Bron Straksvoordeklas Publicatiedatum 02.2006 Auteur Rineke Wisman

Lisanne de Roever, juf en keepster van het Nederlands hockeyteam

Lisanne de Roever (26) is drie volle dagen en twee avonden per week bezig met hockey. Maar op maandag en woensdag is de keepster van het Nederlands elftal juf op een Montessorischool in Amstelveen. "Ik heb je op tv gezien, hoe kan het dan dat je ook bij ons voor de klas staat", vragen leerlingen verbaasd.

Vraag Lisanne de Roever wat er na hockey komt en ze antwoordt: ‘Hockeyen, hockeyde, gehockeyd'. In een doorsnee week is Lisanne overduidelijk intensief met haar sport bezig. Ze traint twee hele dagen met het Nederlands elftal, op zondag speelt ze in competitiewedstrijden met haar club Kampong en ze traint ook nog twee avonden per week bij haar club. Het grote doel is momenteel het wereldkampioenschap dat in september in Madrid plaatsvindt. Lisanne hockeyt sinds haar achtste. Vanaf haar dertiende staat ze op het doel. "Een machtige plek", vindt ze. "Wordt het een goal of niet? De verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk bij mij."
"Afgelopen december was de Champions Trophy in Australië. Een droomfinale. Ik stopte de beslissende strafbal, waardoor we wonnen. Een onbeschrijfelijk gevoel. Als kind zat ik op veel sporten: ballet, judo, voetbal. Ik ging naar hockey omdat een vriendinnetje erop zat. Teamsport vond ik het leukst. Altijd al. Je werkt samen naar een doel toe. Het is super als dat dan lukt. Als je wint. Een ontlading. Ik wil graag winnen. Ben ontzettend gedreven. En perfectionistisch, een eigenschap die veel topsporters hebben."

Waarom koos je voor de pabo?
"Al sinds mijn eigen kindertijd ben ik gek met kinderen. Ik paste veel op de kleintjes van familie en vrienden. Kinderen kijken op hun eigen manier tegen de wereld aan. ‘Mag ik je medaille zien', vragen oudere kinderen op school. Of: ‘Ik heb je op televisie gezien. Hoe kan het dan dat je ook bij ons voor de klas staat?' Een juf hoort op school en niet op de televisie. Een televisie-juf past niet in hun wereldbeeld. Leuk, die logica."
"Ik heb een studie sporteconomie overwogen, maar het gevoel om iets met kinderen te doen was sterker. Tijdens mijn studie had ik een bijbaan op een kinderdagverblijf. Soms vragen mensen naar je grootste wens. Ik zou het wel weten: nog één dag kind zijn. Lekker de hele dag spelen."

Hoe kwam je op de Montessori-pabo terecht?
"Toen ik op de middelbare school zat, had ik nog nooit van Montessori gehoord. Via hockey kende ik de toenmalige directeur van de Eerste Montessorischool in Amstelveen. Zij nodigde me uit om een keer langs te komen. Ik was enthousiast over de individuele aanpak. Het kind geeft, binnen de grenzen van de weekplanning, aan wat voor vak het wil doen. Niet allemaal tegelijk aardrijkskunde. Kinderen kunnen hierdoor echt op hun eigen niveau werken. Toen was de keus snel gemaakt, want met het diploma van de Montessori-pabo kan ik ook op reguliere scholen aan de slag."

En na je studie kwam je diezelfde directeur weer tegen?
"Het was een paar jaar na mijn afstuderen. Ik miste het werken met kinderen en wilde aan de slag. Heb je niet een baan voor me?, grapte ik. Die directeur was al gepensioneerd, maar toevallig was er toen wel een vacature op haar oude school. Na het sollicitatiegesprek had ik de indruk dat ze geen zin hadden in iemand die op hoog niveau sportte. Toen ik die baan net uit mijn hoofd had gezet, ontving ik een mail. Ze wilden het graag met me proberen. Nu werk ik dus op de school waar ik ooit besloten heb Montessori-pabo te gaan doen."

