Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 26.08.2006 Auteur Eva Prins
Terwijl de politiek praat over verplichte opvoedkampen voor jongeren die niet willen deugen, doen ze op de Amsterdamse school precies het tegenovergestelde. Met persoonlijk maatwerk en veel vrijheid begeleiden ze jongeren die overal al waren opgegeven naar een mbo-diploma op niveau 1 of 2. Met succes. "Het geheim? Gewoon open en eerlijk tegen ze zijn."
"Hé vriend, welke toetsen ga je deze week doen?" Groepsbegeleider Ahmed Hassani zit achter zijn computer met het resultatenoverzicht van de leerlingen op zijn scherm. Een lange, stoere jongen installeert zich naast hem; pet op het hoofd, handen in de zakken. "Zijn er nog makkelijke toetsen?" Hassani: "Je hebt alleen nog moeilijke toetsen over vriend."
Het is eind mei en dat betekent dat voor de meeste leerlingen de eindsprint in volle gang is.
Op de niveau 2-opleiding op de Amsterdamse school maken de leerlingen elke week een à twee toetsen, vertelt John Puite, docent en coördinator van de administratieve opleidingen. Houden de leerlingen dat tempo aan, dan hebben ze in twee jaar hun diploma.
Welke toetsen ze doen in welke volgorde? Dat mogen ze zelf weten. Met nog vier weken te gaan moeten sommige leerlingen nog meer dan vijftien toetsen maken. Toch blijkt uit de resultatenlijst dat de leerlingen die hun diploma halen veruit in de meerderheid zijn. Zes leerlingen gaan het vermoedelijk niet halen, voor drie leerlingen zijn de kansen al verkeken. Dat betekent dat - net als vorig jaar - ook in het schooljaar 2005/2006 zeker meer dan 80 procent van de 70 leerlingen van de administratieve richting een diploma heeft gehaald.
De Amsterdamse school, gevestigd aan een gracht in hartje binnenstad, is drie jaar geleden opgezet als onderdeel van roc Asa. Coördinator Puite: "De school is een opvangputje voor jongeren die overal zijn uitgekotst." Sommige leerlingen spijbelden dramatisch veel, bedreigden of intimideerden schoolgenoten, anderen zaten in het criminele circuit. "Veel jongeren hier hebben hele korte lontjes."
Plaatsing op de Amsterdamse School gaat alleen via doorverwijzing van bijvoorbeeld bureau Jeugdzorg of justitie. Acht op de tien leerlingen is van Marokkaanse komaf, maar dat benadrukt Puite liever niet. "Hierbinnen is iedereen Amsterdammer." Het woord crimineel wil hij liever ook niet gebruiken, maar feit is dat veel van de jongeren wel eens met justitie in aanraking zijn geweest.
Dat geldt vooral voor de afdeling handel, waar leerlingen worden opgeleid tot verkoopmedewerker en winkelassistent. Hier zwaait Georgula Nikolova de scepter. Zes van haar 63 leerlingen, vrijwel allemaal jongens, zitten op dit moment vast, zegt ze terwijl ze de lijst leerlingen bestudeert. "Maar van hen heeft een zijn diploma al in april gehaald."
Ze praat zacht. Een kleine, vriendelijke vrouw, tussen zestig stoere jongens. Bang of onveilig voelt ze zich nooit. Het is volgens Puite en Nikolva dan ook niet zo dat deze jongeren niet deugen. Vaak is het vooral hun omgeving die niet deugt. Wie zich in de leerlingen verdiept, hoort een aaneenschakeling van ellende: kapotte gezinnen, drank, criminaliteit, schulden, te jong op eigen benen, te jong zwanger. Puite: "Met elk kind is wel wat."
"Verloren en beschadigde individuen", noemt Nikolova haar leerlingen. "Ze missen aandacht, warmte en liefde. Van buiten lijken ze vaak wel heel stoer, maar dat is maar een façade. Als je dieper kijkt, zie je vooral lege plekken."
Bewakers
Een gewone dinsdagochtend. Rond kwart over negen melden de eerste leerlingen zich. Ze moeten officieel van negen tot half een aanwezig zijn, maar op tijd komen is voor veel leerlingen een groot probleem. Met een druk op de knop opent de baliemedewerker de deuren van het elektronisch beveiligde pand. "We hebben hier geen bewakers rondlopen. Er hangen alleen camera's op de gang", zegt Puite terwijl hij een langslopende leerling een hand geeft. "Alles goed?" "Prima meester." Leerlingen mogen hem gewoon John noemen, maar meester is een geuzennaam, zegt hij niet zonder trots. Hij is klein, draagt een leesbril op zijn kale hoofd en praat onafgebroken met een licht Amsterdams accent.
Op vrijwel elk roc in de grote steden lopen bewakers rond. Puite is er trots op dat die op de Amsterdamse school niet nodig zijn. Hij draait wel de deur op slot, elke keer als hij zijn kantoortje verlaat, want rondslingerende mobiele telefoons of portemonnees zijn op school niet veilig. "De crux is sociale controle. Als je er niet bij bent, gebeurt er rottigheid."
Het is rustig in de school, de meeste leerlingen zijn op stage. De deur van lokaal 201 staat open. Groepsbegeleider Marlène Besman zit achter haar bureautje met een leerling over een boek gebogen. Drie andere leerlingen zitten achter een computer. Klassikale lessen zijn er nauwelijks op de Amsterdamse school. Alle leerlingen werken zelfstandig. Afhankelijk van de behoefte, worden soms theorielessen ingepland. Die lessen zijn facultatief, maar worden goed bezocht. "Leerlingen komen er zelfs om vragen." Dat toont volgens Puite dat de motivatie heel hoog is. "Ze weten dat dit hun laatste kans is. Blijkbaar wordt er daarmee toch iets getriggerd."
