Bron het Onderwijsblad Publicatiedatum 29.11.2003 Auteur Tineke Snel

Het tienminutengesprek: hoogtepunt of uitputtingsslag?

Op vrijwel elke school voor basis- en voortgezet onderwijs worden ze gehouden, de tienminutengesprekken. Voor sommige leerkrachten zijn ze een ware uitputtingsslag. Als het tienminutengesprek goed verloopt, levert het de leerkracht juist energie op. "De ouderavond zou het hoogtepunt van het jaar moeten zijn."

What's in a name? Het tienminutengesprek duurt soms zeven minuten, maar ook wel vijftien. De ene school houdt ze vier keer per jaar, de andere twee. Vóór de rapporten, na de rapporten, los van de rapporten - alle varianten komen voor. Hoewel de term tienminutengesprek het meest gangbaar is, bestaan er tal van andere benamingen: schoolvorderingsgesprek, tafeltjesavond, rapportbespreking. Sommige scholen vinden de gesprekken niet nodig voor ouders van leerlingen die goed scoren. De ene school verplicht de leerling erbij te zijn, van de andere mag dat juist niet. Soms informeert de leerling zelf zijn ouders over zijn ontwikkelingen, de leerkracht zit er dan als toehoorder bij. Maar hoe het ook zij, het belangrijkste is dat school en ouders contact met elkaar hebben. Een kleine inventarisatie.
Openbare basisschool de Kameleon in Doorn heeft de tienminutengesprekken afgeschaft. "Het werkte niet", zegt schoolleider Piet Hazewinkel. "Het was veel te massaal." Vroeger belegde de school ze drie keer per jaar. "Moet je je voorstellen, met een klas van dertig leerlingen had je dertig gesprekken op een avond. Dan zat je aan het eind van de avond uit je nek te zwammen omdat je nauwelijks meer een idee had over welke leerling het ging." Het hele schema van zo'n avond liep in de war als één ouder te laat was. En ouders met meer kinderen op school hadden ook een probleem want die moesten nogal eens wachten op hun volgende gesprek.
Hazewinkel: "Voordat je in gesprek bent met ouders over het eventuele probleem van hun kind, ben je al vijf minuten verder. Want men komt binnen, gaat zitten, stelt zich voor, je houdt een introductie... en dan heb je nog maar vijf minuten over om een echt gesprek te voeren."
De Kameleon heeft het nu anders aangepakt. Elke eerste donderdagavond van de maand is er ruimte voor de ouders om met de leraren te praten. ouders die op gesprek willen komen, tekenen in op een lijst die in de klas hangt. Hazewinkel: "Die gesprekken duren vaak een kwartier tot een half uur." De school houdt in de gaten of ouders van de regeling gebruikmaken en trekt aan de bel als de leerkracht zelf wat wil bespreken. "De meeste ouders komen uit zichzelf twee of drie keer per jaar. Sommigen wel zes keer." Het systeem werkt goed. "Er is meer tijd om een echt gesprek te voeren en de gesprekken zijn veel meer gespreid dan vroeger."

