Bron Straks voor de klas Publicatiedatum 10.06.2008 Auteur Rineke Huisman
Doe normaal
"Ga zo lang mogelijk door met het normale lesprogramma", tipt Aike Ottenheim, docent onderwijskunde aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. "Stap niet uit het ritme van alledag en geef niet toe aan vragen als ‘Juf, zullen we vandaag niks doen?' Van tevoren lijkt het de leerlingen heel leuk om niets te doen, in de praktijk vervelen ze zich stierlijk en komt er geen einde aan zo'n les." Cathelijne Mohr-Thomas, lerares en adjunctdirecteur
bij basisschool De Wissel in Uitgeest: "Werkstukken en spreekbeurten bewaar ik voor
het eind van het jaar. 's Ochtends krijgt de klas normaal les, 's middags is er gelegenheid om het werk te doen. Dan zijn ze toch heel goed bezig.
Doe ook iets leuks
Een beetje meer lucht mag er wel in het programma, maar weet het wel onderwijskundig te onderbouwen. Als het EK Voetbal erg leeft in de klas, kan je daar best iets mee doen. Koppel het bijvoorbeeld aan de aardrijkskundeles: waar liggen de deelnemende
landen, wat zijn hun hoofdsteden? "Of leg een link met begrijpend lezen", tipt Arjan Meijer,
leraar bij basisschool Aurora in Almere. "Veel kinderen snappen niet hoe ze zo'n wedstrijdschema moeten lezen." Een pool met kans op een mooie prijs - geld of snoep bijvoorbeeld - maakt het extra leuk om nu naar school te gaan.
Ga niet aftellen
Laat een leerling niet merken dat je zelf ook moe en minder geconcentreerd bent. En ga zeker niet de weken aftellen tot het einde. "Dan verliezen ze hun interesse en motivatie en denken ze: het hoeft niet meer", aldus Cathelijne Mohr-Thomas. "Zorg, net als anders, dat leerlingen precies weten waar ze aan toe zijn." Zij liet een groep 7 ooit twee weken zelf bepalen wat ze wilde doen: rekenen, taal, lezen. Na anderhalve week vroegen de kinderen: ‘Juf, wil jij ons weer vertellen wat we moeten doen?' Kinderen zijn, juist in de zomertijd, gebaat bij rust en regelmaat.
Houd het spannend
"Geef de cijfers niet te vroeg prijs", zegt Erik van Vliet van onderwijsadviesorganisatie APS. "Als de resultaten bekend zijn, hangt er niets meer van af. Waarom zouden ze dan nog hun best doen? Spreek met collega's af de toetsing zo laat mogelijk te doen." In de eindklassen is dat moeilijker. Na de Cito zijn er nog drie maanden te gaan. Arjan Meijer, houdt zijn groep 8 gemotiveerd met leuke projecten. Een cursus EHBO bijvoorbeeld. Andere kinderen organiseren een excursie naar Amsterdam.
Bereid je extra goed voor
Je bent misschien geneigd om de lessen de laatste maand uit de losse pols te doen, maar als het dan niet loopt, sta je in de klas te bladeren in de handleiding, verzuchtend: ‘Hoe moest dat ook alweer?' Het resultaat: onrust in de klas. Houd de teugels dus strak tot het eind. Maak een weekplanning: weet precies waar je wilt zijn aan het eind van de week en houd je eraan. En maak je er niet makkelijk van af met bijvoorbeeld een filmvertoning. "Docenten denken vaak dat zij de enige zijn die nú een film laten zien, terwijl de kinderen denken: nee, niet alweer een video. Een film kijken vinden ze sowieso verschrikkelijk.
Na vijftien minuten zijn ze het zat", aldus Aike Ottenheim.
Kauw niet alles voor
‘We hadden het zo mooi bedacht, maar de leerlingen deden er niks mee'. Een bekende klaagzang? In de zomertijd doen kinderen meer projecten dan anders. "Zorg dat ze iets willen weten door ze zelf een thema te laten kiezen", zegt onderwijsadviseur Van Vliet. Leg het initiatief bij de kinderen: wat willen jullie nog leren? "Denk niet: ze zijn nu 15, dus ze vinden uitgaan leuk en daar ga ik het met ze over hebben. Laat ze zelf brainstormen. Als je bij het thema ‘omgeving' zegt dat jij denkt aan verkeer, durft niet elke leerling daarna nog te zeggen dat hij aan heel andere dingen dacht. Voeg pas iets toe als de leerlingen zelf niks meer zeggen.