Je werkt twee dagen per week als extra ondersteuner. Wat houdt dat in?
"Op maandag geef ik rekenen en spelling aan kinderen uit groep zeven en acht. Het zijn leerlingen die extra zorg nodig hebben, omdat ze anders ‘uitvallen' op die vakken. Op woensdag heb ik een beetje mijn eigen klas met kleuters die het Nederlands niet of nauwelijks beheersen. Voor henzelf heel frustrerend, want ze kunnen zich moeilijk uitdrukken. Ik leer ze zoveel mogelijk woorden aan de hand van een thema. Bijvoorbeeld boerderij. De kinderen zijn net sponsen. Eerst absorberen ze alles. Op een zeker moment stromen de woorden eruit. Vorig jaar had ik een meisje dat geen woord Nederlands sprak. Nu kletst ze je de oren van het hoofd."

Is een hbo-studie goed te combineren met topsport?
"Toen ik de pabo deed, speelde ik nog niet in het Nederlands elftal. Daar kreeg ik een plek toen ik net afgestudeerd was. Ik vond de pabo niet moeilijk. Het is een doe-opleiding. Veel knippen, plakken, dingen maken. Het kostte allemaal veel tijd, maar ik kon het prima in vier jaar afronden."
"Na de pabo ging ik pedagogiek studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Die beweerden een topsportbeleid te hebben. Nou, niet dus. Je wilt niet weten hoe vaak ik bij de decanen op de stoep heb gestaan. Dan miste ik bijvoorbeeld een tentamen, omdat ik met het Nederlands team in het buitenland zat. Dan zei de docent: maak het tentamen maar in de herkansing. Dat klopt natuurlijk niet. Ik heb me vaak boos gemaakt over het feit dat zoiets op zo'n grote school niet goed geregeld is. Toen ik mijn propedeuse had, ben ik ermee gestopt."

Waarom een vervolgstudie pedagogiek?
"Het leek mij leuk om meer op de individuele kant te gaan zitten: interne begeleiding, remedial teaching. Liefst met oudere kinderen. Die kan je op een andere manier dingen leren. Ik wil een klas graag onder controle hebben. Perfectionistisch. Precies zoals ik het voor ogen heb. Kleuters zijn zo los en vrij. Die zijn niet zo goed onder controle te houden. Petje af voor docenten in de onderbouw. Ik kom regelmatig gesloopt thuis na een dag met de kleuters."

Wat wil je kinderen bijbrengen?
"Ik wil ze alle kennis bijbrengen die ze moeten leren op de basisschool. Als een kind moeite heeft met breuken, steek ik er net zo lang tijd in tot 'ie het licht ziet. Het belangrijkst is voor mij dat kinderen met plezier naar school gaan. Zich op hun gemak voelen."

Hoe ziet jouw toekomst eruit?
"Na de Olympische Spelen in 2008 denk ik te stoppen met hockey op dit niveau. Topsport is zwaar. Week-in-week-uit moet je jezelf zien te motiveren voor een training. Over een paar jaar ben ik mentaal wel een beetje op, denk ik. Er zijn maar vijf weken per jaar dat ik niet hoef te hockeyen. Ik zou graag op deze school willen blijven werken. Zoals het nu gaat, vind ik het heel erg leuk. Inhoudelijk en met de collega's. Tijdens wedstrijden in het buitenland houd ik ze op de hoogte via de mail. Ze leven met me mee."
"Ik zou zelf ook graag kinderen willen. En meer een sociaal leven willen hebben. Sociale contacten heb ik vooral op het hockeyveld. In het team noemen ze me juf Lisanne. Ik ga ook nog steeds om met een groepje pabo-vriendinnen. Winkelen of uit eten. Ik ben altijd degene van wie de datum afhankelijk is. Hopelijk wordt dat in de toekomst anders."

Een carrière in de sportwereld is niets voor jou?
"In elk geval wil ik mezelf blijven ontwikkelen. Ik heb al een cursus gedragsproblemen gedaan en ga misschien voor de aantekening speciaal onderwijs. Of ik maak die studie pedagogiek af. Een totaal andere carrière zal het wel niet worden. Dan zou ik de kinderen te veel gaan missen."

Doormailen    Printversie








andere achtergrond