Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 22.10.005 Auteur Lisette Douma
Albert Einstein en Walt Disney hadden het. Steven Spielberg en Wubbo Ockels hebben het. Dyslectici kunnen heel succesvol zijn, maar dan moeten ze wel op een goede manier met hun gebrek leren omgaan. Er zijn veel experts die hen daarbij kunnen helpen. Maar er is ook veel kwakzalverij op de dyslexiemarkt. Bovendien moeten ouders een dyslexiebehandeling vaak uit eigen zak bekostigen. Over de rol van scholen, ouders, verzekeraars en overheid.
"dyslexie is een kleine hersenafwijking die subtiele problemen met taalverwerking met zich meebrengt. Het is geen medische ziekte, maar in onze kennismaatschappij is het wel een eerstegraads handicap." Aldus Leo Blomert, universitair hoofddocent cognitieve neurowetenschappen aan de Universiteit Maastricht.
Tien procent van de bevolking heeft een lees- of spellingachterstand. Bij vier procent wordt dit veroorzaakt door dyslexie. Dyslectici hebben - zelfs als zij extra hulp krijgen - moeite met foutloos en vlot leren lezen en spellen. "Kinderen met dyslexie scoren op de Cito-toets niet slechter dan leerlingen zonder dyslexie, behalve op het onderdeel taal", verklaart Blomert. "Kinderen met een ‘gewone' taalachterstand scoren ook op andere delen van de Cito-toets slechter."
Als een kind een taalachterstand heeft, wordt dit meestal op school gesignaleerd. In opdracht van het ministerie van Onderwijs zijn zowel voor het primair als het voortgezet onderwijs dyslexieprotocollen ontwikkeld. Het Onderwijsverslag 2004 meldt dat acht van de tien basisscholen handelingsplannen hebben voor dyslectische leerlingen. Maar de kwaliteit van deze plannen schiet vaak tekort. Volgens de inspectie wordt gemiddeld twee of drie keer per week extra zorg geboden aan kinderen met een leesachterstand. En dat is te weinig, stelt de inspectie.
In de rolstoel
"Leerkrachten hebben al zoveel te doen, die hebben vaak niet de tijd om extra begeleiding te geven", zegt Arga Paternotte, voorlichter van oudervereniging Balans. Als de leerkracht er niet toe in staat is om voldoende begeleiding te geven, kan een achterstandsleerling naar een remedial teacher gaan. Maar lang niet alle scholen hebben zo iemand in huis, weet Ria Janssen, dyslexiespecialist en oprichter van dyslexie-hulpmiddelenbedrijf Lexima. "Als die er niet is, heb je altijd nog de onderwijsbegeleidingsdienst. Maar ook daar zijn de mogelijkheden beperkt." De school bepaalt welke leerlingen naar de begeleidingsdienst mogen. Voor veel leerlingen met een taalachterstand is er echter geen plek. "Dan moeten ouders hulp buiten de school zoeken", constateert Janssen.
| Behandeling Dyslexie is niet te genezen. Maar tachtig procent van de dyslectici is met een behandeling wel te brengen naar een niveau waarop ze gezien de leeftijd en intelligentie thuishoren. Hun lees- en spellingvaardigheid komt daarmee op een functioneel peil, vertelt Leo Blomert van de Universiteit Maastricht. In zijn boek dyslexie in Nederland: theorie, praktijk & beleid stelt de neurowetenschapper dat ongeveer zeventig procent van de dyslectici in particuliere specialistische instituten een vorm van cognitieve psychologische behandeling krijgt. Deze behandelingen zijn gericht op de onderliggende oorzaak van de lees- en spellingproblemen, namelijk klankverwerkingsproblemen. Het aanleren en oefenen van de koppeling tussen klanken en letters en lettercombinaties staat tijdens de behandelingen centraal. Ook wordt er aandacht besteed aan spellingregels. En de behandelaars proberen de woordherkenning van dyslectici te automatiseren. De bedoeling is dat het leestempo daardoor stijgt. Volgens Blomert hebben de behandelingen een positief effect. Waar kunnen dyslectici terecht voor zulke behandelingen? "De grote regionale dyslexie-instellingen verrichten goed werk. Dat wil niet zeggen dat Marietje op de hoek er niets van kan, maar dat staat gewoon nergens