Bron Het Onderwijsblad Publicatiedatum 21.02.04 Dossier Adhd
Het lijkt wel alsof steeds meer leerlingen adhd hebben. Maar is dat wel zo? Daar is geen bewijs voor, zegt een hoogleraar, een orthopedagoge spreekt over ‘schijn-adhd' en wijt de gedragsproblemen aan een gebrek aan opvoeding. Het aantal drukke kinderen neemt wel toe, ziet een psychologe. Deze kinderen vragen op school in elk geval meer aandacht. ‘Je moet elke keer opnieuw beginnen, kinderen met adhd leren niet van hun fouten.'
"Adhd is niet van recente datum, het is al een heel oud begrip", zegt hoogleraar psychiatrie Jan Buitelaar. Onlangs heeft hij de dossiers doorgenomen van de eerste vijftig kinderen die in 1940 op de afdeling kinderpsychiatrie zijn aangemeld. "Bij twee van de drie staat in het verslag: druk, niets mee te beginnen."
In 1930 is het begrip MBD, minimal brain damage, ingevoerd. Ongeveer tien jaar geleden is deze term vervangen door adhd, Attention Deficit Hyperactivity Disorder (aandachts- en concentratiestoornis met hyperactiviteit). "Er is geen bewijs voor dat het steeds vaker voorkomt", zegt Buitelaar, die als adhd-specialist op 29 januari in het AZU in Utrecht sprak tijdens het symposium Kind onder druk. "Wat je wel ziet is dat de aanmeldingen bij de hulpverlening toenemen."
De diagnose adhd wordt gesteld door een arts, mede op basis van gegevens van ouders, leerkrachten en anderen. Zo'n zeventig tot tachtig procent van de mensen met adhd heeft bijkomende problemen als leerstoornissen, angststoornissen of agressie. "De diagnose adhd wordt steeds vaker ten onrechte gesteld", stelde orthopedagoge Getty Feddema onlangs in het televisieprogramma het Elfde uur. "Zeven van de tien kinderen die mij terecht komen met de diagnose adhd, hebben geen adhd. Ze hebben gedragsproblemen veroorzaakt door een gebrek aan opvoeding." Ze spreekt over schijn-adhd. Feddema denkt dat kinderen bloot staan aan veel invloeden van buitenaf in deze snelle en veranderende maatschappij. "Ouders hebben het druk en laten de opvoeding steeds meer aan anderen over." De website van de EO is het aantal reacties van ouders enomr, de meesten zijn woedend over haar uitspraken. Een moeder nodigt Feddema uit een dagje mee te draaien in het gezin waar niet alleen een kind, maar ook de vader adhd heeft.
Psychologe Rita Kohnstamm signaleert wel een toename van drukke kinderen, maar vindt het niet verwonderlijk. "Grenzen overschrijden is een manier van ‘fun' geworden, daar worden kinderen hyper van", betoogde ze op het symposium in Utrecht. "Jezelf kunnen intomen is sinds de jaren zeventig slecht voor de ziel. Kinderen moeten zich kunnen uitleven." Kohnstamm vindt dat de kinderen te veel worden losgelaten.
Stress
Niet alleen het aantal kinderen met adhd, ook het aantal theorieën over de oorzaak ervan lijken toe te nemen. Zo zou de aanleg voor het ontwikkelen van adhd al in de baarmoeder plaatsvinden en geven stress tijdens de zwangerschap en een laag geboortegewicht een verhoogde kans op adhd. En volgens klinisch psychologe Monique L'Hoir is er een verband tussen huilbaby's en adhd. "Als een baby na vier maanden nog veel huilt is dat een voorbode voor andere problemen op latere leeftijd. Je ziet bij deze kinderen meer hyperactief gedrag als ze acht tot tien jaar oud zijn." Heftige gezinsproblemen en scheiding van ouders schijnen vervolgens ook weer risicofactoren voor adhd.
Kinderen met adhd zijn druk en impulsief, handelen vaak voordat ze hebben nagedacht. Ze komen afspraken niet na en zijn dingen kwijt. Zo omschrijft Buitelaar de handenbinders. "Zelf zeggen ze dat ze druk zijn in het hoofd: ‘Ik moet overal op reageren.' Vaak hebben ze geheugenproblemen, wat de schoolprestaties bemoeilijkt." adhd blijkt volgens recent onderzoek een neurologische stoornis in de hersenen, die in zestig tot zeventig procent van de gevallen erfelijk is.
