Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 01.05.2004 Auteur Gaby van der Mee
Alles heeft ze meegemaakt in het ‘lieve koekstadje'. De Rotterdamse directeur Yvonne Ponsen die in Deventer ging werken had zoiets nooit verwacht. "Toen ik onder politiebegeleiding naar huis gebracht werd vroeg ik me wel af of dit het waard was."
Tijdens de hoorzitting van de Tweede Kamer over veiligheid in het onderwijs op 11 maart, viel ze op. Niet alleen omdat directeur Yvonne Ponsen de enige vrouw was tussen zeven heren, maar vooral om wat ze zei. Bijvoorbeeld dat ze haar eigen veiligheid op het spel zette als ze aangifte deed van een mishandeld kind. Niet om nou dramatisch te doen, dat zit niet in haar karakter, maar om duidelijk te maken in welke situaties je ook op een basisschool terecht kunt komen. "Ik vond het vreemd dat er vooral vmbo-scholen waren uitgenodigd voor die hoorzitting, alsof er op de basisschool nooit wat gebeurt. Als je preventief te werk wilt gaan moet je beginnen op de basisschool, in het voortgezet onderwijs ben je toch vooral bezig met symptoombestrijding."
Drie jaar geleden verhuisde ze van Rotterdam naar Apeldoorn. De kleuterjuf van origine was in de havenstad adjunct geweest van een zwarte school. Ze wilde wel eens iets anders en ging in Apeldoorn een jaartje leiding geven in de gezinszorg, maar ze miste het onderwijs. Op de openbare Borgloschool in Deventer, locatie Julianalaan, werd een leidinggevende gevraagd. Binnen een uur was ze aangenomen. Tijdens het sollicitatiegesprek werd haar niet verteld dat de laatste interim-directeur de landelijke pers gehaald had omdat hij met een honkbalknuppel in elkaar geslagen was. "Ze vroegen me wel of ik ergens bang voor was, dat vond ik al zo'n rare vraag, maar ik had het anders toch gedaan hoor."
De Borgloschool heeft onder haar 140 kinderen 21 nationaliteiten omdat het asielzoekerscentrum veel van de kleine flatjes in de buurt huurt. Ponsen: "Die flatjes worden ook gebruikt voor de crisisopvang van moeders, er zijn dus veel eenoudergezinnen."
Machteloos
Het is geen school voor speciaal onderwijs, maar vrijwel alle leerlingen kampen met een enorme taalachterstand en hun thuissituatie is vaak erbarmelijk. "Toen ik hier begon merkte ik direct dat er van alles mis was, er heerste grote onvrede bij de ouders. Er waren nogal wat wisselingen van de wacht geweest, de communicatie was vastgelopen en ze konden alleen nog maar schreeuwen en schelden. De collega's voelden zich machteloos en wilden vaak niet meer met zo'n schreeuwende ouder praten. Dan draaiden ze zich om, wat weer als arrogant werd gezien. De agressie kwam vooral van de autochtone ouders, zo'n veertig procent van de schoolbevolking."
Na twee weken ellende besloot ze in te grijpen. "Ik dacht of ik moet iets doen of ik moet vertrekken. De eerste de beste moeder die weer stond te gillen op de speelplaats heb ik letterlijk bij de arm gepakt, mee naar binnen genomen en gezegd ‘je vertelt nu wat er aan de hand is en dan wil ik nooit meer dat geschreeuw horen'. Dan kwam er een heel verhaal uit, meestal ging dat dan over hele andere zaken, zoals een uitkering of andere sores. Dat heb ik twintig keer gedaan, nu weten ze dat als er iets is ze gewoon moeten komen praten."
Bij schreeuwen of gillen bleef het niet, Ponsen maakte in tweeënhalf jaar tijd vijftien escalaties mee waarbij meerdere keren de politie gewaarschuwd moest worden. "Ik kende dat niet uit Rotterdam. Daar werkte ik op een zwarte basisschool, maar daar gingen ze elkáár te lijf. Hier richtten ze hun agressie op de school. Ik snapte het ook niet, ouders willen toch het beste voor hun kind en wij ook. Wij spannen ons heel erg voor hen in."