Achter een dichte glazen deur is een andere klas stil aan het werk. Deze leerlingen doen niveau 1. Zij werken geheel zelfstandig, ieder in eigen tempo en volgorde. Als om half een de bel gaat, blijft Karim als enige doorwerken. "Ik wil het boek afmaken. Het is makkelijk en ik heb verder toch niets te doen." De Turkse jongen met twee gouden tanden en een dun snorretje laat trots zien hoe ver hij al is.
De Amsterdamse school is zijn vierde school. Via havo/vwo zakte hij steeds verder af. Inmiddels is hij 17 en nog zonder diploma. Hier is hij pas drie maanden, maar vast van plan zijn diploma's te halen. "Ik ben blij dat ik weer op school zit." Anderhalf jaar lang ging hij helemaal niet naar school. Wat hij toen deed? "Niets", zegt hij afwerend. Hij zat vast voor onder andere straatroof, vertelt Puite later, maar daar wil Karim duidelijk niet over praten. Hij kijkt liever vooruit: eerst razendsnel niveau 1 halen, dan niveau 2 en dan verder leren om later ‘iets in de ict' te doen, zo luidt Karims plan. "Zelfstandig werken vind ik beter, rustiger."
Ook Amel (20) uit Ethiopië, met lange rood-zwarte vlechten, is nog aan het werk. Op een van de computers in lokaal 201 is ze bezig met Excel. Over een paar dagen maakt ze een toets. Amel vindt al die zelfstandigheid wel moeilijk. "Je moet het hier allemaal alleen doen", klaagt ze. Op haar vorige school, roc Asa Economie in West, vond ze het fijner. Maar daar moest ze weg omdat ze bij de toetsweek niet op kwam dagen. "Ik wil heel graag leren", zegt ze. "Maar ik had veel problemen. Ik kon me niet concentreren."
Wie haar levensverhaal hoort, snapt ook wel waarom. Haar moeder is overleden toen ze nog heel klein was, haar vader is ‘ergens in Amerika'. Amel staat er helemaal alleen voor en de kans is bovendien groot dat ze wordt teruggestuurd naar Ethiopië, want al is ze al zeven jaar hier, een status heeft ze nog niet.
Kaaskoppen
In het reguliere onderwijs is voor individuele verhalen en omstandigheden te weinig oog, zegt Puite, die zelf jarenlang op een regulier roc lesgaf. Op de Amsterdamse school is die aandacht er wel. Het begint al met een uitgebreide intake. "Dan lichten we iemands hele doopceel door: gezinssituatie, schoolverleden of ze in aanraking zijn geweest met justitie, maar ook hun toekomstplannen. Dat zijn ze niet gewend."
Daarbij zijn de groepen klein, maximaal vijftien leerlingen, met een vaste begeleider die instructeur, mentor en vertrouwenspersoon in één is. "Vertrouwen opbouwen is essentieel. Als je dat niet hebt, kan je hier niets beginnen."
Hoe ze dat doen? Het is heel simpel eigenlijk, meent Puite. "De meeste leerlingen kan je al handelen door ze gewoon als mens te behandelen. Door normaal, open en eerlijk tegen ze te zijn."
Een andere belangrijke factor is volgens hem het divers samengestelde team. Zo is groepsbegeleider Hassani bewust ook aangenomen vanwege zijn Marokkaanse afkomst. Puite: "In het begin was ik hier een van de weinige kaaskoppen."
Belangrijke succesfactoren zijn volgens hem verder het nauwe contact met de ouders en met een psycholoog. Een psycholoog van Altra Jeugdzorg huist drie dagen per week op de bovenste verdieping van de school en krijgt elke leerling minstens een keer op bezoek.
De Amsterdamse school is persoonlijk en flexibel. Dat werkt, zegt John. Geen keurslijf, maar zoveel mogelijk maatwerk. Als het niet anders kan, mag een kersverse moeder bijvoorbeeld haar baby meenemen naar school. Puite: "In het reguliere onderwijs is het: Te laat? Dan mag je de les niet meer in. Absent? Nog twee keer en je mag de toets niet doen. Hier is het: Ik heb je gisteren gemist. Wat is er aan de hand? In plaats van de grote boeman ben je de begeleider."
Maar van het woord soft wil de oud-beroepsmilitair niets weten. "We zijn geen softies. Integendeel. We zijn heel duidelijk. De leerlingen sluiten een contract af als ze hier komen en daar houden we ze ook aan. Ik laat me ook geen lulverhalen op de mouw spelden. Dat weten ze heel goed. Maar als ze echt willen - en de meesten willen echt - dan proberen wij ze op alle mogelijke manieren tegemoet te komen opdat ze hun diploma halen."
De lastigste jongeren veel vrijheid en zelfstandigheid geven: het klinkt toch niet logisch. De politiek praat tenslotte niet voor niets over opvoedkampen. Op de Amsterdamse school zien ze dat anders. "Deze jongens zijn juist al jaren zo beknot in hun doen en laten. Daardoor worden ze recalcitrant en verzinnen ze van alles om onder het regime uit te komen. Hier voelen ze dat niet zo, want zij bepalen de koers en doen meer doordat ze zich meer verantwoordelijk voelen", vertelt Puite. "Ik heb ook gedacht: Als je alles loslaat, wordt het chaos. Maar dat valt dus reuze mee. Het werkt redelijk zelfregulerend. We hebben bijvoorbeeld bijna geen uitval op basis van ‘geen zin meer' of ‘wil niet'. De uitvallers zijn over het algemeen altijd jongeren met te grote persoonlijke problemen, die geen ruimte en energie meer hebben voor school."
De namen Karim en Amel zijn om redenen van privacy gefingeerd.
Artikelen
Links