Luisteren
"Het tienminutengesprek is sowieso van belang", meent Ard Nieuwenbroek. "Daarmee is het contact tussen ouders en school gestructureerd." Nieuwenbroek, die zowel voor leerkrachten als ouders een handreiking voor het tienminutengesprek heeft geschreven, vindt dat elke ouder moet worden uitgenodigd, ook die van goed presterende leerlingen. Het komt voor dat scholen een briefje meegeven voor de ouders waarin staat dat een gesprek niet nodig is, gezien de resultaten van het kind. Nieuwenbroek: "Dus als het goed gaat, is er geen noodzaak tot communicatie. Daarin komt een gebrek aan visie tot uiting. Je moet altijd met de ouders blijven communiceren over de ontwikkeling van het kind."
Om het gesprek bevredigend te laten verlopen moeten school en ouders goed weten waar het gesprek voor bedoeld is. Er zijn leerkrachten die in die tien minuten ouders bedelven onder informatie over hun kind. Nieuwenbroek: "Dat is de grootste valkuil. De leerkracht zit dan zo vol met informatie dat hij niet meer in staat is tot luisteren. De meeste ouders willen alleen maar graag weten hoe de leerkracht tegen hun kind aankijkt. Dit kan best in tien minuten worden besproken, mits er geen andere problemen zijn." Als aan ouders de boodschap moet worden overgebracht dat hun kind blijft zitten, zijn tien minuten niet toereikend, zegt Nieuwenbroek. "Je kunt het tienminutengesprek wel gebruiken voor een natuurlijke aanloop naar het bericht dat het kind blijft zitten. Maar er zijn altijd ouders die net doen of ze van niets weten, terwijl het hun toch al drie keer is gezegd dat hun kind onvoldoende kan meekomen. ouders komen op voor hun kind, soms tegen beter weten in. Dat moet je je als leerkracht goed realiseren."
Nieuwenbroek heeft nog een ander knelpunt gesignaleerd: kritiek van ouders op de leerkracht, de school of een collega. "Dan voelt de leerkracht zich ongemakkelijk en gaat er een loyaliteitsconflict spelen. Hij ziet het als een persoonlijke aanval en niet als een bewijs van loyaliteit van de ouders ten opzichte van hun kind."
Sommige scholen voor voortgezet onderwijs verplichten de leerlingen bij het tienminutengesprek aanwezig te zijn. Nieuwenbroek heeft daar grote twijfels over: "Als er bijvoorbeeld pedagogische thema's worden aangesneden in het gesprek is het zeker niet verstandig. Je doet er sommige kinderen mee tekort. Ze hebben op zo'n moment juist de veiligheid van hun ouders nodig. Ikzelf heb er als leerkracht ernstige fouten mee gemaakt."
De ouderavond is een van de hoogtepunten van het jaar, meent Nieuwenbroek. "Kinderen gaan voor leerkrachten veel meer leven na een ouderavond. Als er een goede balans is tussen geven en ontvangen kan het gesprek Pokon betekenen voor de leerkracht." Hij legt er de nadruk op dat de docent in het tienminutengesprek een andere positie inneemt dan ouders. Het gaat toch om een professional tegenover niet-professionals. "De leerkracht moet in deze ontmoeting over het surplus beschikken om het gesprek succesvol te maken."

Wekker
"Tienminutengesprekken kunnen heel zinvol zijn", verklaart Toon Kuijs, onderwijskundig medewerker van het Algemeen pedagogisch studiecentrum, APS. "Als een uitwisseling tussen ouders en leerkracht. Maar als er echt problemen zijn met een kind, moet je er meer tijd voor uittrekken." In het voortgezet onderwijs komt het volgens Kuijs nogal eens voor dat een leerkracht een verhaal begint over de verkeerde leerling. Pijnlijk. De pedagogische studiecentra ontwikkelen momenteel een training voor leerkrachten om gesprekken te voeren met ouders van drukke kinderen.
Bij ouderorganisatie ouders en Coo komen regelmatig aanvragen binnen voor de checklist voor het tienminutengesprek. De lijst bevat onderwerpen die ouders aan de orde kunnen stellen: motoriek, werkhouding, spel, diverse vakken en sociaal-emotioneel gedrag. Bedenk van tevoren ook voor welk onderdeel u zelf wat over uw kind wilt vertellen, staat boven aan de lijst.
Volgens Maaike Lok, beleidsmedewerker van ouders en Coo, is het tienminutengesprek verre van een ideaal moment om rustig met ouders te bepraten hoe het op school gaat met hun kind. De tijd is te kort en dan is er ook nog die irritante wekker die elk moment kan afgaan. Het gesprek moet langer duren, vindt ze. Verder pleit ze voor meer dialoog, haar ervaring is dat het toch te vaak neerkomt op een monoloog van de leerkracht.
Op basisschool de Meander in Ede voeren de leerlingen zelf een gesprek met hun ouders. "Kinderen kunnen heel goed zelf vertellen hoe het met hun ontwikkeling staat", vertelt directeur Aafke Bouwman. Haar leerlingen doen dit vanaf hun tiende jaar, met behulp van hun portfolio die onderdeel is van het leerlingvolgsysteem. De school heeft geen rapporten. De leerkracht bereidt het gesprek met de leerling voor en zit als toehoorder bij het gesprek met de ouders. Daarnaast organiseert de Meander twee keer per jaar vijftienminutengesprekken.
Het Nassau Veluwe-college in Harderwijk belegt twee keer per jaar tienminutengesprekken. ouders kunnen bij iedere vakdocent terecht als ze dat willen. En als ze denken meer tijd nodig te hebben, mogen ze dubbele tijd aanvragen. Maya Bakker, conrector onderbouw: "Er wordt heel veel gebruikgemaakt van de tienminutengesprekken." Volgens Bakker komt dit vooral omdat de school in het algemeen de ouders er zoveel mogelijk bij probeert te betrekken. Haar uitgangspunt is dan ook: "School en ouders zijn partners in de opvoeding. We nodigen ouders heel expliciet uit dingen met ons te delen."