Inmiddels zijn de verhoudingen genormaliseerd, het is rustig geworden, maar dat heeft heel wat inspanning gekost. Vaak vroeg ze zich af of ze hier mee door zou gaan. Toen ze bijvoorbeeld onder politiebegeleiding naar huis gebracht moest worden omdat een agressieve man haar stond op te wachten. "Dan denk je: is dit het allemaal wel waard?" Dat vroeg ze zich ook steeds af als ze melding maakte van mishandeling van ouders bij de kinderen. "Ik had één keer een incestgeval. De vader van dat kind was bekend bij de politie. Eigenlijk raadden zij het mij af om dit aan te geven, omdat hij te gevaarlijk was. Op het moment dat zo'n zaak bij de rechter komt is het duidelijk van wie de aangifte is, want de advocaat krijgt inzage in de papieren. Ik heb er toen wel een nachtje over geslapen of ik het zou doen, ik heb tenslotte ook een man en een kind thuis", ze zegt het wat lachend, enigszins verontschuldigend, "maar ik vond het toch onprofessioneel om het niet te doen en wie kiest er anders nog voor dat kind?"
Rotte appels
De rust is weer terug op de Borgloschool. "De rotte appelen zijn uit de fruitschaal gehaald", vertelt Ponsen. Zeker tien procent van de leerlingen is doorverwezen naar een andere vorm van onderwijs, die hoorden gezien hun gedragsproblemen niet thuis op een gewone basisschool. Het team is getraind om om te gaan met de agressie van ouders en het is een brede schoollocatie geworden. Dat wil zeggen dat er een nauwe samenwerking is met de GGD, het welzijnswerk en de naschoolse opvang. Ponsen: "Die mensen heb ik allemaal nodig, alle lijntjes moeten heel kort zijn, ook met de politie, want er kan natuurlijk nog steeds van alles gebeuren. Ik houd het alleen maar vol doordat iedereen goed meewerkt en door de steun van de bovenschoolse directeur. Als ik bij iemand thuis een vreselijke situatie aantref is er bijvoorbeeld een opbouwwerker die ik kan bellen die er dan langs gaat." De maatschappelijk werkster voor vier uur per week geeft ook veel ruimte, want voor je het weet is de directeur degene die alle problemen van de ouders oplost. "Met haar doe ik ook alle huisbezoeken, vaak is dat nog wel een eye-opener. Als we in een huis komen waar echt niets is, geen stoelen, geen tafel, geen bedden of vloerbedekking, dan krijg je wel een ander beeld van een kind."
Er is een klankbordgroep van ouders opgericht en dat maakt volgens de directeur heel veel uit. Met al die verschillende culturen is het vaak moeilijk communiceren. "Op de school in Rotterdam hadden we voor iedere bevolkingsgroep iemand die in de eigen taal uitleg gaf over het vervolgonderwijs, met 21 nationaliteiten is dat niet te doen."
Eén advies kan ze in ieder geval nu geven: ga niet te voorzichtig met ouders om. "Je moet vooral duidelijk zijn. Als je zegt dat Jantje aardig kan rekenen en hij gaat vervolgens naar het vmbo, dan snappen die ouders dat niet. Dat wekt agressie op. Nu geef ik in een gesprek direct de slechte boodschap: ‘hij gaat niet over!' Dan worden ze kwaad, dat laat je betijen en dan kun je de schriften laten zien waaruit blijkt dat het echt niet anders kan. Geen omzichtig taalgebruik!"
Ze vindt zeker niet dat de school de opvoeding van de kinderen moet overnemen: "Je voedt altijd op, maar we nemen het niet over. Voor de kinderen zijn er vijf gedragsregels waar ze zich aan moeten houden, die worden regelmatig besproken. Ze mogen ook geen geld mee nemen en geen snoep, dat geeft alleen maar ruzie." Nee, ze wil geen contract maken met de ouders. "Ik maak wel direct duidelijk dat wij veel contact met hen willen hebben, als zij dat niet willen kunnen ze hun kind beter op een andere school doen. Ik zou hier wel een goed ontwikkeld intakesysteem willen hebben zoals dat in het speciaal onderwijs standaard is. Dan is iedereen direct op de hoogte van de gezinssituatie."
