Home
AOb

Bron Straks voor de klas Publicatiedatum oktober 2008 Auteur Rineke Wisman

10 Tips: Zo overleef ik die eerste maanden

Na jarenlang studeren en 'oefenen' komt uiteindelijk het moment dat je echt aan het werk gaat. En dat valt niet mee. Je maakt in korte tijd kennis met tientallen collega's, honderden leerlingen, de regels van de school en nog veel meer. Hoe kom je deze periode ongeschonden door?

De eerste klap is een daalder waard

"Topsport", noemt Erik van Vliet, van onderwijsadviesbureau APS de eerste maanden als
leerkracht. "Je bent er van top tot teen mee bezig en dat blijft voorlopig ook zo." Kennisoverdracht begint met contact maken. Het eerste dat je in de klas moet doen is een band opbouwen met de leerlingen. Daarbij is de eerste klap een daalder waard. "Een goede start is het halve werk", aldus Van Vliet. "Wees écht aanwezig. Zorg dat je er
helemaal bent in het lokaal. Ga niet achter je bureau zitten, maar ga staan (loop rond) en maak oogcontact."

Laat weinig aan het toeval over

Ga voor aanvang van de eerste les bij de deur staan en wijs iedere leerling een plaats in de klas aan. Of maak er een werkvorm van: knip een spelkaart in vieren en laat de leerlingen de ontbrekende stukjes zoeken. Degenen met dezelfde spelkaart gaan bij elkaar zitten. Van Vliet: "Misschien grijp je mis, doordat raddraaiers toevallig bij elkaar komen te zitten, maar je hebt wél de leiding. Hoe minder je in het begin aan toeval
overlaat, hoe beter." Jos van der Eijck docent bij de Marnix Academie heeft nog een aanvulling: "Breng inhoudelijk de beginsituatie in kaart. Welke stof is al onderwezen? Bij welk hoofdstuk waren ze? Zorg ervoor dat je niet in herhaling valt of te hoog insteekt."

Maak werk van de introductie

Sommige docenten nemen een half uur de tijd om te vertellen over zichzelf en de gang van zaken in het komende jaar. "Sommige leerlingen haken na vijf minuten af en dan begint het gedonder al", weet Van Vliet. Doe dus iets leuks met je introductie. Vertel bijvoorbeeld drie dingen over jezelf (hobby, studie, woonplaats) en laat de klas raden welke daarvan niet waar is en waarom. Laat ze in tweetallen discussiëren. En vraag daarna een paar leerlingen (en zeker niet allemaal, want dat is te weinig prikkelend) in de
klas uitleg te geven. Om de klas met elkaar kennis te laten maken, kan je fotokaarten uitdelen. "Laat iedereen een kaart uitkiezen en uitleggen waarom die kaart bij hem of haar past."

Maak het jezelf makkelijk

Wie moet je aanspreken over de roosters? Hoe kom je erachter welke kinderen een ‘rugzakje' hebben? Veel scholen beschikken over een inwerkplan, waarin praktische zaken zijn vermeld. Heeft jouw school zo'n plan niet? Probeer dan zoveel mogelijk vooraf in kaart te brengen. Of vraag om een vaste aanspreekpersoon of coach die je (met dit soort vragen) helpt. Voor vakinhoudelijke vragen klop je aan bij collega's. Er is zelfs een woord voor: collegiale consultatie. Maaike Monsees, zij-instromer bij basisschool De Egelantier, loopt standaard rond met een schriftje waarin ze per dag alles opschrijft wat ze te doen heeft. Want: "Mijn hoofd is om te denken, niet om te onthouden. Aan het eind van de dag bepaal ik welke zaken prioriteit hebben."

Houd leiding door je inhoud

Zet jezelf ‘stevig' neer, adviseert docent Van der Eijk. "Wat verwacht jij van de klas? Wat mogen ze van jou verwachten?" Dat geldt zowel voor de lesinhoud, als voor de omgang met elkaar. Daarom zijn er klassenregels. Deze moeten sturend zijn en niet straffend. Stel er gezamenlijk met de leerlingen vijf op (zodat een leerling ze kan onthouden). En houd iedereen er consequent aan. "Leiding houd je met inhoud, niet met orde", aldus onderwijsadviseur Erik van Vliet. "Zorg ervoor dat leerlingen actief zijn. Dat begint al
met de introductie (zie tip 3) en het is raadzaam dat de hele les voort te zetten. Zet ze snel aan het werk. Gas terugnemen, is makkelijker dan gas geven. Geef leerlingen regelmatig het woord:‘Miranda, reageer daar eens op.' Dat houdt iedereen bij de les."