Mee-eten
Boudewijn Hermans, directeur van basisschool de Diamant in Rotterdam, is niet zo te spreken over de tienminutengesprekken. "Je schrijft een rapport, de ouders kunnen aan de hand daarvan vragen stellen en als ze geen vragen hebben is het gesprek afgelopen. Ik heb dat nooit erg bevredigend gevonden." Op zijn school is onlangs ingevoerd dat de leerkrachten op huisbezoek gaan. Sommigen zijn er al mee begonnen. "Je ziet het kind dan in zijn thuissituatie, wat vaak veel duidelijk maakt, en de ouders kunnen makkelijker hun ei kwijt. Ik kom zelf uit het speciaal onderwijs en ik weet dat een huisbezoek zeer positief werkt."
De huisbezoeken vergen behoorlijk wat tijd voor een leerkracht, maar met klassen van ongeveer twintig leerlingen is het volgens Hermans wel te doen. "Met die bezoeken laat je bovendien voelen dat ouders meetellen voor de school." Vooral allochtone ouders hebben nogal eens de instelling: thuis zijn wij de opvoeders, op straat de politie en op school de leerkracht. "Die gedachtegang willen we doorbreken. Huisbezoek is een uitermate geschikt moment om dat ter sprake te brengen." De allochtone ouders waarderen die bezoeken zeer, weet Hermans uit ervaring. Leuke bijkomstigheid is dat ze heel gastvrij zijn. "Er is altijd wel een schaal met koekjes, er wordt thee geschonken en als je niet uitkijkt moet je mee-eten."

'Tienminutengesprekken met ouders', door Ard Nieuwenbroek, uitgegeven door KPC-groep, Den Bosch.
'Het tienminutengesprek met leraren, een handreiking voor ouders', door Ard Nieuwenbroek en Ivo Mijland, uitgeverij Kok, Kampen.

'Tien minuten is altijd te kort'
"Natuurlijk zijn tien minuten altijd te kort", vindt Peter Wolters, leerkracht van groep 5 van de Notenkraker in Den Haag. "Je moet aan het einde altijd knijpen, want tien minuten zijn van nature te weinig voor een echt gesprek. Het gaat over kinderen, en dáár ligt mijn hart, dus ik zou best een hele avond kunnen doorbomen met een ouder - dat is het punt niet. Maar goed, het gemiddelde kind, als dat al bestaat, kun je in die tien minuten tijd wel bespreken."

