Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 27.06.2005 Auteur Lenneke van der Kaaij
Waarom kan de ene docent een klas prima onder controle houden en de ander niet? Dat heeft te maken met een goede lichaamstaal. "Je moet niet naar de grond kijken en al helemaal niet een tas op tafel neerzetten en erachter gaan zitten als achter een soort verschansing." Leerlingen moeten meteen zien dat de baas, de leraar voor hen staat.
"Aan de manier waarop je de klas binnenkomt, zoals je kijkt, staat en beweegt, daaraan voelen tieners hoe je bent. Je moet niet met gebogen hoofd en ingezakte schouders een klas binnenstrompelen. Als ze merken dat je kennelijk ongevaarlijk bent, dan worden zij al snel de baas en niet jij", zegt Victor van Geel, onderwijskundige en schrijver van onder andere het boek lichaamstaal. Praktijkboek voor de leraar. "Toen ik voor het eerst voor een klas stond deed ik allerlei onhandige dingen. Zo vroeg een leerling of hij naar de wc mocht. Ik vond dat goed en kwam er te laat achter dat dit op die school niet gebruikelijk was. Die leerling wist dat natuurlijk. Dat was een grote beginnersfout, de klas heeft daarna de grootste ordeproblemen veroorzaakt."
"Non-verbaal gedrag is veel belangrijker dan veel mensen beseffen. Als een docent congruent is, houdt dat in dat de verbale taal de lichaamstaal ondersteunt. Dat is belangrijk om rust en vertrouwen in de klas te creëren", vertelt Annet van Laar, lichaamsgericht werkend psycholoog. "De situatie wordt daardoor meer ontspannen en de docent kan dan bijvoorbeeld makkelijker zeggen: Ik word moe van die onrust. Leerlingen moeten weten waar ze aan toe zijn. Als je ergens boos om bent moet je dat niet zeggen met een glimlach op je gezicht. Ze nemen je dan niet serieus en gaan vervelend doen. Als leerkracht is het van belang om gebruik te maken van vooral je innerlijke autoriteit, in plaats van je uiterlijke autoriteit. Je kan alleen je innerlijke kracht gebruiken wanneer die in balans is. Wanneer je bijvoorbeeld heel zenuwachtig bent, voel je dat in de buikstreek. Dat is de plek waar macht, kracht, territoriumgevoel, stevigheid, handelen en structuur vandaan komen. In de hartstreek vinden de communicatie en het contact plaats. In het hoofdgebied de helderheid, overzicht en samenhang. Een leraar die opgewekt iets tegen een klas zegt, terwijl hij zich heel afstandelijk gedraagt, straalt geen kracht uit. Dan is er een non-verbaal lek, dat hersteld moet worden."
Van Laar herstelt een dergelijk lek door de zones buik, hart en hoofd, weer met elkaar in verbinding te brengen. "Aan de lichaamstaal zie ik al snel waar de blokkades zitten. Met behulp van bewustzijnsoefeningen kun je die opheffen. Mensen creëren die blokkades zelf omdat ze bijvoorbeeld hun kracht niet durven gebruiken. Ze zijn bang om dominant of niet aardig gevonden te worden. Op die manier kun je onmogelijk jezelf zijn, en dat merken leerlingen."
Als je als leerkracht onzeker bent, moet je dat volgens Van Laar proberen te verbloemen. "Dat kan door je een beetje stijf te houden of heel geïnteresseerd te knikken. Je kunt ook congruent lijken terwijl je liegt. Alleen houd je dat nooit lang vol, omdat het geen energie oplevert, maar juist energie kost." Vooral in werksituaties camoufleren mensen hun gevoelens. In het privé-leven is dat volgens haar een stuk moeilijker, omdat vrienden en familieleden dichter bij je staan. "Volwassenen hebben meestal wel door dat er een rol gespeeld wordt, maar reageren daar uit beleefdheid niet op. Kinderen reageren meestal nog puur op wat ze voelen. Ze zijn minder belast met normen en waarden. Daarom is het voor een leerkracht ook zo moeilijk om onzekerheid te verbloemen."
Haar methode berust op het inzicht dat je als leraar het best functioneert als de innerlijke autoriteit sterk genoeg is. Want dan is de leerkracht de leider en kan hij met behulp van zijn kennis de lesstof op een juiste manier overbrengen en houdt hij de rode draad in het verhaal vast.
