Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 29.04.2006 Auteur Lisette Douma
Steeds meer zorgleerlingen blijven in het reguliere onderwijs. Dat geldt ook voor autisten. "Een autistisch kind kan zich niet aanpassen en dus moet de school dat doen." Het appèl op leerkrachten wordt dringender. Een aantal handvatten.
‘Ik weet dat we op school zitten om te leren, maar er is zoveel meer gaande. Het is een beetje alsof je aan een spelletje begint zonder enig benul van de regels of de wachtwoorden.' Dit zijn de woorden van Luke Jackson, dertien jaar. Luke heeft het syndroom van Asperger, een vorm van autisme. In het boek Mafkezen en het Asperger-syndroom vertelt hij onder andere over zijn schoolervaringen.
Luke betoogt dat autistische kinderen het zwaar hebben op school. De onderwijspraktijk is gebaseerd op codes die leerlingen met autisme moeilijk of niet kunnen ontcijferen. School is druk, rumoerig, chaotisch, onoverzichtelijk en daardoor doodeng.
De leerkracht is niet altijd de redder in de nood. Niet omdat hij niet wil, maar omdat hij het moeilijk vindt om les te geven aan autistische kinderen. Twee jaar geleden inventariseerde het Onderwijsblad meningen van leraren basisonderwijs over Weer samen naar school. Op de ‘moeilijkheidsbarometer' scoorde autisme op een schaal van 1 tot en met 5 met 4,22 het hoogst. Lesgeven aan autisten vindt men zwaar. Moeilijker dan lesgeven aan kinderen met adhd, gedragsproblemen en verstandelijke handicaps.
Geen sociale antenne
Waarom is het zo lastig om les te geven aan deze kinderen? "Omdat geen autist hetzelfde is", weet Aafke Halma, moeder van vier autistische zoons. "Autisme is een informatieverwerkingsstoornis in de hersenen", vertelt Sylvia Hasper, projectleider van het Landelijk Netwerk Autisme (LNA). "Er zijn verschillende vormen, zoals PDD-NOS, syndroom van Asperger en klassiek autisme. Al deze vormen hebben andere kenmerken. Maar alle mensen met autisme hebben een sociale en communicatieve stoornis en een stoornis in het verbeeldend vermogen."
| Autiklassen in het Nederlandse Silicon Valley Rond Eindhoven zitten twee keer zoveel autistische kinderen op school als in de rest van het land, concludeerde het Nijmeegse onderzoeksbureau ITS in 2004. "Hoe dat kan? Daar breken wij ons ook het hoofd over", zegt Wil Verhagen, adjunct-sectordirecteur van het Antoon Schellens Pleincollege, vmbo-school voor leerwegondersteunend onderwijs. "Er wordt wel gesuggereerd dat het hier een soort Silicon Valley is." In het Engelse Cambridge en het Amerikaanse Silicon Valley wonen net als in Eindhoven en omstreken buitenproportioneel veel autisten. De drie plaatsen hebben met elkaar gemeen dat er een hoge concentratie hightech-bedrijven is. "Er wonen hier veel mensen met een wiskundige achtergrond die bij Philips werken. Onder mensen die goed zijn in bètavakken, vind je meer autisten. Dat kan een verklaring zijn." De grote hoeveelheid autistische kinderen heeft grote gevolgen voor het Eindhovense onderwijs: het speciaal onderwijs zit overvol en de reguliere scholen kunnen de druk niet aan. "Vooral autistische kinderen die naar havo/vwo kunnen, belanden tussen wal en schip. Voor deze leerlingen gaan wij per 1 september twee autiklassen beginnen." De speciale klasjes zijn een initiatief van de gemeente, cluster-4-school de Korenaer en de scholen van het Brabantse Ons Middelbaar Onderwijs. De klassen worden ondergebracht in het Antoon Schellens Pleincollege en op Eikenburg, ten zuiden van Eindhoven. Elke klas telt straks negen à tien leerlingen. "We starten met de brugklas. De leerlingen worden gedetacheerd vanuit de cluster-4-school. Wij hebben hier op het Antoon Schellens expertise over autisme in huis. Van de 206 leerlingen die wij hebben, zijn er honderd autistisch. Maar we zijn een vmbo-schooltje. Wij zullen dus ook leerkrachten van de andere Pleinscholen die de papieren hebben om aan havo/vwo-leerlingen les te geven, hier aan het werk zetten", verklaart Verhagen. In de autiklassen zal veel aandacht uitgaan naar het aanleren van schoolse vaardigheden. Het is namelijk de bedoeling dat de leerlingen na twee à drie jaar overstappen naar het reguliere onderwijs. Daar zijn dan inmiddels docenten opgeleid tot auticoach. Zij kunnen de autistische leerlingen op de reguliere havo/vwo extra begeleiden. "Er zal misschien een groepje overblijven dat niet in staat is naar de reguliere middelbare school te gaan. En het is niet onze bedoeling om naast het vmbo een havo/vwo-afdeling te beginnen. Dus wat te doen met deze leerlingen? Op die vraag proberen wij de komende twee, drie jaar een antwoord te vinden." |
Kinderen met autisme kunnen geen samenhang brengen in wat er via de verschillende zintuigen binnenkomt. Typerend is dat het kind alles opmerkt wat er om hem heen gebeurt. Daardoor heeft hij veel prikkels te verwerken, die hij niet goed kan ordenen. ‘Mijn handicap is dat ik geen grote zeef in mijn hersens heb en daardoor komt alles veel teveel op mij af. Andere mensen weten wat ze eerst moeten doen en wat het belangrijkste is, ik kan dat jammer genoeg niet', vertelt de achttienjarige Bas op de website van LNA.