"De beperkte hoeveelheid tijd noopt je ook om to the point te blijven, en dat is leuk. Je hebt heel kort de tijd om de zaak in te schatten, om te zien met welke houding de ouder naar het gesprek komt: emotioneel, uit rancune, uit een gevoel van 'dat moet óók nog'. Je krijgt vaders aan tafel die klem zitten na hun scheiding, je krijgt moeders aan tafel die met je beginnen te flirten - ik sta niet zo snel meer ergens van te kijken. Maar ik breng het onderwerp van het gesprek altijd zo snel mogelijk weer naar wat het moet zijn: het kind en hoe het daarmee gaat."

"Sinds de invoering van Weer samen naar school krijgen we kinderen in de klas die vroeger naar het speciaal onderwijs zouden zijn gegaan. Die geven we nu adaptief onderwijs, onderwijs op maat, en dat vergt soms een ander traject in de leerstof. Dat moet je dan toelichten aan de ouders. Daar word je handig in, maar je kunt jezelf ook voorbijlopen: dan ben je tien minuten lang alleen maar informatie aan het dumpen. Dan kun je de ouders net zo goed een stencil meegeven, want een gesprek draait om communicatie tussen twee partijen. Als het nodig is maak ik daarom liever een vervolgafspraak."

"De hoeveelheid tijd aanpassen per kind zou niet werken. Dan krijg je allerlei verkeerde reacties van de ouders. Zo van: de ouders van Jantje hebben twintig minuten, dus zal Jantje wel een probleem hebben. En de ouders van Pietje hebben maar tien minuten, dus informeren ze of het eigenlijk wel nodig is dat ze komen. Krijg je dát weer. Nee, tien minuten is te weinig, maar ook weer precies goed."

'Ouders zijn vaak onzeker'
"In de Libelle stond laatst de tip voor ouders: ze zouden alles op moeten schrijven wat er in een tienminutengesprek aan de orde komt. Het klonk een beetje als het verzamelen van bewijsmateriaal. Maar dat is helemaal niet nodig, want wij schrijven alles zelf al op."
Els Dagelinckx, leerkracht onderbouw van de Tweemaster in Goes, heeft in het dagelijks leven overigens helemaal niet zoveel last van al te mondige of assertieve ouders. Integendeel: "Sommige ouders zijn heel onzeker. Zelfs als ze heel goed weten dat ze iets verkeerd doen, stuntelen ze vaak maar door totdat jij je hand uitsteekt. Wat er dan verkeerd gaat bij die ouders? Ze kunnen soms de kinderen niet de baas. Ik bedoel, als jij als moeder drie keer zegt dat een kleuter zijn jasje moet aantrekken en het gebeurt niet, dan zit er toch iets niet goed?"
Dat soort zaken kan Dagelinckx voorzichtig ter sprake brengen in een tienminutengesprek. Of liever, in een vijftienminutengesprek, want zo lang duren ze op de Tweemaster. "En als het nodig is, maken we een vervolgafspraak."

'Niet om middernacht nog op school'
Ankie Kramer, leerkracht bovenbouw van de Vuurvogel in Assen, heeft gisteravond net negen gesprekken van elk tien minuten gevoerd. Die tien minuten zijn kort, maar als het kind geen problemen heeft is het voldoende. "Als je er gesprekken van twintig minuten van maakt, zit je om middernacht nog op school." Maar ze verdeelt de tienminutengesprekken toch wel over twee avonden. "Anders is halverwege de avond je concentratie weg."
Als er speciale zaken te bespreken zijn, maakt Kramer een vervolgafspraak met de ouders. Of ze houdt een voorgesprek. "Als er echt iets aan de hand is, trek ik vrij snel aan de bel. Dan wacht ik niet tot de eerste serie tienminutengesprekken in november."
Als een kind opeens minder presteert op school, is er volgens Kramer vaak thuis wat aan de hand. Maar aan huisbezoek doet ze niet. "Niet elke ouder vindt dat prettig. We nodigen de ouders bijna altijd op school uit. En als je met mensen praat wordt er, ook op school, toch wel duidelijk of er iets aan de hand is."

Doormailen    Printversie








andere achtergrond