Friemelen
‘Veel mensen menen vrij naïef dat onze communicatie met anderen vooral of zelfs uitsluitend door woorden plaatsvindt', schrijft onderwijskundige Victor van Geel in zijn boek lichaamstaal. Praktijkboek voor de leraar. En dat terwijl het grootste deel van de communicatie tussen mensen juist plaatsvindt zonder woorden. Minder dan 10 procent van die informatie komt voort uit het gesproken woord. Er zijn twee typen lichaamssignalen te onderscheiden. Signalen die we kunnen beïnvloeden, zoals het voorhoofd fronsen en over de kin strijken en er zijn lichaamssignalen die niet te controleren zijn. "Je bloost als je verlegen bent en als je zenuwachtig bent, begin je te zweten, deze signalen kun je moeilijk een halt toe roepen." Maar ook knikkende knieën, het versnellen van de ademhaling en het verhogen van de stem zijn daar voorbeelden van.
Een leraar kan zeggen: Eruit jij! Maar als hij er tegelijkertijd sloom bij staat zal een leerling hem niet snel serieus nemen. Zijn woorden hebben dan weinig effect. lichaamstaal en verbale taal moeten met elkaar overeenkomen, weet Van Geel. "De manier waarop een docent de klas binnenkomt, de houding, het oogcontact, die signalen maken allemaal deel uit van lichaamstaal. Aan je haar, neus of oor zitten, de armen over elkaar kruisen, hand voor de mond, leunen tegen een bord, dat kun je als leerkracht beter laten. Tegen een bord leunen, betekent bijvoorbeeld dat je steun zoekt en de armen over elkaar wijst op afweer en zelfbescherming. Signalen die je liever niet uitstraalt naar een klas. Als je niet weet waar je als leraar je handen moet laten, pak dan een krijtje of stift vast, maar ga niet zitten friemelen."
Houd altijd oogcontact met de klas, is zijn advies. "Door oogcontact houd je de aandacht vast. Ook laat je daarmee zien dat je betrokken bent bij wat er in de klas gebeurt. Je moet niet naar de grond kijken en al helemaal niet een tas op tafel neerzetten en erachter gaan zitten als achter een soort verschansing. Probeer ook niet onopgemerkt te snuffelen aan je oksels - waar gebeurd - om te kijken of je nog wel lekker ruikt. Leerlingen zien dat! Een gevolg kan zijn dat je als typetje wordt uitgebeeld op het cabaretavondje van de school."
Ook het soort kleding dat een leerkracht draagt maakt volgens Van Geel uit. "Mijn advies aan beginnende leerkrachten die een beetje onzeker zijn: Zorg dat je meer op de directeur lijkt dan op een leerling. Als je binnenkomt, moeten leerlingen meteen zien dat de baas, de leraar voor hen staat. Doe geen gymschoenen aan en doorboor jezelf niet met tal van piercings. Voorkom dat je eruit gaat zien als een uitvergrote leerling of oudere broer." Vooral aan het begin van de loopbaan is dit volgens hem van belang. "Je positie als leider van de klas wordt uitgetest, dat is een normaal groepsproces. Leerlingen zoeken de confrontatie op. Je wordt dan uitgedaagd om je leiderschap te tonen. Ze houden hun jas aan, gaan met elkaar donderjagen. Daar moet je direct op reageren."
Voor een leraar is het niet alleen belangrijk dat hij zijn eigen lichaamssignalen waarneemt, maar ook die van zijn leerlingen, zegt Van Geel. "Je moet kunnen zien of ze met hun gedachten nog bij de les zijn. Letten ze nog op, heb je contact met ze? Als een leerling er uitgezakt en met rode oortjes bij zit, is die leerling waarschijnlijk aan het dagdromen. Je kunt dit doorbreken door bijvoorbeeld te zeggen: Het kost jullie moeite om je aandacht erbij te houden. Op zo'n moment maakt je opnieuw contact met ze."
| Orde en rust In de jaren zeventig publiceerde de Amerikaanse psychiater Julius Fast al over lichaamstaal. Hij is onder andere bekend om zijn boek Body language. Ook in Nederland brengen mensen problemen van lichaamstaal onder de aandacht. Deskundigen Annet van Laar en Victor van Geel vinden het noodzakelijk dat er aandacht is voor de lichaamstaal van de leraar. Beschikking over voldoende vakkennis en pedagogisch inzicht is niet genoeg. Van Laar en Van Geel leggen ieder op hun eigen manier uit hoe je het best je lichaamstaal kan verbeteren. Zij door vanuit het innerlijk naar buiten te werken en hij door aandacht te vragen voor allerlei houdingen en uiterlijke kenmerken. Beiden met het doel orde en rust te bewaren, meer aandacht en concentratie bij de kinderen te bereiken en zo tot verbetering van de overdracht te komen. |
Tips van Annet van Laar, lichaamsgericht werkend psycholoog:
|
Tips van Victor van Geel, onderwijskundige en schrijver van onder andere het boek lichaamstaal. Praktijkboek voor de leraar:
|
Meer informatie.
|
Artikelen