Autistische kinderen missen de sociale antenne hoe je met elkaar omgaat. Hun taalgebruik is, hoewel vaak correct, eigenaardig en plechtstatig. En het autistische kind is vaak in de ban van één thema.
De boom in
Op basis van recente epidemiologische studies gaat de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) ervan uit dat autisme bij 0,58 procent van de bevolking voorkomt. Dit houdt in dat er in Nederland zo'n negentigduizend mensen zijn met een vorm van autisme. "Het lijkt alsof er steeds meer kinderen met autisme zijn", vertelt Heleen Schoots, senioradviseur bij de KPC Groep. "Maar dat is niet waar. Men kan nu beter diagnosticeren. En autisten vallen steeds meer op. De maatschappij is namelijk socialer ingericht dan enkele tientallen jaren geleden. En er gaan steeds meer autisten naar het reguliere onderwijs, waardoor er een dringender appèl wordt gedaan op leerkrachten."
Vorig jaar deed de NVA samen met stichting de Ombudsman onderzoek onder (ouders en partners van) mensen met autisme. Daaruit bleek dat meer dan de helft van de leerlingen met autisme regulier onderwijs volgt. Speciaal basisonderwijs en de praktijkschool worden ook onder regulier onderwijs geschaard. Bijna veertig procent van de autisten gaat naar het speciaal onderwijs.
"Omdat autistische leerlingen alle vormen van onderwijs volgen, zou je veronderstellen dat het onderwijs voldoende is ingespeeld op autisten", stelt Hasper van het LNA. Maar niets is minder waar: veel autisten belanden tussen wal en schip of krijgen onvoldoende begeleiding. Dit komt voor een deel doordat de diagnose vaak laat wordt gesteld. Gemiddeld op negenjarige leeftijd, blijkt uit het onderzoek van de NVA en stichting de Ombudsman. Terwijl die diagnose wel nodig is om in aanmerking te komen voor de leerlinggebonden financiering, ofwel het rugzakje.
Thuiszitter, wel leerplichtig | 1,2 % | Cluster 1, speciaal onderwijs | 0,3 % |
Ontheven uit de leerplicht | 6,6 % | Cluster 2, speciaal onderwijs | 3 % |
Basisschool | 16,4 % | Cluster 3, speciaal onderwijs | 7,9 % |
Speciaal basisonderwijs | 13,9 % | Cluster 4, speciaal onderwijs | 17 % |
Praktijkonderwijs | 3 % |
|
|
Vmbo | 6,4 % | Cluster 1, voortgezet speciaal onderwijs | 2,4 % |
Havo | 3,8 % | Cluster 2, voortgezet speciaal onderwijs | 1,7 % |
Vwo | 4,1 % | Cluster 3, voortgezet speciaal onderwijs | 1,8 % |
Roc | 3,9 % | Cluster 4, voortgezet speciaal onderwijs | 4,8 % |
Hbo | 1,2 % |
|
|
Universiteit | 0,8 % |
|
|
De diagnostiek begint bij vermoedens. Voor de leraar kan hierbij een grote rol weggelegd zijn. Hasper: "Er zijn kinderen die heftig reageren op een goedbedoeld schouderklopje. Dat kan duiden op autisme. Ook het verkeerd reageren op beeldspraak, kan een aanknopingspunt zijn. Een leerling die bijvoorbeeld denkt dat hij letterlijk de boom in moet, als de leraar dat tegen hem zegt."
Wanneer autisme vermoed wordt, kunnen de ouders van de leerling bij een psycholoog of een kinderpsychiater terecht voor een diagnose. Dit kan even duren. Ruim veertig procent van de mensen bij wie autisme is vastgesteld, moest voorafgaand een traject van ruim een jaar doorlopen.