Er zijn diverse mogelijkheden om het gedrag van kinderen met adhd in goede banen te leiden: cursus sociale vaardigheden, psychotherapie of gedragstherapie. Ouders kunnen worden getraind in het omgaan met hun kind, het bieden van structuur is heel belangrijk. Verder kan medicatie worden voorgeschreven. Ritalin bijvoorbeeld, een medicijn dat de remmers in de hersenen stimuleert waardoor het kind rustig wordt.
Aandacht
Twee tot vijf procent van de schoolgaande jeugd heeft adhd. Het komt vooral voor bij jongens. Kinderen met adhd roepen door hun drukke, chaotische gedrag veel negatieve reacties op. Ze zijn echter niet in staat hun gedrag te remmen en ze kunnen slechts korte tijd hun aandacht bij iets houden. De leerkracht blijkt een sleutelrol in de ontwikkeling van het kind met adhd te hebben, want vaak komt er niet uit wat erin zit. Kinderen die voldoende capaciteiten hebben om vwo te halen, zitten op de havo. Deze kinderen hebben veel meer steun nodig van de omgeving om tot prestaties te komen. In het onderwijs is het vooral belangrijk de aandacht van de leerling te trekken en te zorgen dat die niet afdwaalt. Individueel contact, afwisseling en duidelijkheid in taal en materiaal zijn belangrijk. Leerlingen met adhd zijn slechter in het organiseren en plannen van hun werk. Lang is er gedacht dat adhd vermindert in de puberteit, maar dit geldt maar voor een deel van de kinderen.
Anco van Moolenbroek, directielid van Driestarcollege in Gouda heeft afstudeeronderzoek gedaan naar jongeren met adhd in havo en vwo. "Je moet elke weer bereid zijn opnieuw te beginnen en weten dat het niet anders is. Ze leren niet van hun fouten." Als mentor heeft hij zelf een leerling met adhd begeleid op school. "Dat was de aanleiding om me er verder in te verdiepen. Het is zoeken naar een manier hoe je zo'n jongen in de school kunt handhaven."
Voordat Van Moolenbroek aan zijn onderzoek begon was er op de Driestar geen speciale aanpak voor kinderen met adhd. "Ze zijn in het voortgezet onderwijs ook vaak niet zo zichtbaar. Of ze zijn al naar het speciaal onderwijs verdwenen of je merkt niet dat ze adhd hebben omdat de medicatie goed is afgestemd." Hij hamert erop dat communicatie met de ouders uiterst belangrijk is. "En leerkrachten moeten zich goed informeren over adhd als ze zo'n kind in de klas hebben."
Belonen
Stimuleren is heel belangrijk om deze kinderen tot prestaties te krijgen. Van Moolenbroek werkte bij zijn leerling met een beloningssysteem. "Als zijn gedrag goed is of zijn huiswerk in orde krijgt hij plusjes." Als de leerling voldoende plusjes heeft gescoord wordt hij thuis door zijn ouders beloond. "Zo krijgt hij thuis ook waardering."
De leerling aanmoedigen in de les en meer waarderen dan negeren, leidt volgens Van Moolenbroek echter tot betere resultaten. "Dat is goed voor het gevoel van eigenwaarde. Je moet deze kinderen twee tot vier keer meer belonen dan straffen. Je moet ze eigenlijk steeds betrappen op goed gedrag." Van Moolenbroek erkent dat dit veel geduld van de leerkracht vraagt. Belangrijke tips voor leerkrachten zijn het hanteren van goede opvoedingsstrategieën, die heel stringent toepassen en consequent zijn. "Vermijd zoveel mogelijk prikkels. Zet deze leerling bij je bureau."
De adhd-leerling is gebaat bij structuur en vaste regels. Dat is ook mogelijk in het voortgezet onderwijs waar ze met veel verschillende docenten te maken hebben. "Docenten mogen best een eigen aanpak hebben, maar blijf bij die aanpak. Dat schept duidelijkheid", zegt Van Moolenbroek. "Je kunt ook heel goed de klas inzetten, een medeleerling kan de adhd-leerling op de vingers tikken als dat nodig is. Door de klas verantwoordelijkheid te geven deel je de zorg. Dat heeft altijd een positief effect." Verder is het van belang controle uit te oefenen. Is het huiswerk opgeschreven en is de opdracht gemaakt. "Dat kan ver gaan. Ik had een doosje van zijn pillen in mijn la. Want als hij die vergeten was, wist je zeker dat hij uit de les werd gezet."
De invloed van de omgeving is mede bepalend voor de mate waarin adhd zich ontwikkelt, meent Van Moolenbroek. "Maar om te zeggen: ook de invloed van de opvoeding, daar wil ik heel voorzichtig in zijn. Er is veel onbegrip voor kinderen met adhd en hun ouders, met name in het voortgezet onderwijs. Ze moeten soms verschrikkelijk vechten voor een school."