Bron Straksvoordeklas Publicatiedatum 05.2006 Auteur Rineke Wisman

Harry van Bommel, leraar in de politiek

Tweede-Kamerlid Harry van Bommel deed zeven jaar over de havo, maar daar leed zijn liefde voor het onderwijs niet onder. Voor zijn politieke loopbaan bij de Socialistische Partij (SP) vaart kreeg, stond hij stond twee jaar voor een mbo-klas. Hij bewaart goede herinneringen aan zijn lerarentijd. "Je weet dat je iedere dag een paar leerlingen verder hebt kunnen helpen."

Harry van Bommel (43) is al twaalf jaar actief in de Haagse politiek: vier jaar als fractiemedewerker en acht jaar als Kamerlid voor de Socialistische Partij. Daarvoor zat hij in de stadsdeelraad Oost en de gemeenteraad van Amsterdam. En tijdens zijn studie politicologie schreef hij al voor het studentenblad van de SP en zat hij in het partijbestuur. Klinkt als iemand die recht op zijn doel afgaat. Toch is dat niet zo, zegt Van Bommel in een kantoortje in het Tweede-Kamergebouw. "Ik zeg altijd: als ik het zo had gepland, was het niet zo gelopen."
Ook de lerarenopleiding, die hij na de havo volgde, was niet gepland. Hij wilde journalistiek studeren, maar werd tot twee keer toe uitgeloot in Utrecht. Omdat hij het op de lerarenopleiding in Zwolle inmiddels ‘enorm naar zijn zin had', besloot hij die af te maken.

Waarom stapt een leraar in de politiek?
"Ik heb het idee dat er een betere wereld mogelijk is", zegt hij. "Als je dat niet denkt, kan je net zo goed schoenen gaan verkopen. Ik zie veel overeenkomsten in drie beroepen die met een ‘p' beginnen: pedagoog, politicus, priester. Het gaat er bij deze beroepen om dat je een groter verhaal probeert over te brengen. In de politiek bereik je grote groepen mensen via de media. Je probeert ze te winnen voor een idee. Een priester bereikt groepen mensen via de kerk. In het onderwijs doe je hetzelfde, maar de verhoudingen zijn vaak individueler: één op één met leerlingen."

Veel geleerd op de lerarenopleiding?
"In het dagelijkse politieke werk heb ik meer aan de lerarenopleiding dan aan mijn studie politicologie. Een belangrijke vaardigheid die ik me daar eigen heb gemaakt is spreken, een voordracht houden. Om een groep te boeien moet je innerlijke overtuiging meebrengen. Leerlingen moeten uitgedaagd worden. Ze hebben het ook meteen door als je toneelspeelt of niet geïnteresseerd bent. Door mijn studie heb ik flink kunnen oefenen op de omgang met toehoorders. Ik was vroeger absoluut geen jongen die graag spreekbeurten hield."

Heeft u ook zaken gemist in de opleiding?
"Er was geen enkele aandacht voor de omgang met allochtone leerlingen en kinderen met een islamitische achtergrond. Het was een christelijke hogeschool. Men dacht misschien: die beker gaat aan ons voorbij, maar zo is het niet. Er zijn nogal wat moslims die kiezen voor christelijk onderwijs. Dat hadden ze moeten voorzien."

U heeft Nederlands en Engels gedoceerd in het mbo. Hoe was dat?
"Ik werkte bij een mbo-school voor gezondheidszorg en dienstverlening, die later is opgegaan in het Roc van Amsterdam. De leerlingen waren niet echt geïnteresseerd in Engels of Nederlands. Ze wilden beroepsvaardigheden, verzorgende vakken. Ik probeerde de stof zoveel mogelijk te relateren aan de beroepspraktijk. In een medisch kinderdagverblijf kan een overdrachtsrapport waarin fouten staan, leiden tot een verkeerd begrip van de situatie en daarmee tot grote problemen. Taal is in die zin heel belangrijk."

En dat sloeg in als een bom in de klas?
"Ik kwam ermee weg."