En dan begint het echte werk. Hasper: "Ouders kunnen bij een indicatiecommissie aanspraak maken op de indicatie speciaal onderwijs. Het lastige is dat elk cluster een eigen commissie heeft. Autistische kinderen komen in alle vier de clusters van speciaal onderwijs voor, maar je kunt geen indicatie aanvragen bij meerdere commissies tegelijk. Als de indicatieaanvraag bij bijvoorbeeld cluster 2 wordt afgewezen, dan moet een nieuwe aanvraag ingediend worden bij een ander cluster."
Eenmaal in het bezit van een indicatie kunnen ouders een keuze maken tussen speciaal onderwijs of regulier onderwijs met het rugzakje. Wanneer ouders voor het laatste kiezen, krijgt de school ambulante begeleiding voor het kind. "Die hulpverlening slaat op de leerling zelf, maar zeker ook op het schoolsysteem. De docent moet bijgestaan worden."
Het LNA zou het liefst zien dat elke leerkracht die lesgeeft aan autistische kinderen, een eigen coach krijgt. "Een van de grootste fouten van het onderwijs is dat scholen willen dat een kind zich aanpast", vertelt Halma, moeder van autistische kinderen. "Een autistisch kind kan zich niet aanpassen en dus moet de school dat doen."
Tips voor scholen
"Leerlingen met autisme verwachten van de leerkracht dat zijn informatie expliciet is. Hij moet bijvoorbeeld zeggen: Jan, ik wil niet dat jij met je pen op tafel schrijft. In plaats van: Leg die pen neer. Dat laatste is voor de autist onduidelijk."
‘Het is onmogelijk om op hetzelfde vel door te schrijven terwijl ergens anders op dat vel iets verkeerd is gegaan. Schaf dus of goedkoop papier aan, zodat we steeds overnieuw kunnen beginnen, of laat ons werken met een computer.'
"De basisschool is voor een autist nog best ordelijk. Er zijn weinig wisselingen. Je hebt een lokaal, een juf, meerdere stabiele factoren. Dat is in het voortgezet onderwijs wel anders. Daarom zou elke autistische leerling daar een buddy moeten hebben. Iemand die weet hoe de leerling in elkaar steekt, die aangeeft dat de leerling naar een ander lokaal moet omdat er een roosterwijziging is. Die helpt bij onverwachte wijzigingen. In het voortgezet onderwijs worden steeds meer leerlingen opgeleid tot mediator. Scholen kunnen buddy's ook zo'n opleiding aanbieden."
"Onderwijsmethoden en -materiaal moeten aangepast worden. Tegenwoordig staan er in vmbo-boeken schuine en rechte plaatjes, vette en cursieve letters. Een autist wordt daar crazy van. Die fixeert zich bijvoorbeeld op het lettertype, in plaats van op de lesstof. Dus kunnen scholen aan autisten beter stencils geven waarop de plaatjes zijn weggelakt. Leerplaninstituut SLO heeft voor autisten speciaal materiaal ontwikkeld voor realistisch rekenen. Dat zou meer moeten gebeuren. Maar tot die tijd is stencilen een goede oplossing."
‘Maak een handleiding voor de omgang. Maak uitzonderingen op de geldende regels. Visualiseer. Gebruik schema's, planners, geschreven instructies. Leer sociale omgangsvormen aan. Vraag hulp aan klasgenoten. Verdiep je in de stoornis. Voer wekelijks een begeleidingsgesprek. Geef toe als je het fout had. Neem de leiding en geef structuur aan. Wees concreet. Leer aan wat niet wordt aangevoeld.'
"Wanneer je een leerling met autisme aan een groepsopdracht zet, heeft hij geen idee wat hij moet doen en kan hij niet kiezen of afstemmen. Dus moet je als docent de opdracht ontrafelen. Geef de autist een onderdeel van de opdracht en laat hem die zelfstandig uitvoeren."
"Kennis van autisme is voor scholen een eerste vereiste. Daarnaast moet een leerkracht in gesprek met ouders om erachter te komen wat de kenmerken van autisme bij dat kind zijn. Bovendien moet de basisschool bij de overgang naar de middelbare school zijn kennis over het autistische kind overdragen."
"Door veel voor te doen leren autisten hoe ze zich in verschillende situaties moeten gedragen. Als een leerling met autisme geleerd heeft dat een appel rond is en een geel plekje heeft, kan hij niet verzinnen dat een groene appel ook een appel is. Die link legt hij niet. Door te laten zien dat er verschillende soorten appels zijn, kan hij ze identificeren. Zo is het ook met sociale situaties. Een kind kan zich machteloos voelen als een ander valt. Je kunt dat kind aanleren naar het gevallen kind te gaan en het te troosten. Daarmee voelt het autistische kind nog steeds geen empathie, maar de machteloosheid is wel weg." |
Artikelen