geregistreerd. En er is heel wat kwakzalverij. Wat zeker niet helpt zijn exotische therapieën, zoals werken aan motoriek door met ballen te gooien en touwtje te springen." Het diagnostische protocol waaraan Blomert werkt, moet het kaf van het koren scheiden op de dyslexiemarkt. Blomert denkt dat de huidige dyslexieverklaringen in 2006 niet meer gebruikt zullen worden. En alleen erkende therapieën worden waarschijnlijk in de toekomst vergoed door zorgverzekeraars. Dat maakt de keuze voor scholen en ouders makkelijker. Blomert: "De overheid moet ouders beschermen tegen kwakzalverij." Wie nu al advies wil over dyslexiebehandelingen kan terecht bij de dyslexielijn van Woortblind, de Nederlandse Vereniging voor dyslexie: 0900 6662666. |
De inspectie vindt dat scholen meer gebruik moeten maken van externe deskundigheid. Sinds 2002 is er in de lumpsumbekostiging geld beschikbaar gesteld voor dyslectische leerlingen. Maar of dat geld ook aan hen wordt besteed, wordt niet gecontroleerd. Daarom wil de inspectie daarop beter toezien, maar ze kan scholen er niet toe verplichten. "Een school hoeft niets te doen met dyslexie. Men wil vaak wel, maar ze hebben ook hun leerlingen met adhd en met Pietje in de rolstoel. Ze kunnen dat allemaal niet aan en kunnen het ook niet financieren", zegt Paternotte van Balans.
Voor kinderen die naast dyslexie ook nog last hebben van adhd of dyscalculie, zijn betere regelingen getroffen. Zij kunnen sinds 1995 begeleid worden vanuit psychiatrische instellingen. Het ministerie van Volksgezondheid (VWS) draait voor de kosten op. Maar voor alleen dyslexie wilde VWS geen geld vrijmaken. En omdat het om een hersenafwijking gaat, voelde het ministerie van Onderwijs er niets voor om de volle verantwoordelijkheid op zich te nemen. Sinds kort werken de ministeries samen.
Vrijstellingen
Het College van Zorgverzekeringen heeft twee jaar geleden geadviseerd om de diagnostiek en behandeling van kinderen met dyslexie standaard te vergoeden. Dit advies is door de minister van Volksgezondheid overgenomen, maar tot nu toe is er geen extra geld voor uitgetrokken. Dat komt volgens Blomert van de Universiteit Maastricht doordat er op dit moment geen wetenschappelijke criteria voor het vaststellen van dyslexie bestaan. Hij heeft van het ministerie de opdracht gekregen daarvoor een diagnostisch protocol te ontwikkelen.
Als dat eenmaal voorhanden is, hoopt Paternotte van Balans dat zorgverzekeraars dyslexietesten en -behandelingen in 2006 gaan vergoeden. "Wij verwachten niet dat een dyslexiebehandeling in de basisverzekering wordt opgenomen. Maar we hopen wel dat het in aanvullende pakketten terechtkomt. Wij gaan nu zelf in gesprek met verzekeraars over pakketten met een vergoeding."
| Ict-hulpmiddelen "Een kind met dyslexie moet zich altijd meer inspannen, is altijd meer tijd kwijt dan een kind zonder dyslexie. Als die extra tijd te lang is, kweek je een depressief kind", stelt dyslexiespecialist Ria Janssen. Haar bedrijf Lexima is gespecialiseerd in ict-hulpmiddelen voor dyslectici. Een greep uit het assortiment.
In principe mag een dyslectische leerling tijdens zijn examen de ict-hulpmiddelen hanteren die hij ook tijdens zijn schoolloopbaan heeft gebruikt. Dit gaat ook op voor de readingpen (zonder woordenboekfunctie) en tekst-naar-spraak software. |
Er bestaan al wel criteria voor de diagnose ‘dyslexie', opgesteld door de Stichting dyslexie Nederland. Maar ze zijn niet erkend door het ministerie van VWS en ze worden ook door lang niet elke therapeut gehanteerd. "Er is veel beunhazerij", weet Paternotte. "Sommige therapeuten zetten hun handtekening onder een dyslexieverklaring, zonder dat ze het kind ooit gezien hebben." En er zijn psychologen die aan de hand van een dictee denken te kunnen vaststellen of iemand dyslectisch is, constateert Blomert. Daardoor kan een leerling zonder dyslexie, maar mét een taalachterstand, een dyslexieverklaring krijgen.