Op de hoorzitting wilde Ponsen duidelijk maken dat de aandacht voor veiligheid ook op een basisschool nodig is, daarnaast waarschuwde ze voor de gevolgen als er door de bezuiniging op het achterstandsgeld minder faciliteiten komen. "Ik ben bijvoorbeeld bezig met een beleidsplan op het punt van de taal. Begrijpend lezen is een groot probleem, daar gebruiken we nu de methode Piramide voor, maar daar moeten ook de ouders bij ingezet worden. Dat betekent dat extra inzet om contacten te leggen met de ouders. Als we geen geld meer krijgen voor dit werk, dan ga je terug naar af en dat brengt weer de veiligheid op school in gevaar."
| ‘Eigenlijk is het onverantwoord' "Wij hebben hier geen last van agressieve ouders, het is hier juist heel rustig. Dat komt omdat onze leerlingen heel veel structuur nodig hebben, want bij het minste geringste vliegen ze uit de bocht", zegt Rob Huberts, directeur van de Beyaertschool, een school voor speciaal basisonderwijs (sbo) in Hengelo. Hij vindt het eigenlijk onverantwoord dat de leerkrachten nu alléén voor een groep van achttien leerlingen staan. Opmerkelijk in het Personeelsonderzoek onder ambtenaren is het hoge percentage leerkrachten in het speciaal basisonderwijs (veertig procent buiten de grote steden) dat zegt last te hebben van geweld en agressie. Voor de regio ligt dat cijfer zelfs hoger dan bij het vmbo. Huberts kan niet voor alle sbo's spreken, maar hij wil wel aangeven wat er bij hem mis is. "Door wsns heeft er een verdichting plaatsgevonden van de problematiek van onze leerlingen. Vroeger kon je een lom-klas met vijftien leerlingen wel aan, die blijven nu doorgaans op de basisschool zitten. Wij hebben nu meestal leerlingen met een meervoudige problematiek, ze zijn nooit alleen dyslectisch, maar daarnaast autistisch, of hebben adhd of pdd-nos. Het zijn stuk voor stuk zware gevallen die een speciale aanpak nodig hebben en die snel agressief worden als er in hun ogen iets mis gaat. Dat is niet omdat ze agressief zijn, maar omdat ze met hun afwijking de situatie niet goed kunnen overzien. Als er één uit de bocht vliegt, dan moet je tegelijkertijd die andere zestien of zeventien leerlingen in de gaten houden." Tijdens de hoorzitting in de Tweede Kamer over veiligheid op scholen, hield Huberts dan ook een pleidooi voor kleinere groepen met meer personeel en overzichtelijke scholen. ‘Bij het sbo is de rek eruit' zei hij. Het speciaal basisonderwijs valt nu onder de wet op het primair onderwijs, maar hij vindt dat het eigenlijk gewoon onder het speciaal onderwijs moet vallen. "Gezien onze problematiek hebben wij dezelfde voorzieningen nodig, kleinere groepen en meer gekwalificeerde assistenten." Dan zullen leerkrachten minder snel vertrekken, denkt hij, want nu ligt de uitstroom bij het sbo op ruim tien procent, terwijl het bij de gewone basisschool vier procent is, daarnaast is het ziekteverzuim heel hoog. "Het ligt aan de werkdruk. Tussen de middag kunnen ze niet pauzeren, omdat je niet zomaar een overblijfmoeder op zo'n groep zet. Ik heb nu voor één jaar geld van het ministerie gekregen om zelf mensen van de pabo op te leiden, om met deze kinderen om te gaan. Maar het is maar voor één jaar dan houdt het weer op." De minister heeft in een brief aan de school een onderzoek toegezegd naar de huidige situatie, wellicht komt daar iets uit. Huberts: "Nu lijkt het wel of we alleen maar klagen, maar het is ook heel leuk werk hoor!" |
Artikelen
Links