Hoe was het contact met de leerlingen?
"Ik ging met een glimlach op mijn gezicht naar mijn werk en kwam met een glimlach terug. De arbeidsvreugde in het onderwijs kan heel groot zijn. Je weet dat je iedere dag minimaal een paar leerlingen verder hebt kunnen helpen. Die kregen tijdens een lesuur een glinstering in hun ogen. Een blik van: hé, ik snap het, dit is leuk, hier heb ik wat aan. Ik was de jongste leerkracht van de school. Omdat je jong bent, zijn leerlingen makkelijker naar jou toe. Opener. Ik heb nog steeds contact met sommige oud-leerlingen."

Welk lesmoment staat in uw geheugen gegrift?
"In het kader van ‘nieuwe Engelse woorden leren en gebruiken in een zin' kwam één van de leerlingen erachter dat het woord ‘hairy' heel erg lijkt op mijn naam ‘Harry'. Je schrijft het anders, spreekt het licht anders uit, maar voor die leerling was dat ongeveer hetzelfde. Aangemoedigd en opgejut door haar vriendinnen vroeg ze: ‘Harry, do you have a hairy chest?' Het ging nergens over, mijn antwoord ook niet, maar het feit dat ze de vraag stelde maakte dat ze de slappe lach kreeg. Dat zijn momenten die zo'n dag fantastisch maken."

Wat vond u de minder leuke kanten van het vak?
"De onderwijsvernieuwingen! Het was de tijd van de modularisering van het onderwijs: alle lessenreeksen moesten worden omgezet in modulen. Als jonge hond kreeg ik dat in mijn mik geschoven. Ik snapte de logica wel, maar het was niet het leukste om te doen. Een beetje een papieren exercitie waarvan je bovendien weet dat het in de praktijk niet zo nauw luistert. Ieder lesuur heeft zijn eigen dynamiek. Je kan het wel keurig in een schema zetten, vijf minuten zus, acht minuten zo, maar er gebeurt altijd wel wat dat zo'n schema in de war gooit."

Heeft u een goeie tip voor beginnende leraren?
"Wees flexibel in je lesplan, dan presteren jij en je leerlingen beter. Als je te veel als een machinist probeert het proces te regelen, loop je uit de rails. Een machinist moet het heel precies doen. Op tijd vertrekken, op tijd aankomen. In het onderwijs is dat veel minder. Het gaat meer om het proces dan om het product. Niet je hele lesplan afkrijgen, is zelden een ramp. Tenzij dat een rode draad in je werk is."|

Wat zou u doen als u minister van onderwijs was?
"Ik zou alleen minister willen zijn als er fors meer geld voor onderwijs werd uitgetrokken. Er moet geïnvesteerd worden in jonge leraren en in scholen. Er moeten meer jonge leerkrachten komen. Ik ben een groot voorstander van het kwijtschelden van collegegeld van studenten aan de lerarenopleiding op voorwaarde dat zij na het afstuderen in het onderwijs gaan werken."

Zou u het salaris verhogen?
"Ik vind dat leraren in het vmbo meer betaald mogen krijgen. Het is te zot voor woorden dat degenen die de leerlingen moeten begeleiden die het meeste werk kosten, het minst betaald krijgen. Als de vmbo-leraren beter beloond worden, denken leerlingen, collega's en ouders ook niet meer dat het vmbo het afvoerputje is van het onderwijs."

Hoe wordt het leraarschap weer populair?
"Zet een aantal aansprekende leraren en leerstijlen wat meer in het zonnetje. Gemeenten kunnen de prijs ‘Leraar van het Jaar' instellen. Alle positieve aandacht is goed voor het vak. Het is de status die maakt dat leerkracht niet meer zo'n gewild beroep is. Op nogal wat basisscholen veegt de juf of meester na een schooldag zelf de klas aan omdat er geen geld meer is voor schoonmakers."

Zou u zelf nog wel voor de klas willen staan?
"Vanzelfsprekend. Ik geef nog regelmatig gastlessen op middelbare scholen, hogescholen of universiteiten. Behoefte aan een spreker voor een gastles? Ik kom, want ik vind het altijd erg leuk. In 2007 wil ik mij opnieuw kandideren voor een plek in de Tweede Kamer. Fulltime voor de klas staan zit op dit moment dus niet in de planning, maar je weet nooit hoe het lopen kan."

Doormailen    Printversie








andere achtergrond