Hoe een dyslexieverklaring er uit moet zien en waaraan een kind moet voldoen om zo'n verklaring te krijgen, is wettelijk niet geregeld. Toch is de huidige verklaring zeer gewild. Een verklaring van een professional geeft namelijk aanwijzingen voor een (externe) behandeling. En op school kan een dyslexieverklaring extra faciliteiten opleveren. Zo kunnen de examencondities in het voortgezet onderwijs worden aangepast. Een langere examentijd, groter lettertype, opgaven kunnen voorgelezen worden en leerlingen mogen in sommige gevallen gebruik maken van ict-ondersteuning. In het hoger onderwijs kan een dyslexieverklaring zelfs een jaar langer studiefinanciering opleveren.
Hoewel scholen niet verplicht zijn dit soort extra's te bieden, doen de meeste dit wel. En dat zorgt ervoor dat ouders graag over zo'n verklaring beschikken, ondanks de hoge prijs van het benodigde onderzoek. "Bij particuliere onderzoekers kost het al gauw acht- tot negenhonderd euro", weet Heleen Schoots, senioradviseur bij de adviesorganisatie voor onderwijs en opleiding KPC Groep. "Omdat veel scholen zo'n bedrag niet kunnen betalen, nemen ouders het voor hun rekening."
En dat is lang niet altijd wenselijk, vindt Adriana Bus, hoogleraar ontluikende geletterdheid aan de Universiteit Leiden. "Het probleem met een dyslexieverklaring is dat die als een soort certificaat voor het leven wordt gezien. Als iemand zo'n verklaring krijgt op de basisschool, blijft hij gelden op de middelbare school. Ik ben er tegen dat kinderen allerlei vrijstellingen krijgen en toch uiteindelijk hetzelfde diploma halen. Er zijn leerlingen die bijvoorbeeld geen Frans meer hoeven te schrijven omdat ze een dyslexieverklaring hebben. Zij hoeven het alleen nog maar te kunnen spreken. Toch staat er later op hun diploma dat zij het eindexamen Frans gehaald hebben. Dat vind ik raar."
Het lijkt Bus beter differentiaties aan te bieden in plaats van faciliteiten of vrijstellingen. "In het eerste jaar voortgezet onderwijs wordt erg veel tijd besteed aan talen. Dat staat in geen verhouding tot de exacte vakken. Waarom kunnen leerlingen met dyslexie niet vanaf het eerste jaar meer exacte vakken doen? Je moet juist iemands sterke kanten benutten in plaats van de zwakke. Hier op de opleiding pedagogiek zijn ook studenten met een dyslexieverklaring. Terwijl taal heel belangrijk is voor een pedagoog. Ik denk dat die studenten gewoon niet voor het goede vak gekozen hebben."
| Marian van Losenoord, remedial teacher op het Hondsrug College in Emmen: "Mijn ervaring is dat de meeste basisscholen zeggen: ‘In het voortgezet onderwijs worden kinderen met dyslexie er toch wel uitgepikt, dus wij gaan ons goede geld niet besteden aan dure dyslexie-onderzoeken'. En in het basisonderwijs is daar ook heel weinig geld voor. Dus gaan wij in de brugklas op zoek naar leerlingen met dyslexie. Na zes à zeven weken vragen wij de mentoren of zij leerlingen met taalachterstanden hebben. Deze worden vervolgens getest. Sommige leerlingen krijgen een dyslexieverklaring. Dat geeft hen recht op meer tijd bij repetities. Ze mogen eventueel een laptop gebruiken of teksten met een vergoot lettertype. Spellingfouten worden maar voor de helft meegeteld. En ze worden zoveel mogelijk mondeling overhoord. Als blijkt dat een leerling dyslexie heeft, komt hij - net als de leerlingen waarvan op de basisschool al wel is vastgesteld dat zij dyslexie hebben - in aanmerking voor remedial teaching. Vorig jaar hadden wij op maandag in het zevende en achtste uur een speciale dyslexiegroep. Die werd intensief begeleid. Dat doen we zoveel mogelijk met de computer. Dat is voor de leerlingen aantrekkelijker dan stapels grijze papieren. We hebben zelf computeroefeningen gemaakt en werken met methoden op de websites van verschillende onderwijsbegeleidingsdiensten. Dit jaar doen we het anders. We gebruiken nu het dyslexieprotocol. Hoe de resultaten zijn, kan ik nog niet zeggen. Ik denk dat er altijd te weinig uren zijn om de kinderen te begeleiden. Ik heb nooit het idee dat ik een dyslectisch kind helemaal tot het uiterste geholpen heb. Dat gevoel hou je. Maar als ik zie hoeveel uur ik op de vmbo-afdeling krijg in vergelijking met wat ze op het havo/vwo krijgen, ben ik wel tevreden." |
