het opvullen van opvoedkundige hiaten. Het pedologisch instituut van het Rotterdamse Centrum voor educatieve dienstverlening heeft zo'n methode ontwikkeld. Vijf pilotscholen zijn in het schooljaar 1998/1999 met sociale competentie aan de slag gegaan. Inmiddels wordt de methode op meer dan 350 basisscholen in alle groepen gebruikt. 
De methode ‘Kinderen... en hun sociale talenten' schenkt onder andere aandacht aan ervaringen delen, samenwerken, leren luisteren, sorry zeggen en omgaan met ruzie. Kinderen doen kennis en vaardigheden op ter bevordering van hun sociale gedrag.
De resultaten op de pilotscholen waren goed. "Kinderen hielden beter rekening met elkaar. Leraren kregen meer aandacht voor teruggetrokken leerlingen. Leerlingen hielden meer rekening met afspraken. En leraren hoefden minder tijd te besteden aan het oplossen van ruzie omdat kinderen dat zelf konden", vertelt Kitty van Voorst van Beest van het pedologisch instituut. De methode heeft niet alleen effect op het gedrag van leerlingen, maar ook op leraren. "De methode vraagt een grote verandering van leerkrachten. Ze moeten uitgaan van positief gedrag en dat zelf ook vertonen. Ze moeten een rolmodel zijn. Hoe begrijpt een kind dat hij netjes moet zijn als er allemaal rommel op het bureau van de leerkracht ligt?"
Op de Eindhovense Saltobasisschool gebruiken ze ‘Leefstijl'. Deze methode schenkt onder andere aandacht aan vaardigheden als zelfvertrouwen, doordachte beslissingen nemen, luisteren, je gevoelens uiten en van je fouten leren. "Daarmee trek je de verantwoordelijkheid voor de opvoeding naar je toe", zegt directeur Ad Graumans. "Wij willen die verantwoordelijkheid nemen. Als kinderen niet lekker in hun vel zitten, komen zij ook niet aan goed leren toe. Daar moet je aan werken. Wij gebruiken de methode als ondersteuning bij het traditioneel leren en niet als taakverlichting van ouders."

Doormailen    Printversie








andere achtergrond