Check geregeld je innerlijke barometer
Reflecteer elke dag op je lessen. Wat ging er goed? Wat kan beter? Staar je niet blind, maar stel indien nodig verbeterpunten op en probeer ze uit in de klas. Houd je innerlijke barometer in de gaten. Hoe is je balans? Als jij thuis ruzie hebt of als een dierbaar familielid ziek is, ben je sneller geïrriteerd dan anders. Je mag dat de leerlingen niet verwijten, maar je kan gerust om begrip vragen. ‘Ik heb vreselijke hoofdpijn. Als
Mooi weer? Naar buiten!
Bij mooi weer kan je de kinderen soms best naar buiten laten gaan. Uiteraard wel met een onderwijskundige opdracht. Teken deze vlinder eens na. Hoeveel (soorten) insecten vind je rondom de school? Je kan de pauzes (op de basisschool) eventueel iets verlengen, maar niet té lang. "Want buiten associëren de kinderen met leuk, dus met vrij zijn. Probeer de gymles ook eens ‘s middags te doen. Als leerlingen buiten gegymd hebben, zijn ze daarna namelijk niet meer te motiveren", weet Aike Ottenheim.
Respect is de basis
Veel beginners komen niet aan de uitoefening van hun vak toe, omdat ze niet beseffen dat wederzijds respect de basis is van contact, stelt Gerard Weide, oud-leerkracht, psycholoog en oprichter van adviesbureau Kanjertraining. ‘Willen jullie je boek pakken?', is een uiting van wederzijds respect. "Tachtig procent pakt het, twintig procent bepaalt zelf wel wat ze doen." Dan zeg je: ‘Zou je toch zo vriendelijk willen zijn om je boek te pakken?'
Blijf zelf positief
Klaag niet over zoiets als de warmte. Daarmee nodig je onrust uit. Als een leerling erover
zeurt, ga dan niet de strijd aan door te zeggen: ‘Flauwekul, rechtop zitten en aan het werk'. Aike Ottenheim weet ook in dit geval hoe het beter kan. "Zeg bijvoorbeeld: ‘Kind, heb jij het ook zo warm? Ik ook, en ik zit hier al zeven uur. Hoe komen we deze les door, denk je?' Of: ‘Ja, warm hè? Ga je vanmiddag nog lekker ergens zwemmen?' Je praat
vijf minuten en buigt het om naar iets leuks. Dat geeft direct een andere sfeer in de klas."
Laat de les niet eerder ophouden
Maak altijd je lesuur vol. De klas eerder weg laten gaan, is onrustig. Bovendien is het oncollegiaal, vindt Ottenheim. "Ik had altijd een ontzettende hekel aan collega's die de kinderen in zomertijd tien minuten eerder weg lieten gaan. Je eigen leerlingen zien het en worden er direct onrustig van." Trek op dit gebied één lijn met collega's.
Blijf jezelf
Zomer of niet: een leraar behoort altijd te streven naar een les waarbij leerlingen op een gegeven moment opmerken: ‘Huh, gaat de bel nu al?' "Maak het begin van de les intensief en bouw iets leuks in als eindbezigheid", adviseert Ottenheim. "Wat het goed doet, is verhalen vertellen. Als je dat kunt, moet je daar absoluut gebruik van maken." Wees je bewust van de ongeschreven regels die om jou heen hangen. Zoals: bij deze docent klieren we niet, komen we op tijd en doen we altijd ons huiswerk. Die regels zorgen ervoor dat leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Als je dat zomaar doorbreekt, word je dat (uiteindelijk) niet in dank afgenomen. Ottenheim. "Focus op je inhoud en zorg dat leerlingen altijd weggaan met het gevoel dat ze iets geleerd hebben. Daar ben je
docent voor."
Artikelen