| Joop Alma, remedial teacher op basisschool de Meander in Drachten: "Het klopt dat er op veel scholen te weinig tijd is om dyslectische kinderen goed te begeleiden. Op onze school zijn twee remedial teachers. Dat is een unieke situatie. Al in groep twee gaan wij op zoek naar de kinderen waarbij letters niet beklijven. We begeleiden ze, houden ze in de gaten. Wanneer zij hardnekkige problemen hebben, gaan wij na anderhalf jaar eens aan dyslexie denken. Wanneer we dat vermoeden, sturen we ze naar de dyslexiekring Smallingerland. Daar geven ze eventueel een dyslexieverklaring af en doen ze aanbevelingen over hoe we het kind het beste kunnen begeleiden. Wij zetten het lezen in de eerste groepen als speerpunt in. Dat moet eerst naar een aanvaardbaar niveau. Vier keer per week komen de leerlingen met een achterstand in groepjes bij me. Vanaf groep zes gaan we met spellen aan de slag. De kinderen komen dan nog een keer per week bij me. In hun eigen groep kunnen ze oefeningen maken die ik ze meegeef. Als je dyslectische kinderen goed wilt begeleiden, moet je eigenlijk iets met ict doen. Er is heel veel materiaal dat een kind in staat stelt zelfstandig te werken. Ik moet eerlijk toegeven dat de ict bij ons nog in de kinderschoenen staat. Het materiaal is erg duur. Eigenlijk is daar geen budget voor. Nu komt het veelal op de ouders aan. Maar wat mij betreft wordt ict dit jaar bij ons een speerpunt." |
| Madeleine van Noordt Wieringa, adjunct-directeur van basisschool Pluspunt in Rotterdam: "Ik vergelijk het altijd met andere handicaps. Wanneer een kind niet kan lopen, geef je het een rolstoel. Wanneer een kind dyslectisch is, zorg je ervoor dat het informatie op andere manieren tot zich kan nemen. Begrijp me goed: een dyslectisch kind kan leren lezen, maar het gaat langzaam en het niveau wordt nooit zo hoog als dat van ons. Dus moet je hulpmiddelen bieden. Wij raden ouders wel aan lid te worden van de blindenbibliotheek en in de klas vergroten wij bijvoorbeeld het lettertype voor dyslectische kinderen en werken we meer met ict. Wij maken gebruik van het dyslexieprotocol. Voor ons is acceptatie een eerste vereiste. Kinderen kunnen zo tegen hun handicap aanlopen dat ze niets meer te maken willen hebben met lezen en schrijven. Dat moeten we voorkomen. In de klas krijgen ze extra begeleiding, sommigen gaan naar de remedial teacher en als kinderen twee jaar leesonderwijs hebben gevolgd en een omvangrijke taalachterstand hebben, verwijzen we ze door naar de Leer en Leeskliniek van het Rotterdams Centrum voor educatieve dienstverlening. Daar hebben ze een wachtlijst van een half jaar. Maar als dyslectische kinderen daar eenmaal elke week naartoe gaan, merken wij dat dat meer rendement oplevert dan wanneer zij alleen extra begeleiding vanuit school krijgen." |
Aangepaste examens |
| Gebruik audio-cd in: | 2004 | 2005 | |
| vwo | 166 | 583 | |
| havo | 655 | 1099 | |
| vmbo | 3922 | 5898 | |
| totaal | 4743 | 7580 | |
| Gebruik tekst-cd in | 2004 | 2005 | |
| vwo | 29 | 433 | |
| havo | 55 | 702 | |
| vmbo | 157 | 3099 | |
| totaal | 241 | 4234 | |
| Gebruik grootschrift in | 2003 | 2004 | 2005 |
| vwo | 2096 | 2868 | 3808 |
| havo | 4353 | 6714 | 7416 |
| vmbo (vbo/mavo) | 13240 | 20563 | 20313 |
| totaal | 19689 | 30145 | 31573 |
Artikelen
Links