Check geregeld je innerlijke barometer

Reflecteer elke dag op je lessen. Wat ging er goed? Wat kan beter? Staar je niet blind, maar stel indien nodig verbeterpunten op en probeer ze uit in de klas. Houd je innerlijke barometer in de gaten. Hoe is je balans? Als jij thuis ruzie hebt of als een dierbaar familielid ziek is, ben je sneller geïrriteerd dan anders. Je mag dat de leerlingen niet verwijten, maar je kan gerust om begrip vragen. ‘Ik heb vreselijke hoofdpijn. Als jullie daar rekening mee willen houden, komen we de dag wel door.'

Respect is de basis

Veel beginners komen niet aan de uitoefening van hun vak toe, omdat ze niet beseffen dat wederzijds respect de basis is van contact, stelt Gerard Weide, oud-leerkracht, psycholoog en oprichter van adviesbureau Kanjertraining. ‘Willen jullie je boek pakken?', is een uiting van wederzijds respect. "Tachtig procent pakt het, twintig procent bepaalt zelf wel wat ze doen." Dan zeg je: ‘Zou je toch zo vriendelijk willen zijn om je boek te pakken?' "De meesten doen het omdat ze zichzelf correct voelen aangesproken." Als ze het dan nog niet doen, is het tijd voor een duidelijker aanpak. ‘En nu pak jij je boek.' Waarom? ‘Omdat ik het zeg.' "Ga niet in discussie door bijvoorbeeld te zeggen dat het goed is voor hun  toekomst. Dat maakt het alleen maar erger. Zoek een balans tussen streng en vriendelijk."

Hoed je voor hooghartigheid

Gerard Weide hoort ouders of leerkrachten na een lezing over problemen op school soms zeggen: ‘Jammer dat degenen voor wie deze avond bestemd is er niet zijn.' Een reactie die getuigt van hooghartigheid. Neem als leerkracht nooit de rol van under- of upperdog aan. "Beginners stellen zich soms ondergeschikt op waardoor ouders hem of haar kunnen kapittelen." Neem tegenover ouders een neutrale (want respectvolle) houding aan. Houd je verre van discussies over individuele normen en waarden, maar spreek ouders aan in hun rol als ouders. "Een boze ouder is vaak een ouder die zich zorgen maakt
over haar kind. Jullie willen allebei hetzelfde: het beste voor de leerling."

Van de moeilijkste kinderen leer jij het vak

In de koffiekamer wordt enorm veel ‘geklepzeikt' over hoe rot sommige kinderen zijn, weet Gerard Weide. "Kijk eens met respect naar die kinderen waar jij zoveel moeite mee hebt. Juist van deze kinderen leer jij het vak. Ze dwingen jou om een uitstekende leerkracht te worden. Leer ervan. Vind de sleutel die bij het kind past. Wees eerlijk naar de ouders als dat niet lukt. Dan ben je geen mislukkeling, maar een uitstekende
leerkracht. Ouders zijn dan jouw medestanders (Uitzonderingen daargelaten, maar daar leer je ook weer van)."

Het zal steeds makkelijker gaan

Maak je geen zorgen als je het werk in de herfst of zelfs kerstvakantie nog niet onder de knie hebt, zegt Maaike Monsees. "Het is sowieso een vak dat je nooit helemaal in de vingers hebt. Je bent nooit klaar, want het onderwijs is voortdurend in beweging. Tegen mijn Lio'er zeg ik: ‘elke week valt er wel een puzzelstukje op zijn plek'." Erik van Vliet van APS vergelijkt het onderwijs voor beginners met een weg die je voor de eerste
keer rijdt. "Die eerste keer is het heel druk op de weg en lijkt er maar geen einde aan te komen. Als je er voor de vierde keer rijdt, is het al een stuk rustiger en denk je: goh, ben ik hier al?"








andere achtergrond